https://www.de-Paula-Lopes.nl
GENERATION I
GENERATION II
GENERATION III
GENERATION IV
GENERATION V
GENERATION VI
GENERATION VI bis
GENERATION VI tertium
GENERATION VII
GENERATION VII bis
GENERATION VII tertium
GENERATION VIII
GENERATION VIII bis
GENERATION VIII tertium
GENERATION IX
GENERATION IX bis
GENERATION IX tertium
GENERATION X
GENERATION X bis
GENERATION X tertium
GENERATION XI
GENERATION XI bis
GENERATION XII
GENERATION XII bis
GENERATION XIII
GENERATION XIII bis
GENERATION XIV
GENERATION XIV bis
GENERATION XV
GENERATION XV bis
GENERATION XVI
GENERATION XVI bis
GENERATION XVII
GENERATION XVII bis
GENERATION XVIII
GENERATION XVIII bis
GENERATION XIX
GENERATION XIX bis
GENERATION XX
GENERATION XX bis
GENERATION XXI
GENERATION XXII
GENERATION XXIII
GENERATION XXIV
GENERATION XXV
GENERATION XIV



Generatie 14 (stamoudouders)

9824 Manuel Fernandes de Caminha [Gen. 14 Nr.: 9824 & 9828 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1535. Manuel is overleden vóór 1585, ten hoogste 50 jaar oud.
Hij trouwde met



Nazaten van Fernão Perez Coronel zouden zeer vermogend zijn en diverse kastelen bezitten en gingen tot de adel behoren. Binnen de familie waren er veel onderlinge huwelijkhen. Zo ook Manuel Fernandes de Caminha en zijn vrouw Brites Ximenes de Aragão; de kinderen van hun zoons Gaspar & Duarte zouden later met elkaar huwen.


9825 Brites (Beatriz) Nunes Ximenes [Gen. 14 Nr.: 9825 & 9829 STAMOUDOUDER]. Beatriz is overleden op 19-04-1618 in Lisboa Koninkeijk Portugal.

Drie kinderen van Duarte Ximenes de Aragão & Isabel Rodrigues da Veiga vormden een nieuwe handelselite die opkwam in de laatste decennia van de 16e eeuw en verving de elite die bestond uit buitenlandse kooplieden in Portugal, namelijk; Tomás, André en Fernão Ximenes. Fernão stichte 1572 met een andere broer Rui (Rodrigo) een Antwerps Handelshuis [Grande Comerciante Antwerpen]. Deze waren allen broers van Brites Nunes Ximenes.




 

Ze waren actief in het verhandelen van een grote verscheidenheid aan goederen, zoals suiker en kruiden, graan, hout, textiel, cochenille [rode kleurstof van luizen gemaakt], indigo en andere kleurstoffen, parels, diamanten en andere edelstenen, schilderijen, boeken, rood koraal en glaswerk, evenals in monetaire transacties met de Spaanse kroon.



In juni 1591 betaalden Tomás en André Ximenes de Aragão hun aandeel in het pepercontract, 'Estado da Pimenta na participação nos contratos da Índia', van 1590 voor 136.321 cruzados en 200 réis inclusief vracht, van de in totaal 363.524 cruzados waaraan João Baptista Rovelasca, Giraldo Paris, Josef Artelipe, Filipe Eduardo, Otaviano Ficars, Juan Cristobal Malique, Marcos en Mateus Belzer deelnamen. Tomás en André bezaten zes van de 16 delen van deze samenwerking.

Samen met andere Portugese koopmanshuizen hield de familie Ximenes de Aragão zich bezig met de suikerhandel in Brazilië en de handel met West-Afrika, inclusief de slavenhandel, om zo tegemoet te komen aan de toenemende vraag van de Spaanse koloniën in Amerika naar slavenarbeid.



Twee mannen hangen aan een rozenkrans, afgebeeld in de Sixtijnse kapel; Het laatste oordeel, door Miguel Ângelo, symboliseert de Portugese evangelisatie in India en Afrika.


Het tweede boek van de Illustrious Genealogies of Spain bewijst dat deze Ximenes werkelijk afkomstig zijn van de “goede Ximenes van Navarra”. Waarin André de Herédia getuigt: censor van de insignes van Zijne Katholieke Majesteit, gewoonlijk koning van de wapens genoemd, inwoner van Valladolid, die in zijn brieven, één aan de heer Fernando Ximenes (laatste [31 - maandag] maart 1603), en een andere op 28 februari van hetzelfde jaar , gestuurd naar de heer Duarte, auteur van fort van Wáfia Leugenhage [Blauwhof], waar hij verklaart dat de insignes van deze nakomelingen, beginnend bij Fernando Ximenes de Navarra, zoon van Inhigo Ximenes, het rode veld zijn en daarop twee De insignes hebben op de twee kolommen een gouden lelie; tussen de twee kolommen bevinden zich twee zwaarden in de vorm van een kruis met de punt naar beneden gericht, die de aandacht trekken door hun gouden en zilveren handvatten.


Op een rood veld twee gouden kolommen in pieken, met daarboven elk zijn fleur de lis, eveneens in goud, en tussen de kolommen twee gekruiste zwaarden in de vorm van een “X”, in zilver, met gouden versieringen. aanhalingstekens, met de punten naar het hoofd (het bovenste deel van het schild).

In 1603 werden deze wapens gecertificeerd aan de familie Ximenes de Aragon, via de wapenkoning André de Herédia, woonachtig in Valladolid, Spanje.




António Fernandes de Elvas, de Surdo, zoon van Jorge Fernandes en Beatriz Vaz Coronel [haar overgrootvader Iñigo Pérez Coronel, was een broer van Constança Abraham Coronel] penningmeester van D. Maria en die door D. Manuel tot ridder van het Koninklijk Huis werd gemaakt en de grootvader van zijn naamgenoot de slavenaannemer [1615-1623] in Angola en Kaapverdië. António was een peper-aannemer [Estado da Pimenta ~ zwarte peper uit Portugees-Indië] met zijn schoonzoon Tomás Ximenes de Aragão [gehuwd met Teresa Vasques de Elvas], de broer van Brites Nunes Ximenes.

Na de unie in 1580 van Portugal met Spanje wilden de Spanjaarden de slavernij uitbreiden in hun Amerikaanse domeinen en zo een 'asiento' toekennen [een officiële monopolielicentie], aan bepaalde ervaren handelaren die kennis hadden van West-Afrika. Deze positie werd toegekend aan António Fernandes de Elvas van 1615 tot 1623.

De twee belangrijkste plaatsen in het Spaanse Amerika waar slaven uit Afrika onder António Fernandes de Elvas werden gebracht waren Cartagena de Indias (in het moderne Colombia) en Veracruz (in het moderne Mexico). Van hieruit werden ze verdeeld naar het huidige Venezuela, de Antillen en Lima (via Portobello en Panama) en vervolgens over land naar Boven Peru en Potosí. Dit transport zelf heeft naar schatting meer doden veroorzaakt dan de Atlantische oversteek zelf.

Voor zijn tijd was António Fernandes de Elvas getuige van de meest intense opkomst van de slavenhandel en de grootste massabeweging van Afrikaanse slaven naar Amerika sinds de handel was begonnen. Dit was voornamelijk uit
Luanda, Portugees Angola en Portugees Congo. Tussen 1619 en 1624 werden 11.328 Afrikaanse slaven gekocht en naar Cartagena gebracht. Dit werd alleen onderbroken door de Nederlandse inname van Bahia en een tijdelijke blokkade van Luanda, die een opmars begon te maken richting de Nederlandse West-Indische Compagnie. Zie een volledige uiteenzetting hierover in het werk 'Homens de Nação e de Negócio: redes comerciais no Mundo Ibérico (1580-1640)' vanaf pagina 159: Parte 2 - As estratégias de negócios da familia de Antônio Fernandes d'Elvas [2.040 KB] .


OVERLEG VAN DE RAAD VAN FINANCIËN AAN DE KONING [D. FILIPE II] OVER DE STAP DIE ANTÓNIO FERNANDES DE ELVAS HEEFT GEZET OM HET CONTRACT VOOR ANGOLA EN KAAPVERDIË BINNEN TE HALEN [17-03-1616]


"Brief van de gouverneur en kapitein-generaal van Angola, Luís Mendes de Vasconcelos aan de koning [D. Filipe II], waarin hij klaagde over het gedrag van de contractmaker van Angola en Kaapverdië, Jerónimo Rodrigues Sólis, die werd gecontracteerd door António Fernandes de Elvas, samen met de officieren van de Koninklijke Schatkist, omdat hij van plan was de rechten te ontvangen van de schepen die Luanda met slaven verlieten naar Brazilië en Indië [uit Castilië].




Wisselbrief opgesteld in Antwerpen door Estevão Nunes aan Manuel de Palacios en, bij diens afwezigheid, aan Diego de la Peña; om 1.000 dukaten te betalen op de meimarkt in Medina del Campo aan António Fernandes de Elvas en, bij zijn afwezigheid, aan Simón Ruiz; voor de waarde ontvangen van Fernão Ximenes en erfgenamen van Rui Nunes Ximenes.


MOTU PROPRIO

De broer van Brites, Fernão Ximenes de Aragão, die een enorm fortuin had, heeft grote donaties gedaan van goederen aan de kerk en was de auteur van vrome werken [zie hieronder].

Nadat hij van paus [1585 - 1590] Sixtus V (Félix Peretti da Montalto) op 15 augustus 1586 in Rome een brief [Brevium Archivium Apostolicum Vol. 163. folio 284. ~ apotolisch schrijven; een persoonlijk decreet in het latijn] had ontvangen, aan de leden van de familie Ximenes de Aragão (waartoe ook de familie Rodrigues behoorde), waarin zij werden uitgeroepen tot oude christenen, waarin de paus de wens uitdrukte om op hen te rekenen als lid van zijn eigen familie [door alle broers en zussen (waartoe ook Brites behoorde) aan zijn familie toe te voegen




 

(de Perettis), zodat ze zijn achternaam en zijn wapens (!) konden gebruiken, waarbij hij afweek van alle wetten, grondwetten, decreten, apostolische aktes en conciliebesluiten, die in strijd zouden kunnen zijn met de geldigheid van de genoemde akte], namen meerdere familieleden de achternaam Peretti aan. De beide families kregen talrijke privileges en werden geschikt geacht voor ereambten. De Breve was feitelijk bedoelt om problemen te voorkomen met de Inquisitie.

Fernão werd begraven in de kathedraal van Nossa Senhora de Antwerp in 1600, maar zijn grafmonument verdween.











En mogen ze over de hele wereld worden beschouwd, geëerd en erkend als edellieden, in aanmerking komend in alle situaties en voor alle doeleinden, zelfs diegenen die een expliciete vermelding en zonder enige juridische fictie vereisen en gezien worden als echt; de kinderen van een oude, nobele en illustere generatie van beide kanten, zoals blijkt uit de continue reeks van meerdere generaties grootouders en overgrootouders zonder teken van schande of smet of ontrouw.


Fernão Ximenes de Aragão, Doctrina Catholica; verschillende referenties over de zonde en messianisering van Jezus. Het begint met zijn vertegenwoordiging als Pantocrator, oftewel Heer van de Wereld. De inscriptie eronder komt van de afbeelding van Johannes. Het herinnert de lezer eraan dat de waarheid [de komst van de Messias] in de heilige Schrift te vinden is. De twee afbeeldingen aan weerszijden verwijzen naar zonde en de mogelijkheid van vergelding; links Eva biedt Adam de appel aan in de Hof van Eden en rechts de straf van de Hebreeën voor het aanvechten van de wetten van Mozes, wat ook een verwijzing is naar Jezus die anticipeerde op zijn eigen kruisiging. Op 15.08.1588 gaf papa Sisto V toe dat hij een korte verklaring had afgelegd over zijn eigen eigendomsverklaring van Ximenes cristãos-velhos, en beloofde dat hij zijn indaging zou innemen over zijn oorspronkelijke judaicas

~ Op 15 augustus 1588 gaf paus Sixtus V, de broer van Rui, die de naam Fernão droeg, hem en zijn broers een kort motu van hun eigen verklaring waarin hij verkondigde dat de familie Ximenes van oud-christelijke afkomst was, en verbood om naar hun joodse afkomst te informeren .


Biblioteca Apostolica Vaticana

 
Deze pauselijke bul, uitgegeven door paus Sixtus V, documenteert de positieve sociale vooruitgang tussen de pauselijke staten en de Italiaans-joodse gemeenschappen in de 16e eeuw. Sixtus V verleende de Joden in deze bul volledige burgerrechten en machtigde hen om scholen te stichten en synagogen te bouwen. De paus verlaagde ook hun belastingen en verleende gratie aan verschillende misdaden. Gezien de harde behandeling van joden door talloze pausen uit de Renaissance, vertegenwoordigt deze bul een positieve daad in de pauselijke geschiedenis. Paus Sixtus V nam zelfs secties op in het Italiaans – een taal die meer gelezen wordt dan het Latijn – om een ​​betere toegang tot de informatie uit de bul te bevorderen.
 


Het handelshuis van de familie Ximenez in Antwerpen, Lissabon, Florence en de wijdere wereld is opgericht ter gelegenheid van de vreugdevolle binnenkomst van aartshertog Ernest van Oostenrijk in juni 1594 in Antwerpen. De triomfboog van de Portugese kooplieden presenteerde Portugese handels ondernemingen als bron van de rijkdommen van het Spaanse rijk, dat onlangs was uitgebreid door de annexatie van Portugal in 1580. De boog werd bekroond door Neptunus die een gouden armillaire bol omhoog hield, het embleem van koning Manuel I. Op twee afzonderlijke platforms gerangschikt op verschillende hoogten waren de personificaties van de koloniën waar de Portugezen hun meest lucratieve handelsposten hadden gebouwd: Mauritanië op een leeuw, Brazilië op een gordeldier, Ethiopië op een olifant en India op een neushoorn. De Ximenes familie maakten deel uit van een uitgebreid commercieel netwerk van familiebedrijven met vestigingen en tussenpersonen in Lissabon, Sevilla, Cadiz, Florence, Venetië, Amsterdam, Hamburg, Goa, Bahía, Pernambuco en vele andere havensteden. Zo is de tak waar de probandus Marnix Alexander de Paula Lopes van af stamt in Brazilië gekomen.


De statige aanwezigheid van zijn ongewoon lange gevel aan de Meir, met zijn renaissancistische veranda's, balustrades, dakkapellen en beglaasde ramen trok de aandacht van de toeschouwer, en vooral de uitbundig gebeeldhouwde architectonische kenmerken gaven de verhoogde sociale status van de eigenaren weer. De façade werd opgenomen in een prent van Pieter van der Borcht (1595) als passende achtergrond voor het toernooi dat werd georganiseerd als een van de vele festiviteiten voor de vreugdevolle binnenkomst van aartshertog Ernest van Oostenrijk in juni 1594.


Het bedrijf Ximenez d'Aragão had twee hoofdkantoren, beide gerund door de zonen van Duarte Ximenes de Aragão (ca. 1500-1560): de firma Ximenes gevestigd in Lissabon en de firma Ximenes gevestigd in Antwerpen. Daarnaast hadden de broers tussenpersonen en agenten in Amsterdam, Den Haag en andere steden in de Republiek en vervoerden ze hun ladingen in schepen die onder Nederlandse vlag zeilden.



Notitie bij overlijden van Beatriz: Brites Nunes Ximenes stierf op 19 april 1613. Haar graf en dat van haar erfgenamen bevinden zich in de hoofdkapel van de kerk van Nossa Senhora da Graça in Lissabon [het was door haar zoon Gaspar Quaresma Ximenes de Aragão Caminha gekocht], naast de tralies van de hoofdkapel, onder het graf van dokter Estevão Preto, rechter van de Agraros van het Casa da Suplicação en commandant van Nossa Senhora dos Mártyres en zijn vrouw en erfgenamen, die stierven op 9 februari 1569.

“Sepultura de Brites Nunes Ximenes molher que foi de Manuel Fernandez Caminha que Deus aja, e de seos herdeiros a qual comprou seu filho mais velho Gaspar Ximenes Caminha, e faleceo aos 19 d'abril de 1618”

De tand des tijds: Dit klooster kreeg te maken met een grote brand die snel werd hersteld. Later vond in 1755 de aardbeving plaats en liet het zwaar beschadigd achter. Bij het herstel werden zonder onderscheid stenen van het klooster gebruikt. Bij de reconstructie zijn enkele grafstenen gebruikt, waardoor het onmogelijk is een groot deel van de graven in de kerk te identificeren.

Brites Nunes Ximenes komt voor in het boek over de oorlog van Ceuta ~Bij het uiteenvallen van de Iberische Unie [1580- 1640] behield Portugal zijn overzeese koloniën, maar Ceuta koos voor de Spaanse kroon. ~“Boek van de Oorlog van Ceuta”, geschreven door Meester Mateus de Pisano, uitgegeven in opdracht van de Lissabon Academie van Wetenschappen door Roberto Corrêa Pinto, commissie voor de honderdste verjaardag van Ceutas en Albuquerque. Viering van de vijfde honderdste verjaardag van de inname van Ceuta. Hierin worden de graven van zowel commandant Preto als Brites genoemd met hun families in kerk van Nossa Senhora da Graça te Lissabon.











Kinderen uit dit huwelijk:
I. Gaspar Quaresma Caminha [Gen. 13 Nr.: 4912 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren in Lisboa Reino de Portugal e dos Algarves (zie 4912).
II. Duarte Fernandes Ximenes Caminha [Gen. 13 Nr.: 4914 STAMBETOVERGROOTOUDER] (zie 4914).



9826 Manuel Caldeira [Gen. 14 Nr.: 9826 STAMOUDOUDER] is geboren ca. 1520 en overleden op 07-06-1593 in Lissabon, Koninkrijk Portugal, tenminste 73 jaar oud.
Notitie: Ook bekend als Manoel Alvares Caldeira / Manuel Caldeirão.
Manoel woonde in Lissabon.
De CALDEIRÕES, of CALDEIRAS, zoals sommige van hun nakomelingen deze achternaam ook gebruikten, kwamen Portugal binnen ten tijde van koning Manuel I. Een van de oudst bekende is Manuel Caldeirão, edelman van het Koninklijk Huis, zoon van André Álvares Caldeirão en zijn vrouw en nicht Brites, beiden geboren in Asturië en woonachtig in Setúbal, Portugal. Manuel Caldeirão had bij zijn vrouw D. Guiomar Caldeirão voor zover bekend vijftien kinderen!

In 1556 kreeg hij in Amberes van de nieuw geïnstalleerde koning van Spanje, Filips II, de goedkeuring van de vorst die hem machtigde tweeduizend Afrikaanse slaven in Indië van Castilië te introduceren. De invloed van het personage zou toenemen na de lening die hij in 1556 aan Filips II verleende, tijdens de onderhandelingen over de toekenning van de zetel. Het ging om een ​​enorm bedrag (55.000 dukaten) en Caldeira werd daarmee opgenomen op de lijst van crediteurbankiers van de Castiliaanse Corona, waartoe ook de Függers en de Affaitadi behoorden.




 

Aan het begin van de Iberische Unie had Manuel Caldeira pepercontracten in Goa, in samenwerking met Pedro de Noronha. Aannemer van Guine-Kaapverdië tussen 1558 en 1568. Zijn netwerk van relaties breidde zich uit tot Filips II, via João III, koning van Portugal. Verbonden met de Lissabonse kooplieden en edellieden van Casa Real, Bento Rodrigues en Diogo Castro do Rio. Familienetwerken waren van groot belang voor zijn bedrijf. Zijn schoonvader was bijvoorbeeld Bento Rodrigues (getrouwd met Leonor Caldeira), Manuel was namelijk met zijn eigen nichtje getrouwd.



 


Morgadio da Boavista



De Morgadios

Ze zijn een middeleeuws instituut dat, volgens sommige auteurs, voortkwam uit de fusie van het Romeinse recht met dat van de ‘oude Goten’. De meeste van hen werden opgericht met als doel de achternaam en het wapen van een illustere familie of de naam van de stichters in stand te houden, bijna altijd begraven in pantheons of familiekapellen die op hun kosten werden gebouwd, met verschillende vrome lasten voor de zielen van hun voorouders. Ze werden gevormd uit een onvervreemdbare patrimoniale groep, bestuurd door een vruchtgebruiker – de morgado – die in de regel de oudste man was. Deze instelling zorgde ervoor dat het gezin kon overleven met een hoog economisch niveau en een hoge sociale status, waardoor de andere kinderen in een staat van afhankelijkheid van het hoofd van de lijn achterbleven. Een morgado onderscheidt zich van een kapel vanwege het doel van de functies die bij de oprichting ervan waren gedefinieerd. We hebben het over een morgadio als het grootste deel van de inkomsten uit de gekoppelde bezittingen bestemd is voor de erfgenaam, terwijl een veel kleiner bedrag bestemd werd voor vrome verplichtingen. We spreken van het stichten van een kapel wanneer de kosten van vrome werken het grootste deel van de inkomsten uit dezelfde bezittingen verbruikt. De morgadios werden definitief opgeheven bij decreet van 19-V-1863, met uitzondering van Casa de Bragança, dat duurde tot de oprichting van de Republiek in 1910.



Hij trouwde ca 1547 met de dochter van zijn zus Leonora (!)
9827 Guiomar Rodrigues Caldeira [Gen. 14 Nr.: 9827 STAMOUDOUDER].
Notitie: Woonde in Setúbal, Portugal
Kind uit dit huwelijk:
I. Catarina Caldeira [Gen. 13 Nr.: 4913 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren in Lisboa Reino de Portugal e dos Algarves (zie 4913).




 

9828 Manuel Fernandes de Caminha [Gen. 14 Nr.: 9828 STAMOUDOUDER] (dezelfde als 9824).
Hij trouwde met
9829 Brites (Beatriz) Nunes Ximenes [Gen. 14 Nr.: 9829 STAMOUDOUDER] (dezelfde als 9825).



9830 Francisco Soares de Abreu [Gen. 14 Nr.: 9830 STAMOUDOUDER]. Geboren in Ponte de Lima, Portugal. Hij is overleden voor 04-07-1648. Zijn dochter Maria is executeur testamentair.
Notitie: 2e heer van Morgadio de Soares de Abreu, in Lissabon [gesticht in 1625].
Moço Fidalgo da Casal Real [Jongeman & Edelman van het Koninklijk Huis van Portugal].
Hij stichtte in 1627 in Lissabon een morgadio die verband hield met de verantwoordelijkheid van de dagelijkse mis en met de verplichting om gebruik van de naam Sequeiros.
Het getoonde wapen is van zijn zoon Cristóvão Soares de Abreu. Het bestaat uit de wapens van de overgrootouders van Francisco [Gravura a buril de Nicola de L'armessim]:

Escudo Esquartelado:
I e IV – Sequeiros;
II e III - Abreu.
Sobre-o-todo: Soares de Albergaria.
Timbre: Abreus
Pendente da cadeia, a insígnia
da Ordem de Cristo.




 
XIV/9830 Francisco Soares de Abreu; 1629 OVERLEG OVER FRANCISCO SOARES DE ABREU IN DE POSITIE VAN HOOFDLEVERANCIER VAN DE STAAT BRAZILIË; HIJ VRAAGT ​​DAT ER IN DE BRIEF DIE HEM WORDT GEGEVEN EEN CLAUSULE WORDT OPGENOMEN OM HEM LANGER TE DIENEN, OMDAT HEM ZOVEEL MOGELIJK GENADE IS GEGEVEN TERWIJL HIJ NIET ZIJN OPVOLGER IS.


XIV/9830 Francisco Soares de Abreu; 26-03-1629. BRIEF VAN HET BELANGRIJKSTE LANDBOUWBEDRIJF IN BRAZILIË AAN FRANCISCO SOARES DE ABREU. [KANSELARIJ VAN D. FILIPE III]


XIV/9830 Francisco Soares de Abreu werd door de koning in bescherming genomen door een bevel uit te vaardigen waaruit blijkt dat Francisco niet beklaagd kon en mocht worden. Hij mocht nimmer gearresteerd worden, zelfs niet voor welke misdaad dan ook! [24-10-1631]. ~ Bij aankomst in Salvador had Francisco er al 40 dienstjaren op zitten! Francisco werd hoofdprovedor tussen 1629-1632. Zijn mandaat omvatte het kunnen verzamelen van informatie van plantage-eigenaren t.b.v. de schatkist. Zij dienden te voldoen aan zijn vragen, verzoeken en bevelen. Zijn enorme ijver met betrekking tot de regimenten brachten hem op gespannen voet met andere takken van het koloniale bestuur. Het meest bekende voorbeeld is dat hij vrij snel een meningsverschil kreeg met de Gouverneur Generaal over het salarisbetalingssysteem van het leger. Mede hierdoor vroeg hij al vrij snel aan de Kroon om terug te mogen keren naar het Koninkrijk. UIteindelijk zou Francisco Soares de Abreu door de Gouverneur Generaal, DIOGO LUÍS DE OLIVEIRA, geschorst worden. [ZIE HIERONDER]


OVERLEG OVER WAT ER STOND IN DE AANGEBODEN PAPIEREN [1635] MET BETREKKING TOT DE SCHORSING VAN FRANCISCO SOARES DE ABREU DOOR DE GOUVERNEUR VAN DE STAAT BRAZILIË, DIOGO LUÍS DE OLIVEIRA.


XIV/9830 23 MEI 1635, CARTA RÉGIA VAN KONING D. FILIPE III BIJ DE RAAD VAN FINANCIËN, WAARIN HIJ BEVAL FRANCISCO SOARES ABREU VOOR TE DRAGEN VOOR DE DIENST, GEZIEN ZIJN DIENSTEN EN POSITIES DIE HIJ BEKLEEDDE, IN HET BIJZONDER DIE VAN HOOFDVERSTREKKER VAN DE STAATSKAS VAN BRAZILIË.


XIV/9830 Francisco Soares de Abreu 04-06-1641 Petitie;

REGISTRATIE VAN DE RAADPLEGING VAN DE RAAD VAN DE DRIE STATEN OVER HET VERZOEKSCHRIFT VAN FRANCISCO SOARES DE ABREU

Behorende bij diverse petities, brieven en andere documenten uit de tijd van de Acclamatieoorlog; Manuscripten & Diversen van het klooster van Nossa Senhora da Graça de Lisboa. Het betrof de onafhankelijkheidsoorlog die Portugal voerde tegen Spanje vanaf 01-12-1640 tot 12-02-1668 (Verdrag van Lissabon ~Door de oorlog werd het Huis van Braganza de nieuwe heersende dynastie van Portugal, ter vervanging van het Huis van Habsburg, dat sinds de opvolgingscrisis van 1581 verenigd was met de Portugese kroon). ZIE HIERONDER




Beroep: Rechter van het Huis van Smeekbede [Desembargador da Casa da Suplicação]. Het Huis van de Smeekbede was het hooggerechtshof van Portugal, belast met de uiteindelijke uitspraak van gerechtelijke vorderingen.
Naast de vervolging van bepaalde misdrijven, waren er specifieke bevoegdheden. Zo was hij de eerstgenoemde om verzoekschriften te horen en te beslissen over gratie en omzetting van straffen.
Voorts behandelde hij beroepen waarvoor de civiele kamer niet bevoegd was.
De hoorzittingen werden elke dag gehouden, met uitzondering van feestdagen, en duurden vier uur, geregeld door de zandklok in de Mesa Grande waar de regent zich bevond. De dienst begon met een mis die werd opgedragen door een priester die door hem was gekozen in het 'oratório da Relação'.




 

Termo de juramento dos [Eed]



XIV/9830 Jezuïetenregistratie; DOCUMENTEN MET BETREKKING TOT DE REKENINGEN VAN COLÉGIO SANTO ANTÃO. Testamentair 04-07-1648 Francisco Soares de Abreu ~ ONTSLAG [ Kwijting van ontvangstbewijzen vermeld op pagina 242 van de inventaris van het College van St. Anthony] VAN MARIA DO PRESÉPIO, executeur-testamentair van haar vader, FRANCISCO SOARES DE ABREU


Zaakvoerder en Magazijn Kapiteinschap van Pernambuco: 1601 - 1606
Koninklijke hoofdleverancier van de staat Brazilië en Accountant van het Ministerie van Financiën Kapiteinschap van Pernambuco 25/09/1606 - 3/01/1608
Hoofdfinancier Brazilië 26-3-1629


Hij trouwde met
9831 Catharina Luisa Brandão [Gen. 14 Nr.: 9831 STAMOUDOUDER]. Geboren in Bahia, Braziië.
Kind uit dit huwelijk:
I. Felippa Soares de Abreu [Gen. 13 Nr.: 4915 STAMBETOVERGROOTOUDER] (zie 4915).
9832 Gaspar Rebelo [Gen. 14 Nr.: 9832 STAMOUDOUDER]
.
Functie: Cavaleiro fidalgo da casa Real ~ Nobele ridder van het koninklijk huis.
Hij trouwde met
9833 - Nomen Nescio [Gen. 14 Nr.: 9833 STAMOUDOUDER].
Kind uit dit huwelijk:
I. Gaspar Rabelo de Brito [Gen. 13 Nr.: 4916 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren in Guarda, Reino de Portugal (zie 4916).
9834 Manoel da Silva Correa [Gen. 14 Nr.: 9834 STAMOUDOUDER], geboren in Lisboa Koninkeijk Portugal.
Hij trouwde met
9835 - Carneiro [Gen. 14 Nr.: 9835 STAMOUDOUDER], geboren in Bahia Brasil Colonial.
Kind uit dit huwelijk:
I. Maria da Silva [Gen. 13 Nr.: 4917 STAMBETOVERGROOTOUDER] (zie 4917).



9838 Manoel Tavares Cabral [Gen. 14 Nr.: 9838 STAMOUDOUDER], geboren op het eiland São Miguel, Azores, Portugal. Hij is overleden na 23-04-1655 in het kapiteinschap van Pernambuco.
Notitie: Manoel zou directe familie zijn van Gonçalo Velho Cabral, ook wel Gonçalo Velho Cabral das Pias commandant van het kasteel van Amural / Amourol en de ontdekker van het eiland São Miguel! Hij was een Portugese zeevaarder, belijdend ridder van de Orde van Christus en heer van Pias [een Portugese stad in de gemeente Ferreira do Zêzere]. Hij was de zoon van zoon van Fernão Gonçalves Velho II en Maria Álvares Cabral [oudtante van Pedro Álvares Cabral; hij was een Portugese edelman, militaire commandant, navigator en ontdekkingsreiziger die werd beschouwd als de Europese ontdekker van Brazilië]. Gonçalo Velho Cabral overleed in 1460.




 

Pedro Álvares Cabral



Manoel Tavares Cabral was een zeer rijk man en bezat onder andere een eiland in de loop van Rio de São francisco dat hij als bruidschat gaf aan zijn dochter Catharina Tavares en schoonzoon Cosme Rodrigues Delgado. Catharina was een dochter uit het tweede huwelijk van Manoel, een halfzus van Isabel Tavares Cabral.

Voor zover bekend was Manoel Tavares Cabral twee keer gehuwd geweest. Uit het eerste huwelijk met Nomen Nescio de Paiva werd Isabel Tavares Cabral geboren. Hij zou daarna met met Nuno Dias Thovar zijn gehuwd. Hiervan is geen documentatie gevonden, wel dat hij met Maria da Roza gehuwd was [zie de documenten hierboven]. Uit zijn tweede huwelijk kreeg hij een dochter Catharina Tavares.




 




Er werd gezegd dat er onder de meest waardevolle dingen die mensen bezaten, een eiland was dat Cosme Rodrigues Delgado van zijn schoonvader Manoel Tavares Cabral had gekregen op 23.04.1655 als bruidsschat voor zijn aanstaande en huwelijk met zijn dochter Catharina Tavares.

Het eiland lag in de doorgang van Rio de São Francisco, tussen Barra do Peagohy, waar Andre da Rocha woonde en het eiland dat toebehoorde aan João Barboza, gaande van cajuipe naar pearabussú aan de noordkant dat behoort tot de kapiteinschap van Pernambuco [later Bahia].

Het eiland was aanvankelijk in het bezit gekomen van Manoel Tavares Cabral op 24-01-1630.








Hij trouwde in Olinda, Pernambuco, Brazil met
9839 Nomen Nescio de Paiva [Gen. 14 Nr.: 9839 STAMOUDOUDER]. Zij is geboren in São Miquel, Azores, Portugal.
Kind uit dit huwelijk:
I. Isabel Tavares Cabral [Gen. 13 Nr.: 4919 STAMBETOVERGROOTOUDER] (zie 4919).
10240 Sampson Copestake [Gen. 14 Nr.: 10240 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1530 in Ellastone Staffordshire, Kingdom of England. Sampson is begraven op 10-12-1598 in Ellastone Staffordshire, Kingdom of England.
Notitie: Functie Yeoman of Matherfield Staffordshire.




Sampson is mentioned in the IGI as one of the ealry bearers of the Copestake name [The International Genealogical Index is a database of genealogical records, compiled from several sources, and maintained by The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints].

Researchers found that the name Copestake was a very interesting name. It went back to the 1100s, a true traditional English name. The word Cope means cut, so peoples profession was normally the surname they would take, so Cope meaning cut would put you into the category of carpenter, forester, families that used to work with wood. Then abbreviation of different names come about, such as Cutstick, Cutwood, Cutland and these then in turn changed into Copewood, Copestick, and Copeland. Over the period of years the monarchy wanted specialised people to build stakes for witches to be burnt on, so this is where the name Copestake originated from. It was skilled craftsmen that prepared stakes for witches to be burnt on, so that is where the name Copestake originated from.






Probate inventory



 
XIV/10240 Sampson Copestake Will registration


Hij trouwde, ongeveer 25 jaar oud, omstreeks 1555 met de ongeveer 25-jarige
10241 Grace Nomen Nescio [Gen. 14 Nr.: 10241 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1530 in Ellastone Staffordshire, Kingdom of England. Grace is overleden.
Kind uit dit huwelijk:
I. Thomas Copestake [Gen. 13 Nr.: 5120 STAMBETOVERGROOTOUDER], gedoopt op 03-05-1560 in Ellastone Staffordshire, Kingdom of England (zie 5120).
10242 John Bothom [Gen. 14 Nr.: 10242 STAMOUDOUDER], geboren in 1532 in Ellastone Staffordshire, Kingdom of England. John is overleden. HIj werd begraven op 04-06-1605 Ellastone Staffordshire, Kingdom of England [St. Peter].
Hij trouwde, 24 of 25 jaar oud, op 27-11-1557 in Ellastone Staffordshire, Kingdom of England met de 26 of 27-jarige



XIV/10242 John Bothom burial


XIV/10242 & 10243 huwelijk John Bothom & Margareth Hurde


 
XIV/10242 & 10243 John Bothom and Margareth Hurde marriage


10243 Margaret Hurde [Gen. 14 Nr.: 10243 STAMOUDOUDER], geboren in 1530 in Ellastone Staffordshire, Kingdom of England. Margaret is overleden, 59 of 60 jaar oud. Zij is begraven op 09-09-1590 in Ellastone Staffordshire, Kingdom of England.



XIV/10243 Begraven Margareth Hurde


 
XIV/10243 Margareth Hurde burial


Kind uit dit huwelijk:
I. Katheryn Bothom [Gen. 13 Nr.: 5121 STAMBETOVERGROOTOUDER], gedoopt op 01-02-1559 in Ellastone Staffordshire, Kingdom of England (zie 5121).



12416 Johann im dem Bangerde [Gen. 14 Nr.: 12416 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1490 in Sudeck Waldeck Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Religie: Evangelisch Luthers.
Johann is overleden na 1571 in Sudeck Waldeck Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 81 jaar oud.
Notitie bij Johann: Gotte Edinkhusen was in 1481 eigenaar van het perceel "Bomgarten" te Sudeck. Mogelijk is hij de vader van Johann (24704).
The City of SUDECK, GERMANY the Year 1490: JOHANN IM DEM BANGERDE *Sudeck 1490 +>1571.




 

The son of Gotte EDINKHUSEN (Was owner of Estate "Bomgarten" Sudeck) which is named in Generatie 14 (stamoudouders) the 10th register of Flechtdorf Germany from 1481. At that time it was normal to give a person the name ot the estate, in this case it was 'Johann im dem Bangerde' ( Von Bomgart ) with a extension behind his sure name. Later it become the Family name. Before the year 1400 the family name Bangert was unknown, at that time first name of the father, mother or the house where they lived at the moment, is used as an extension. After the year 1400 the names Von Boumgarte and Bamgart were used and so far we know Johann uses the family name BANGERT. Until this day the descendants of Johann Bangert still use the family name Bangert.
So far we know Johann was the owner of the inheritance of the estate "Bomgarden".
He has 5 children all born in Sudeck Germany.
1. JURG *1520 see Gen. 13 Nr.: 6208 STAMBETOVERGROOTOUDER
2. Johann *1523
3. Jacobin *1525
4. Hans *1528
5. Tobias *1540



His decendants can be found by clicking on this pdf-file: geschichte und stammfolge der waldeckischen familie Bangert.pdf [97.280 KB]
Beroep: Rechter & Boer, eigenaar erfgoed "Bomgarten" te Sudeck




Kleurenfamiliewapen van de familie Bangert. Deze is pas in 1939 aangenomen. Betreft een rune-achtige verbinding van de MANN-YRR-HAGAL en de ODIL rune! MANN rune als zinnebeeld van de stevig op de voedende aangestampte grond staan. YRR rune als zinnebeeld van een boom, ook van de Irminzuil. De ODIL rune als zinnebeeld, dat ook Duitse boeren hebben en HAGAL rune als oud Germaans Heilteken. Dit wapen komt voor in het raam van het Raadhuis in Kornbach.


14/12416 Oorkonde 1 Johann in dem Bangerde 14/12416 Oorkonde 2 Johann in dem Bangerde






Hij trouwde met:
12417 N. N. [Gen. 14 Nr.: 12417 STAMOUDOUDER]. N. is overleden na 1520 in Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Kind van Johann en N.:
I. Jürgen Bangert [Gen. 13 Nr.: 6208 STAMBETOVERGROOTOUDER] (Zie 6208)
12448 Peter Hensgen [Gen. 14 Nr.: 12448 STAMOUDOUDER]
, geboren omstreeks 1510 in Rhenegge Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Peter is overleden.
Hij trouwde met
12449 - Nomen Nescio [Gen. 14 Nr.: 12449 STAMOUDOUDER]. - is overleden.
Kind uit dit huwelijk:
I. Ricus Henschen [Gen. 13 Nr.: 6224 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1550 in Rhenegge Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 6224).
12608 Maes Everts [Gen. 14 Nr.: 12608 STAMOUDOUDER]. Maes is geboren voor 1545 en overleden circa 1608.
Notitie: In het manuaal van het morgengeld wordt vermeld: Evert Lubberts 12 mergen bruuct by procurator op Spuy Amersfort 12 mergen facit 24 st. en It. Maes Everts 12 mergen bruuct by procurator op Spuy Amersfort facit 24 st.29, in beide gevallen bezit dat precies een kwart van de Hilhorst vormde.
Het Sint-Aagtenconvent was gevestigd aan het Spui. Maes Evertszn of Evert Lubbertszn hadden deze grond gepacht, en het morgengeld werd betaald door de procurator van Sint-Aagten.
Notitie bij overlijden van Maes:
Maes Everts overleed tussen 9 december 1607 (huwelijk zoon Albert, waarbij Mettgen, zijn vrouw, niet vermeld wordt als weduwe) en 4 februari 1608 (waarbij Mettgen wel weduwe was).



25-08-1570

 
– 25-8-1570: Reyertgen, dochter van Bor Goertszoon geeft een lening aan Willem Zuyermont en zijn vrouw Goertge met Een rente van 13 keyser gulden en 15 stuiver per jaar, de gulden voor 20 stuivers Brabants gerekend. Af te lossen met 250 carolusgulden met als onderpand de helft van een huis op de Camp, gemeen met de kinderen en erfgenamen van Jacop Goirtszoon, waaraan belend aan de ene zijde Evert van Soudenbalch en aan de andere zijde Aelbert Janszoon. Akte in twee delen, dit is n° 2. Voorwaarde is dat na de dood van Reyertgen, indien niet anders geregeld, de ene helft van deze rente zal komen aan Henrick Evertszoon en de andere helft aan de kinderen van van Maes Evertszoon. (In de marge) Henrick Andrieszoon als rentmeester van de Armen genoemd de Poth, verklaarde 15-09-1579 ten volle betaald te zijn door Willem Zuyrmont


24-07-1587 Betaalopdracht Stadsbestuur Amersfoort

Betaalopdracht ten behoeve van Maes Evertsz voor het binden van het hooi voor de ruiters 24-07-1587 [Stadsbestuur Amersfoort].


14-02-1588 Hof in de Hellestraat

Maes Evertz en Metgen zijn vrouw kochten op 14 februari 1588 een half huis met de halve hof gelegen in de Hellestraat daar Jan Gerritsz bakker tegenwoordig in woont en de wederhelft, vòòr de Hellestraat achter het heilich quastgen, competeert de kinderen van Jansz alias Cort Jan, van Reijner Brantsz en Rickgen zijn vrouw.
Belendingen: Rijck Hermansz en Peter Gerritsz.



Hofstede strekkend tot aan het heilige graf toe

Object: de helft van een huis, hof en hofstede in de Hellestraat, strekkend tot aan het heilige graf toe

Verkopende partij: Maes Evertsz en zijn vrouw Metgen

Kopende partij: Henrick van Snellenberch en zijn vrouw Marritgen Jans

Aktedatum: 28-06-1594
Belendingen 1: Ariaen Gijsbertsz
Belendingen 2: Peter Gerritsz
Opmerkingen: Belast met 4½ gulden per jaar aan Rijck Both Wilemsz, met 1 gulden per jaar aan de erven van Aeltgen Capers en met de helft van 28 stuivers aan het Schoenmakersgilde.


06-09-1605 Afkomstig uit Leusden

Maes Evertsz en/of Metgen Gijsberts hadden banden met Leusden, zo blijkt diverse akten:

Huijch Thonisz, wonend in Asschat (Leusden) was op 6 september 1605 na vonnis van het Hof van Utrecht ƒ 300 schuldig aan de boedel van wijlen Frederick NN. Getuigen: Maes Willemsz, Maes Evertsz en Evert Gijsbertsz. Evert Gijsbertsz was een broer van Metgen Gijsberts.
(Op 10 oktober 1639 maakte Evert Gijsbertsz, wonend in Leusden, zijn testament op. Hij prelegateerde 150 gulden aan zijn dochter Gijsbertgen Evertsz, bij wie hij inwoonde. Zij kreeg ook zijn inboedel en kleding. Vorig testament d.d. 21-07-1611 voor het gerecht van Woudenberg.)



17-04-1606 Afkomstig uit Leusden

Datering: 17-04-1606

Gerecht Leusden, Leusderbroek, Hamersveld, Snorrenhoef en Donkelaar

Gerechtsman: Gerrit Verhaer, Hendrick Arisz
Samenvatting: Harman Evertsz, won. Leusbroek verkoopt voor 100 gulden aan Maes Evertsz en zijn vrouw Mechtelt de helft van ca. acht morgen in Wilschoer (Veldschoren) onder Leusden.

Objecten: Wilschoer (Veldschoren)
Soort object: De helft van ca. acht morgen land
Belendingen: Zuid: de weduwe van Wouter Willemsz, oost: de beek, noord: St. Aechten, west: de meent
Plaats: Leusden
Verkoper: Harman Evertsz
Adres: Leusbroek
Woonplaats: Leusden

Koper: Maes Evertsz
Burgerlijke staat: Getrouwd met Mechtelt
Woonplaats: Leusden


09-12-1609 in Akte van broer

Dit echtpaar komt ook voor in de akte van huwelijkse voorwaarden van 9 december 1607 van zijn broer Albert Maes en Jannichgen Thoenis.
De akte vermeldt dat Albert Maes een zoon was van Maes Everts & Metgen Ghijsberts; getuigen voor de bruidegom waren Henrick Rijcxzn en Dirck Servaes.
Jannichgen Thoenis was een dochter van Thoenis Janszn; getuigen voor de bruid waren Thoenis Rijcxzn en Wouter (ook Wolter) Lambertszn.


06-03-1621 zoon verkoopt Land Veltschoor

Op 6 maart 1621 verkochten Henrick Maesz en zijn vrouw Teunisge Willems, wonend in Amersfoort, aan jkhr. Johan van Raveswaeij en zijn vrouw Bartraedt van Weede, vier morgen land in Veltschoor, onder Leusden. Gebruikt door Peter Willemsz.
Door Henrick Maesz verkregen als enige erfgenaam van zijn ouders.


Hij trouwde met
12609 Mechteld [(Lam)metgen] Ghijsberts [Gen. 14 Nr.: 12609 STAMOUDOUDER].
In een akte van 4 februari 1608 werden de huwelijkse voorwaarden vastgelegd van Henrick Maeszn (getuigen Henrick Rijcxzn en Jan van Ingen) en Geertgen Rutgers (getuigen Bessel Helmichszn en Bessel Rutgerszn).
Deze akte vermeldt dat Mettgen, weduwe van Maes Everts, de moeder was van Henrick Maeszn. Bessel Rutgers was een broer van Geertgen Rutgers; zij hadden een overleden zuster Harmantgen Rutgers.



09-12-1607 Huwelijkse voorwaarden

Datering: 09-12-1607

Akten: Huwelijkse voorwaarden: 09-12-1607 J. van Ingen AT 002b001 nr. 25.

Comparanten:
- Henrick Rijcxzn., - Dirck Servaes, geassisteerd vanwege - Maes Everts en Metgen Ghijsberts, geassisteerd met - Albert Maes, hun zoon (bruidegom), ter ene zijde
- Thoenis Rijcxzn., - Wouter (of Wolter) Lambertszn. vanwege - Thoenis Janszn. vanwege Jannichgen Thoenis, zijn dochter (bruid), ter andere zijde

Condities tussen bruid en bruidegom:
Maes Everts en Metgen Ghijsberts geven hun zoon, Albert Maes, 570 carolus gulden gereed geld. Jannichgen Thoenis brengt hiertegen in 106 gulden en 10 stuivers plus een bed met toebehoren dat haar toekomt van haar moeders goed, volgens boedelscheiding voor notaris Harman van Dompselaer. Thoenis Janszn. geeft haar nog 50 carolus gulden.
Indien bruid of bruidegom komt te overlijden zonder kinderen, zullen de ingebrachte goederen wederom gaan naar de zijde waarvan ze gekomen zijn. Ook eventuele erfenissen vallen hieronder. Winst en verlies is half om half. Klederen en cleynodiën en "trouweschat" gaan terug naar ieders zijde.
Maes Everts, Metgen Ghijsberts en Thoenis Janszn. beloven hun kinderen niet te onterven, mits zij inbrengen hetgeen ze nu genieten zullen.


04-02-1608 Huwelijkse voorwaarden van zoon

Datering: 04-02-1608 In de huwelijkse voorwaarden van hun zoon worden zij beiden genoemd.

Akten: Huwelijkse voorwaarden: 04-02-1608 J. van Ingen AT 002b001 nr. 160.

Naam: Comparanten:
Henrick Rijcxzn. en Jan van Ingen, vanwege Henrick Maeszn., bruidegom. Bessel Helmichszn. en Bessel Rutgerszn., vanwege Geertgen Rutgers, bruid.
Opmerkingen:
De bruidegom brengt in, 100 gulden contant geld plus zijn klederen, gewaardeerd op 100 gulden. Mettgen, weduwe van Maes Everts heeft tot vordering naar haar zoon, de bruidegom, de som van 150 gulden. De bruid brengt in, aan contant geld, inboedel, klederen en anders, samen gewaardeerd op 450 carolus gulden. Als zij zonder kinderen overlijden, of die ook weer zonder kinderen overlijden, dan zullen de goederen terug gaan naar de zijde waarvan ze gekomen zijn. Winst en verlies en eventuele toekomende erfenissen of "bestervenissen" zullen half om half zijn. De twee gouden ringen die de bruid van de bruidegom zal ontvangen, zullen ingeval van overlijden zonder kinderen, door de bruid vooruit genoten worden.
Daaronder stond: Bessel Rutgers bekent dat hij de voornoemde goederen van Geertgen Rutgers, zijn zuster, uit de erfenis waar zij is aangekomen door het overlijden van zijn vader en moeder en van Harmantgen Rutgers, zijn overleden zuster, niet zal pretenderen, en dat Geertgen Rutgers daarvan de volle geneugten zal hebben. 04-02-1608.

Rol: Genoemd


Kind uit dit huwelijk:
I. Hynrick Maesen [Gen. 13 Nr.: 6304 STAMBETOVERGROOTOUDER] (zie 6304).
12610 Rutgerus (Rutger) Everts [Gen. 14 Nr.: 12610 STAMOUDOUDER]. Rutger is gestorven kort voor 17-03-1588 Amersfoort Republiek der 7 Verenigde Provinciën.




Rutger Eversz verkeerde dus in de hoogste bestuurlijke kringen van Amersfoort, maar in de 16e eeuw zien we zijn naam niet in het Register van de gezagsdragers. Misschien is hij daarvoor te jong gestorven?

In tal van akten komen we zijn naam tegen.
 
Evert Gerytszoon gaf op 6 april 1570 een lening van ƒ 100 aan Goort Willemszoon.
In de marge daarvan staat: Geryt, Rutger en Cornelis ... ooms van Evert Gerytszoon voor hen zelf en zich sterkmakende voor hun broer Jacob Everss, verklaren van Wouter Thoniszoon 100 Philips gulden ontvangen te hebben. Akte 19-03-1572.

Hier zien we 4 broers: Geryt, Rutger, Cornelis en Jacob Eversz en hun neef Evert, de zoon van Geryt.
Op 25 juni 1572 werd een half huis, hof en hofstede in de Sint-Jansstraat verkocht aan Peter Dircxz en zijn vrouw Joestgen.
Verkopers waren:Cornelis Evertsz, als vader van Gerrijt Evertsz, Rutger Evertsz van vaderszijde,

Frans Hoffelaet

Wijchert Camp van moederszijde,

zijnde 4 vierdelen van de 7 onmundige kinderen van de overleden Marijtgen Jan Bortsz-dochter en genoemde Cornelis Evertsz.
Peter Dyricxs en Joosgen Jan Bortsz dochter, zijn vrouw, maakten hun testament op 15 september 1574 bij hen thuis en ten overstaan van notaris Adrianus van der Wal en de getuigen Christiaen Jansz van Hoechstraten, Bartholomeus Rycksz en Heynrick Rutgersz.
De andere helft van het huis, hof en hofstede in Sint-Jansstraat over de Sint-Janskerk werd verkocht op 28 februari 1576 aan Joosgen Jan Bortsz-dochter, weduwe van Peter Dircxz en haar onmondige kinderen.
Verkopers waren:Gherrijt Evertsz en Rutger Evertsz als naaste familie van vaderszijde, Adriaen van Egmont als een overste burgemeester bij gebrek aan twee naaste familieleden en

vierdelen van de onmondige kinderen van overleden Cornelis Evertsz, koperslager en Marrijtgen Jan Bortsz-dochter, in leven echtgenoten

Nu was dus Cornelis Evertsz overleden en leefden de broers Gherrijt en Rutger Evertz nog wel. Broer Jacob komt hier niet in voor.

Het huis bleef wel in de familie, want Joosgen Jan Bortsz-dochter, de weduwe van Peter Dircxz, was een zuster van wijlen Marrijtgen Jan Bortsz-dochter, de vrouw van Cornelis Evertsz.
Bevestiging hiervan in een akte van transport uit 1576 ten overstaan van schout en schepenen door Gerrit Evertsz en Rutger Evertsz, voogden van vaderszijde, en de oudste burgemeester, Adriaen van Egmont, bij afwezigheid van voogden van moederszijde van de minderjarige kinderen van Cornelis Evertsz Coperslager en Merrytgen Jan Bortsz dochter aan Joosgen Jan Bortsz dochter, weduwe van Peter Dircxz, van het halve huis, hof en hofstede in de Sint Jansstraat tegenover de Sint Janskapel
Om het huis te kunnen betalen, moest Joosgen wel geld lenen van de kinderen van haar zuster. Op 25 juni 1572 leenden Peter Dircxz en zijn vrouw Joestgen van de 7 onmondige kinderen van Marijtgen, Jan Bortsz-dochter en overleden Cornelis Evertsz met als onderpand het huis en de hofstede in de Sint Jansstraat.
(Peter Dircxz wordt hier ten onrechte niet als overleden aangemerkt)
Op 30 januari 1584 verkochten Albert Arianensz en zijn vrouw Willemtgen een huis aan de weduwe van Helmich Besselisz, genaamd Dirckgen Jansdochter.
Belend ten westen was Joostgen Jan Bortsz dochter.

Dirckgen Jansdochter en Helmich Besselisz waren de ouders van Bessel Helmichsz. Bessel Helmichsz’ moeder woonde dus naast Joosgen Jan Bortsz dochter en dat was een zuster van wijlen Maritgen Jan Bortsz dochter, die getrouwd was geweest met Cornelis Evertsz.
Langs deze weg zal wel de verbinding tussen Geertgen Rutgers, Bessel Helmichszn en Bessel Rutgerszn zijn ontstaan.
Het stadsbestuur gaf Rutger Evertsz commissie inzake het maaien van de oevers van de Eem op 10 april 1587, 18 april 1587, 10 juli 1587, 23 oktober 1587 (ƒ 20). Op 4 maart 1588 werd Rutger Everts Gerritsz opnieuw aangenomen om de oevers van de Eem te maaien.Was de naam van Rutgers vader Evert Gerritsz?
Op 19 december 1587 gaf het stadsbestuur een betaalopdracht ten behoeve van Rutger Evertsz cum sociis voor geleverde kalk voor de fortificatiën en ook op 8 juli 1588 ten behoeve van Rutger Evertsz voor het naar boven brengen van kalk voor de stadsmuur.
Dat Rutger Evertsz op 17 maart 1588 als overleden werd aangeduid, hoeft hier niet strijdig mee te zijn; een betaalopdracht kan wel achteraf zijn.


Zoon Rutgerus, gedoopt op 17 maart 1588 in Amersfoort

Den 17 martius heeft die huijsvrouw
van salige Rutgerus een kint ter
doop ge…dt en het kint heet
Rutgerus en die getuugen dij borge-
meester Arent van Lauweren-
borch ende dij borgemeester Wol-
ter van Bijler en dij huijsvrouw
van dij borgemeester Peter van
Groetvelt ...

Mede hierdoor weten we dat Rutger gestorven moet zijn kort voor 17-03-1588


Hij trouwde met
12611 Grietgen Bessels [Gen. 14 Nr.: 12611 STAMOUDOUDER]. Grietgen is overleden voor 1608.

We weten de naam van Grietgen Bessels door een doop van de zus van Geertgen:

01-01-1581 te Amersfoort

Rutger Eversz en Grietgen Besselsdr echte
luijden haer kijendt al hier gedoopt
geheeten Bijtgen die getuijchen …?
Geridt Cornelisz, Aeltgen Tuenis ende
Jaepgen Bos
(?) Achtevelts huijsvrou


Kind uit dit huwelijk:
I. Geertgen Rutgers [Gen. 13 Nr.: 6305 STAMBETOVERGROOTOUDER] (zie 6305).
12808 Godeke Hilling [Gen. 14 Nr.: 12808 STAMOUDOUDER], geboren op 10-01-1500 in Niederlangen-Hilgen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Notitie bij de geboorte van Godeke: Geboren um 1500
Godeke is overleden na 1568 in Niederlangen-Hilgen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 68 jaar oud.
Notitie bij overlijden van Godeke: Gestorben nach 1568, urk. 1533-1568
Notitie bij Godeke: Beerbter
Kauft 1533 von Talle Peekes zwei Stücke Land in Langen, kauft 1537 verschiedene Grundstücke auf dem Buddenkamp von Hermann Peekes, erwirbt 1542 mit seiner Frau Geseke die Anteile seiner Geschwister Wolter, Hinrik, Hermann, Grete, Katharine und Hazeke am elterlichen Erbe zu Hillink.
Religie: Katholiek



Urkunde 1533 (Rep 26 Nr.17 StaOs, Transkription René Remkes)
"Ick Wermolt van Hede in der tyt eyn gesworen Rychter to Duthe van bevelle des hochwerdygen in got hoichvermogenden forsten unde heren, heren Franß confirmirter der Stiffte Munster unde Osenbrugge Administrator to Mynden van myns gnedygen leven heren, doe kundt, tuge unde bekenne apenbaer in unde overmits dussen apenen besegelden breve, dat voer my in eyn apen, heget gerichte dar yck stede unde stoel des gerichtes myt mynen koernoten unde umbstenderen hyrna beschreven besetten unde becledet hadde so yck myt rechte solde unde to dusser nabeschrevenen sake sunderlynx geheget wort. Erschennen unde gekomen ys Talle Peckes mytt Hensen Everde unde Roleff Pecke oren gekoren unde togelaten mundberen unde oren oldesten sonnen Johan, unde bekanden vor syck unde eren rechten erven, geboren unde ugeboren, dat se rechtlygen unde redelychen myt walbekanden unde vorbedachten synne unbedwungen unde ungenodyget van yemande yn eynen rechten, steden, ewygen, vasten, erfflyken kope hadden vorkofft unde vorkofften aldaer vor my in den solven gerichte unde leyten up so se van rechten solden beyde myt handen unde myt munde yn eyne erfflyke unde vredesame, ewyge upboren heben brukenne besytten were erfflyck egen Goeke Hillinck unde synen rechten erven unde anerven geboren unde ungeboren offte holder dusses breffs myt wyllen twe koegrese so de in holte, in velde, yn heyde, in water, yn weyde, my wegen, stegen, straten, myt uthdryfft, myt yndryfft unde myt aller slachter nuth in der marke to Langen, kerspelle to Laten unde gerichte to Duthe belegen syn, nycht dar van uthgescheyden unde weren de ernompten Talle Peckes myt oren sonnen Johan unde den vorgenompten mundberen deger unde al uthgegaen unde deden dar genslyke vertichnisse up so emen myt rechte togesunden wort, also dat de vorgenompte Talle offte eren erven geboren offte ungeboren eder nymand van erer wegen nu noch nummer mer na data dusses breffs nynerleye rechtycheyt noch geistlyke eder wertlyke tosage an de vorgenompte twe koegrese mer heben doen sollen offte wachtenne wesen, to ewygen tyden unde dyt ys gescheyn vor eyne secker summa van gelde de de upgenaempte Talle myt oren sonnen unde gekoren mundberen vorgenompt syck bekanden ennen deger al unde wal yn oer fryg secker beholt unbekummert to wyllen vernoget unde betalt weren van Goeke Hillynck unde loveden ennen hyrup beyde myt handen unde myt munde yn gerichte hantastenne des vorgenompte kopes tstaende bekant tsyne unde gude vollenkommene, stede, ewige, vaste, unverbrockene waerschap alle yaer unveryaert tdoen vor oer unde er erven geboren unde ungeboren unde vort vor al degenen de des to rechte komen wyllen up aller steden, yn allen gerichten, waer, wanner, myt weme unde so vaken den vorgenompten Goeke Hillinck unde synen medebeschrevenen des noet unde behoeff ys buten oren schaden ane yenigerhande indracht offt beholp des geistlyken eder wertlyken gerichts. Sunder alle argelist wart dar sodane koep vertichnisse unde uplatinge sulcker erffgrese vor my Wermolt van Hede rychter vorgenompt yn eynen hegeden gerichte unbesprocken gescheyn ys; dar myt my an unde over weren koernoten des gerichts Herman Schryver to Düthe unde Abelen Herman to Walchum umbstenders, Lambert Lange to Laten unde Koneke to Wylholte unde mer guder lude genoech in Orkunde der waerheit heb yck Wermolt van Hede richter vorgenompt myn segel van gerichts wegen wytlyken beneden an dessen breff gehangen in dem yaer unses heren dusent vyffhundert dree unde dertich am maendage na dem Sundaege Reminiscere."


1537:
Vor dem Richter zu Düthe bei Lathen verkaufen Hermann Peek und seine Ehefrau Katharina dem Goddeke Hilling zu Niederlangen und seiner Ehefrau Geseke drei Grundstücke auf dem sog. Buddenkamp bei Oberlangen.


31 juli 1542

Bernt Langen, richter tho Duthe oorkondt, dat ten overstaan van hem en zyne koernoten de gemeene buren van Overlangen en Nederlangen aan het convent van ter Apel hebben verkocht een stuk land de Barenvledder en de Emeschemaet genaamd, gelegen in de mark der beide genoemde buurschappen, dicht bij het land dat het klooster aldaar heeft en dat de koopsom door de verkoopers is opgebracht aan den bisschop van Munster en Osnabrück, als bijdrage tot de zware landschatting wegens den oorlog tegen de wederdoopers te Munster.
Ick Bernt Langen geswaren Rychter tho Duthe van bevele des hoichwerdigen in god hoichvermoegden Ffursten unde heren heren Ffransen byscop der Styfften Munster unde Ossenbrugge Administrator tho Mynden myns genedeigen lieven heren doe kundt tuge ende bekenne overmydts dassen openen bezeggelden breve dat voer my up dach dato dusses breves in bywesen der koernoten unde bystanders hyr undergescreven in eyn Recht open heget gerichte sunderlynges tho dusser naebescrevenen saeke geheget wort Erschenen unde gekamen syn de Ersame Goedeke Hyllynck Steven tho Langen Evert Jonne Johan Meyerinck myt sampt den gemeynen buren ffryen unde eygen van Overlangen unde Nederlangen sachten unde bekanden all daer voer se unde oere Erven unde Anerven geboren unde ungebaeren Jegenwordich in den sulven gerichte dat se myt rypen raede gudes verstandes unde walbedachtes moedes wyttyger synnen eyn yder unbedrungen myt consent der Erffixen in der alder besten saeke wyse unde forme se yummer doen solden unde mochten redelycken unde rechtelicken in enen steden rechten vasten ewygen erfflicken unde unwederroplycke koepe hadden verkofft unde verkofften all dar samptlycken de voerscreven Goedeke Hyllinck Steven tho Langen Evert Jonne Johan Meyerinck sampt de gemeynen buren unde lethen up myt hande unde munde ingewaelt unde eygendom soe syck myt Rechte geboert In eyne fredesame unde ewyge upboringe bruyckenei besyttener hebbener were Erfflyck eygen voer vry doerslachtych guet dem werdigen Ersamen unde geystelicken heren heren Gerde Hasselt Prior unde gemeynen Convent Orden des hilligen Cruces tho Apell unde oeren naekomelynge Een stucke landes de Barenvledder unde de Emesche maet genoempt mytheyde unde weyde moerlandt uth oerer Marcke der bey der burscappen voerscreven Welker landt naest by des Cloesters vorgescreven eygenlande gelegen Anfancklyck van deme pael upgesath indt suyden doer den Barenvledder dyck bes am dem pael staende twyschen dat broek unde lyntloe indt moer wedder van deme pael streckende lyn recht indt westen tho deme paell by dat rivere de Ae geheyten by dess papen hutte up gerychtet de Ae bylanges indt norden bes an dat Cloesters voerscreven eygen lande streckende myt syner alyngher tho horinge olden unde nyen rechtycheyt myt heyde water unde weyde myt torve unde twyge soe als dat daer ther stede schinbaer ys liggende Welker Erffnysse de up gemelten voerkopers myt oeren medebescreven gengen des deger unde all uth unde deden daer up genslicke vertychnisse soe se myt Rechte solden Alsoe dat se under oere medebescreven Ervent unde anervent noch neymant van oerer aller wegen nummer nae gyff te dusses breves neynerley gewalt eygendom eder rechticheyt se synne geystelick eder wertlick an dat voerscreven landt soe uth gepaelt sal hebben eder verwachten wesen, Alsoe dat die voerscreven koopers unde oere naekoemelynge moegen soe dane landt voerscreven ploegen unde bouwen verkoepen verhuren versetten weyden keren unde wenden besloeten begraven dycken unde dammen tho oeren besten bruyken sunder yemandes besperinge unde inseggent Wante die verkoeperen bekanden voer my Richter voergescreven dat se daer voer eene Summa van guldene in reden getellden golde tho oeren genoege unde wyllen van den koeperen guedtlyken betaelt unde vernoeget weren Welke summa van penningen se uth verwyllynge unde inrumynge des hoichgedachten myns genedigen Ffursten unde heren unde gemeyner lantscaptho stuyr unde uproringe erer upgelachter swarer lant schaettynge des kryges halven tegen die wederdoepers tho Munster gekert unde genuttige hebben up dat myns genedigen Ffursten unde heren Syn genaede eygen unde ffrigen oer Erven Ock der Jonckeren luden eer erven all mochten mede gereddet unde gevryet woerden unde unbeschuldiget blyven Unde ys gescheyn myt wyllen Consent unde vulboert des Hoichgenoempten myns genedigen ffursten unde heren unde syner ffurstlichen genaeden Amptluden in Emslandt myldinge syner ffurstelichen genaeden gegeven Seggell unde breve voerwylliget unde tho gelaeten Unde die voerkoeperen laveden den koeperen hyr np myt hande ende munde unde deden indt gerychte hanttastynge des voerscreven koepes tho staende bekandt tho syn unde guede vullenkoemende stede ewyge vaste unverbroeken waerscap tho doene voer se oere Ervent unde anervent unde voer alle de des tho rechte spreken wyllen Were overst saeke dat den voerscreven koeperen unde oeren medebescreven an dat voerscreven landt myt syner rechticheyt yenich hynder besperinge eder gebreck an waerscap schege unde der halven in schaeden queme woe dat ya tho queme laveden voer my Eychter de vacken gedachten verkoeperen voer se unde oere Erven unde anerven dat men daen soe danen hynder gebreck kosst unde schaeden daer umme geleden unde gedaen moegen soeken wynnen unde maenen van den upgemelten verkoeperen van oeren Erven unde anerven in unde ut oeren guederen varende have die sy up dach dato dussen breves hebbet offte hyr naemaels tho krigen mochten woe dat ja gestaelt waer de synnen belegen in daerpen in steden leen offte eygen neen daer van uthgescheyden myt pandinge kummer ende besaete myt allen gerichten geystlick eder wertlick myt oerer een offte myt beyden tho gelichen welcker hem alder best bequemest ys neyn recht den anderen tho hynderen unvervolget unde onverclaeget offte mede verclaeget bes soe lange at Prior unde Convent voerscreven soedaene koepes deger unde all geholden unde vullentoegen werde Wer overst dat nu offte in tho koemenden tyden myt deme velt lande voerscreven anders woe over hen voerkofft befunden woerde Soe synt voer my Richter upgemelten in dat sulve gerychte gekaemen de Ersamen Evert tho Wylholte Jurigen tho Wylholte unde Wolter Holler tho Langen alse rechte principael Saekewolders unde laeveden voer unde oere Erven unde anerven gebaeren unde ungebaeren soe dane uplatinge Erffkoep des voerscreven landes woe van dem gemeynen buren Overlangen ende Nederlangen verkofft ys deme upgenelten Prior unde gansen Convente eygen waeren tho wesen unde alle tyt guede waerscap tho doene unde offte nu de gemelten koepers des in schaeden quemen woe de dan tho quemen Soe verwylkoerden Evert Jurigen unde Wolter voerbenoempt dat dan die kleggers soelen macht hebben soe danen schaeden em drie tho gelick off een yder bysunder aff tho wynnenne unde tho maenne myt Rechte kummer unde besaete sunder eer unde eerer Erven unde anervent weder rede off ovelen moedt uth oeren alyngen guederen de se nu offte dan hebben eder tho krygen mochten bes soe alnge die klaegers oeren schaeden tho oers sulves seggen deger unde all untrechtent synt unde des nergen mede tho vermynderen unde geen partye teghen dussen breff noch inholt dusses breves myt neynen stucken the weder spreken Ock neynerley rechtycheit privilegien offte andere gewon te tho gebruyken Alle Argelyst nyefunde uth besproeken Want dan soe dane koep vertichnis unde uplaetynge suiker Erffguderen voer my Bernt Langen Rychter voerbenoempt in eynen gehegden gerichte unbesproken ys gescheen daer myt my an unde over weren koernoeten des gerichts Johan Hoppe Laeke tho Raeten umstenders heer Johan Koerst pastoer tho Laetten Lambert Langen Inzigen voeget tho deme Nyenhuse unde Herman Synnynge Unde des ther Orkunde unde tuychnisse der waerheyt Soe hebbe yck Berndt Langen Rychter voerscreven myn Ingeseggell van gerichts wegen wytlicken unde kentlicken an dussen breff gehangen Datum Anno domini dusent vyffhundert unde twe unde veertych Up maendach voer Petri ad vincula.

MARGE: ............ van ... droste tot
Switert van Bokel droste tor Vastnouwe raed in g.f. unde h.
Jurgen van Munster droste Iohan Reyken rentemester in Emeslant Johannes Horst pastor in Lathen manu propria.
DORSO : Littera de Barenvledder.


Hij trouwde 1526 met:
12809 Geseke N. [Gen. 14 Nr.: 12809 STAMOUDOUDER]
. Geseke is overleden na 1568 in Niederlangen-Hilgen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie bij overlijden van Geseke: Gestorben nach 1568, urk. 1537-1568
Kind van Godeke en Geseke:
I. Hermann Hilling [Gen. 13 Nr.: 6404 STAMBETOVERGROOTOUDER] (Zie 6404)



12828 Bernhard von Langen [Gen. 14 Nr.: 12828 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1530 in Sögel Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie bij de geboorte van Bernhard: geboren um 1530
Bernhard is overleden op 25-09-1594 in Sögel Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 64 jaar oud.
Notitie bij Bernhard: Richter auf dem Hümmling. Ab 1561 als Richter auf dem Hümmling zu Sögel, 1571: "Er ist ehelich geboren, frei, seinem Amte entsprechend gebildet, hat seine Wohnung in Sögel, ist unverleumdet, er versteht und besitzt das Gericht selbst"
Beroep: Richter (Als Richter auf dem Hummling zu Sögel, urk. ab 1561)




 

1581



1590



Religie: Katholiek
Hij trouwde met
12829 Brigitte Nomen Nescio [Gen. 14 Nr.: 12829 STAMOUDOUDER]. Brigitte is overleden na 1594 in Sögel Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie bij Brigitte: Bestattet nach 1594 in Sögel, urk. 1568 - 1594
Kinderen uit dit huwelijk:
I. Heinrich von Langen [Gen. 13 Nr.: 6414 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1565 in Sögel Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 6414).
12830 Hermann Kösters [Gen. 14 Nr.: 12830 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1540. Hermann is overleden in 1624 in Sögel Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 84 jaar oud.
Notitie bij Hermann: Beerbter und Vogt. Urk. 1593-1624.
Beroep: Sögel-deurwaarder
Religie: Rooms Katholiek
Hij trouwde met
12931 - Nomen Nescio [Gen. 14 Nr.: 12831 STAMOUDOUDER].
Kind uit dit huwelijk:
I. Wobbeke Kösters [Gen. 13 Nr.: 6415 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1565 in Sögel Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 6415).
12832 Johann van Groningen [Gen. 14 Nr.: 12832 STAMOUDOUDER]
, geboren omstreeks 1525 in Niederlangen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Notitie bij de geboorte van Johann: geboren um 1525
Johann is overleden na 1568 in Niederlangen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 43 jaar oud.
Notitie bij overlijden van Johann: gestorben nach 1568 in Niederlangen, urk. 1568
Notitie bij Johann: Beerbter
Religie:Katholiek
Hij trouwde met:
12833 N. Trina [Gen. 14 Nr.: 12833 STAMOUDOUDER]. N. is overleden na 1568 in Niederlangen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie bij overlijden van N.: Overleden na 1568, akte 1568
Religie:Katholiek
Kind van Johann en N.:
I. N. Grönninger [Gen. 13 Nr.: 6416 STAMBETOVERGROOTOUDER] (Zie 6416)
12864 Hermann Eynhus [Gen. 14 Nr.: 12864 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1515 in Oberlangen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
In een registratie in 1557 wordt geregistreerd Herman ton Einenhuss op een heel erf eigen.
In een registratie in 1562-1563 wordt geregistreerd Herman Einenhuys. Hij wordt aangeduidt als pauper.
In 1567 wordt Einhuisse aangeduid als eenheel erf. Grondheer is Von Schade. Het erf wordt nog steeds als arm gekwalificeerd (pauper).
In een registratie in 1568 wordt de volgende familie geregistreerd te Oberlangen: Familie Einenhuys met echtgenote Haseke, zoon Herman, en zoon Johan.
Hermann is overleden na 1568 in Oberlangen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 53 jaar oud.
Notitie bij overlijden van Hermann: Gestorben nach 1568
Religie: Katholiek
Hij trouwde met:
12865 Haske N. [Gen. 14 Nr.: 12881 STAMOUDOUDER]. Haske is overleden na 1568 in Oberlangen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie bij overlijden van Haske: Gestorbennach 1568
Kind van Hermann en Haske:
I. Johann Einhaus [Gen. 13 Nr.: 6432 STAMBETOVERGROOTOUDER] (Zie 6432)
12880 Abell Smit [Gen. 14 Nr.: 12880 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1530 in Niederlangen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Abell is overleden na 1568 in Niederlangen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 38 jaar oud.
Religie:Katholiek
Hij trouwde met:
12881 Imcke N. [Gen. 14 Nr.: 12881 STAMOUDOUDER]. Imcke is overleden na 1568 in Niederlangen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Kind van Abell en Imcke:
I. Hermann Schmidt [Gen. 13 Nr.: 6440 STAMBETOVERGROOTOUDER] (Zie 6440)
12896 Balmann ton Rupenneste [Gen. 14 Nr.: 12896 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1520 in Rupenest Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Balmann is overleden na 1568 in Rupenest Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, minstens 48 jaar oud.
Notitie bij Balmann: Urk. 1557-1568
Beroep: Beerbter [Landbouwer]
Religie: Rooms Katholiek
Hij trouwde met
12897 Grete Nomen Nescio [Gen. 14 Nr.: 12897 STAMOUDOUDER]. Grete is overleden na 1568.
Notitie bij Grete: Urk. 1568
Religie: Rooms KatholiekKind uit dit huwelijk:
I. Hermann Rupennest [Gen. 13 Nr.: 6448 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1557 in Rupenest Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 6448).
12904 Wilcke Tole [Gen. 14 Nr.: 12904 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1570 in Fresenburg Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Wilcke is overleden na 1606 in Fresenburg Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 36 jaar oud.
Religie:Evangelisch Luthers
Hij trouwde met:
12905 N. N. [Gen. 14 Nr.: 12905 STAMOUDOUDER]. N. is overleden na 1590 in Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Kind van Wilcke en N.:
I. Wilckens Baelmann [Gen. 13 Nr.: 6452 STAMBETOVERGROOTOUDER] (Zie 6452)
12912 Telo Stroetmann [Gen. 14 Nr.: 12912 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1570 in Ströhn Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Telo is overleden na 1606 in Ströhn Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 36 jaar oud.
Religie: Evangelisch Luthers



Over het erf Zum Strohn te Melstrup vinden we in 1640 het navolgende.
Tolo zum Strohen Ein geheell frey Erbe thuet dem landfurst. den wagendienst hatt zehn tonne saet bouwlandt, zehentfrey dab ubrige ligtt woeste hoylandt vunff taghmatt gibt unßen gn: hern ein schultschwein neben einen schuldtwedder.
Kerspelschatzung 3 R.
Contributionschatz 3 R.
Meyschatzung 2 ggl.
Herbstschatzung 3 mrk
Pherde 2
Koihe 6
Rinder 2
Schaeffe 40
Schweine 3
Die mutter zur leibsucht 4
Koihe 4
Pherde 2
bekante offentlich uber 2000 thaller schuldig zu sein. 1595 wurde eine zugehörige Windmühle verkauft. Ein Wasserstaurecht für eine in jüngere Zeit abgerissene Wassermühle wurde offensichtlich bei der letzten Flurbereinigung aufgegeben.


Hij trouwde met:
12913 N. N. [Gen. 14 Nr.: 12913 STAMOUDOUDER]. N. is overleden na 1590 in Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Kind van Telo en N.:
I. Lubbert zum Strohen [Gen. 13 Nr.: 6456 STAMBETOVERGROOTOUDER] (Zie 6456)
13280 Cyrillus (Cyrill) Ertzinger [Gen. 14 Nr.: 13280 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1590 in Helvetia. Cyrill is overleden na 1635 in Helvetia, minstens 45 jaar oud.
Religie: Mennoniet [zie artikel: Mennonites].
Hij trouwde, ongeveer 31 jaar oud, op 21-01-1621 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia met de ongeveer 26-jarige



XIV/13280 & 13281 huwelijk Cyrillus Ertzinger en Anna Stamin


13281 Anna Stamm [Gen. 14 Nr.: 13281 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1595 in Helvetia. Anna is overleden omstreeks 1660 in Helvetia, ongeveer 65 jaar oud.
Religie: Mennoniet [zie artikel: Mennonites].
Kind uit dit huwelijk:
I. Jacob Ertzinger [Gen. 13 Nr.: 6640 STAMBETOVERGROOTOUDER], gedoopt op 10-08-1623 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia (zie 6640).
13282 Zacharias Meyer [Gen. 14 Nr.: 13282 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1597 in Helvetia. Zacharias is overleden omstreeks 1660 in Helvetia, ongeveer 63 jaar oud.
Religie: Mennoniet [zie artikel: Mennonites].
Hij trouwde, ongeveer 23 jaar oud, omstreeks 1620 in Helvetia met de ongeveer 22-jarige
13283 Barbra (Barbel) Wanner [Gen. 14 Nr.: 13283 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1598 in Helvetia. Barbel is overleden omstreeks 1670 in Helvetia, ongeveer 72 jaar oud.
Religie: Mennoniet [zie artikel: Mennonites].
Kind uit dit huwelijk:
I. Agnes Meyer [Gen. 13 Nr.: 6641 STAMBETOVERGROOTOUDER], gedoopt op 24-07-1628 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia (zie 6641).
13284 Mathias (Thias) Russenberger [Gen. 14 Nr.: 13284 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1600 in Helvetia. Thias is overleden, ongeveer 60 jaar oud. Hij is begraven op 23-07-1660 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia.
Religie: Mennoniet [zie artikel: Mennonites].
Hij trouwde, ongeveer 25 jaar oud, op 03-04-1625 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia met de ongeveer 25-jarige



XIV/13284 begraven Mathias Rusenberger


XIV/13284 & 13285 huwelijk Mathias Russenberger en Madalena Ertzinger


13285 Madalena (Madlena) Ertzinger [Gen. 14 Nr.: 13285 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1600 in Helvetia. Madlena is overleden.
Religie: Mennoniet [zie artikel: Mennonites].
Kind uit dit huwelijk:
I. Hans Russenberger [Gen. 13 Nr.: 6642 STAMBETOVERGROOTOUDER], gedoopt op 06-09-1629 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia (zie 6642).
13286 Georg Pletscher [Gen. 14 Nr.: 13286 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1600 in Helvetia. Georg is overleden.
Religie: Mennoniet [zie artikel: Mennonites].



De familienaam Pletcher was gebruikelijk in Schleitheim, in het kanton Schaffhausen, Zwitserland in de 15e eeuw. De Pletchers waren bijna allemaal landeigenaren, ze waren allemaal katholiek en ze werden geclassificeerd als een adellijke familie. De naam had verschillende spellingen zoals Pletscher, Bletscher, Platscher, Ploetscher vanwege de regio waarin het gezin woonde. Rond 1520 tot 1530 braken de Pletcher's met het katholieke geloof en werden anabaptisten of mennonieten.
Omdat de kerk van Zwitserland katholiek was, werden de mennonieten vervolgd en soms verbannen. Aan het einde van de Dertigjarige Oorlog (1648) ontvluchtten veel voortvluchtige mennonieten Zwitserland.




 
Anabaptisten ter dood veroordeeld op de brandstapel of op het zwaard
De Schleitheim Confessie (ook bekend als de Brüderliche Vereinigung of de Schleitheim Brotherly Union) wordt erkend als een keerpunt articulatie van bepaalde Zwitserse wederdopers onderscheidende kenmerken. Michael Sattler wordt nu geaccepteerd als de hoofdauteur van de zeven artikelen die bekend staan ​​als de Brüderlich Vereinigung (Schleitheim-bekentenis), die een algemeen aanvaarde geloofsbelijdenis werd van de Zwitserse en Zuid-Duitse wederdopers. Deze werden op 24 februari 1527 bekrachtigd tijdens een vergadering van wederdopers in het Noord-Zwitserse dorp Schleitheim; de eerste wederdoperssynode.
"Anabaptist" is eigenlijk een Grieks woord dat "wederdoper" betekent, dat vanaf de 4e eeuw in het Latijn van de kerk wordt gebruikt en ten minste al in 1532 in het Engels verschijnt, zelden gebruikt in het 16e-eeuwse Duits of Nederlands, waar de vertaling Wiedertäufer en Wederdooper wordt gebruikt vanaf het begin van de wederdopersgeschiedenis in 1525.
De keizerlijke wet uit de tijd van Justinianus (529 n. Chr.) maakte de herdoop tot een van de twee ketterijen die met de dood werden bestraft, de andere was antitrinitarisme. Dus door de radicalen van de Reformatie als "wederdopers" te classificeren, werden ze meteen wettelijk onderworpen aan veroordeling en executie. Op 18 september 1527 werd het eerste bekende lid van de Zwitserse broeders op deze plaats in de gevangenis van Schaffhausen geworpen.
Het uiteindelijke resultaat was de militaire bezetting van het dorp in 1595, om de Zwitserse broeders te dwingen naar de kerk te gaan en hun kinderen met geweld te dopen. Ondanks dit alles werd een duidelijke toename van de beweging opgemerkt. Er werd een nieuwe waarschuwing uitgevaardigd, waarin met strenge straf werd gedreigd. Het was de wederdopers verboden om hun vee te laten grazen bij de gewone kuddes. Hans Russenberger, die anderen tot het wederdoopdom had geleid, kreeg het bevel het dorp binnen een week te verlaten [zijn dochter Eva Russenberger was getrouwd met Michael Ertsinger].
In 1612 werden alle wederdopers, behalve vijf oude mannen, verdreven. Ze vluchtten naar de naburige gemeenschappen, maar werden teruggestuurd. Toch bloeide de gemeente op. Een man wiens vrouw een anabaptist was, kreeg de opdracht om tegen de ochtend te vertrekken. Wanner, blijkbaar de leider van de congregatie, werd in de "Anabaptistengevangenis" gestopt. Overdag moest hij dorsen en 's nachts zat hij in enkelboeien. Hetzelfde lot trof de "koppige" Georg Pletscher[de schoonvader van Hans Russenberger].
Uiteindelijk werd al het vee van de wederdopers afgenomen. Het antwoord was acht toevoegingen aan de Zwitserse Broeders. De regering antwoordde opnieuw met gevangenisstraf en dwangarbeid. In de tweede helft van de Dertigjarige Oorlog moesten de doopsgezinden betalen voor een plaatsvervanger ter bescherming van de landsgrenzen, en later moesten ze hem inschepen en onderbrengen.
Ondanks al deze onderdrukkingen ging de congregatie geenszins achteruit. In 1640 werd een ultimatum gesteld voor hun bekering. Het was vruchteloos. In 1641 werd het dorp opnieuw bezet door het leger. Alle mannen die doopsgezind waren, werden naar Schaffhausen gebracht en in de boeien geslagen. Vijf van hen braken uit, maar werden gepakt en in een kettingbende gestopt, waarbij de kettingen waren voorzien van bellen. In 1642 werd een bevel uitgevaardigd dat een boete van 100 florin oplegde aan iedereen die een wederdoder 's nachts vasthield, en twintig voor het praten met een.
In 1648 vernam de raad van Schaffhausen dat de wederdopers opnieuw weigerden hun kinderen naar school en naar de kerk te sturen. Ze werden daarop bevolen om hun goederen te verkopen en te verhuizen. Toen ze weigerden, werd de magistraat bevolen om hun eigendom te verkopen. Maar er waren geen kopers te vinden, en dus nam de overheid de landbouw over. Nu werden veel mennonieten gedwongen naar de Palts te emigreren. Anderen wilden in ieder geval hun kinderen daarheen sturen, zodat ze als doopsgezind zouden kunnen worden opgevoed. Deze kinderen dreigde de gemeente met verlies van staatsburgerschap en verbanning. Helaas is er geen verslag van deze emigratie bewaard gebleven. De gemeente was nu klein en werd nog steeds met dezelfde hevigheid vervolgd.
De strijd van de congregatie had 150 jaar geduurd.


Hij trouwde met
13287 Barbel Rössler [Gen. 14 Nr.: 13287 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1600 in Helvetia. Barbel is overleden.
Religie: Mennoniet [zie artikel: Mennonites].
Kind uit dit huwelijk:
I. Anna Bletscher [Gen. 13 Nr.: 6643 STAMBETOVERGROOTOUDER], gedoopt op 14-04-1628 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia (zie 6643).
13348 Johann Severin [Gen. 14 Nr.: 13348 STAMOUDOUDER].
Hij trouwde met





13349 Katharina von Vietinghoff genannt Scheel [Gen. 14 Nr.: 13349 STAMOUDOUDER]. Katharina is oveleden ca. 1549.
Notitie bij Katharina: Vietinghoff genannt Scheel / Vittinghof. Via Katharina loopt er een link naar Karel de Grote!
Kind uit dit huwelijk:
I. Johannes (Johann) Severin von Eckstein [Gen. 13 Nr.: 6674 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren op 23-10-1548 in Schellenberg, Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 6674).




 

Link naar Karel de Grote



13350 Johann Märker genannt Fröhling [Gen. 14 Nr.: 13350 STAMOUDOUDER]. Johann is geboren voor 1527 Hattingen, Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation en overleden in Bochum, Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie: Fröling / Froelich / Vroling

Hoffiskal, Landrichter, Ratsherr




 

1523 Verkoop aan de dominee van het kruisaltaar aan de kerk in Wengeren een jaarlijkse korenhuur.
1531 vermeld als raadslid van de stad Hattingen
1550 familie in "der Märker" genoemd als inwoners van Hattingen
Wethouder in Hattingen Rechtbank fiscaal en Rechter in Hattingen





Hij trouwde met
13351 Greitha/Greithen von der Pforten [Gen. 14 Nr.: 13351 STAMOUDOUDER].
Kind uit dit huwelijk:
I. Johanna Christine Margaretha Märker [Gen. 13 Nr.: 6675 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren in 1556 in Hattingen, Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 6675).
13356 Albert Blankenstein [Gen. 14 Nr.: 13356 STAMOUDOUDER]. Albert is overleden in 1559.
Beroep: Schustermeister, Ratsherr der Schustergilde (Schoenmakersmeester, raadslid van het schoenmakersgilde)
Hij trouwde met
13357 - Nomen Nescio [Gen. 14 Nr.: 13357 STAMOUDOUDER].
Kind uit dit huwelijk:
I. Rötger Blankenstein [Gen. 13 Nr.: 6678 STAMBETOVERGROOTOUDER] (zie 6678).
13358 Reinhold Vogelpoth [Gen. 14 Nr.: 13358 STAMOUDOUDER].
Hij trouwde met
13359 Bela Nomen Nescio [Gen. 14 Nr.: 13359 STAMOUDOUDER].
Kind uit dit huwelijk:
I. Margaretha Vogelpoth [Gen. 13 Nr.: 6679 STAMBETOVERGROOTOUDER] (zie 6679).
13440 Heinrich Motherer [Gen. 14 Nr.:13440 STAMOUDOUDER]
, geboren omstreeks 1485 in Kronweißenburg / Elsaß Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie bij de geboorte van Heinrich: Vorname auch Henrich! ~ Henri Moterer.





Mothern

De geslachtsnaam Moter, eertijds Motherer, lijkt zich terug te voeren naar de plaats Mothern, die zich in de regio Onder-Elzas begeeft in de buurt van de Duits Franse grens ligt zo'n 15 kilometer van Wissembourg (Duits: Weißenburg im Elsaß); een gemeente en stadje in het uiterste noordoosten van het Frankrijk gelegen, vlak aan de grens met Duitsland. De gemeente behoort tot het departement Bas-Rhin.


'Heinrich Motherer was patriarch van de gehele Moter familie uit Zuid-Hessen, velen daarvan waren voorgangers.'


Religie: Katholisch, später Evangelisch.
Beroep: Priester / Pfarrer: REFORMATO
Notitie: Heinrich-Moter-Straße Griesheim!



1517 Katholischer Priester zu Weißenburg an St. Thomas und St. Johannan
1522 In Weißenburg/Elsaß wird die Reformation durch Heinrich Motherer, Pfarrer der Johanneskirche, und Martin Bucer eingeführt
1523 Vertrieben wegen seiner lutherischen Predigten
1523 - 1524 Pfarrer in Straßburg
1524 - 1525 Pfarrer zu Weißenburg
[er wird wieder 1525 in Weißenburg und in den Wirren des Bauernkrieges erneut vertrieben]
1526 Ist er in Wittenberg
[unter dem Rektorat von Justus Jonas an der Universität Wittenberg (heute Martin-Luther-Universität Halle-Wittenberg) eingeschrieben]
1527 - 1528 Pfarrer zu Arheilgen bei Darmstadt 1527 wurde mit der Einsetzung des ersten evangelischen Pfarrers Heinrich Moter die lutherischer Reformation eingeführt
1529 - 1543 Lutherischer Pfarrer zu Griesheim bei Darmstadt


Protestant Reformation



De katholieke geestelijk Heinrich Motherer was een volgeling van Martin Luther en de Reformatie. Op 31 oktober 1517, zou Martin Luther als Augustinse monnik, 95 stellingen aan de deur van de Wittenbergse Kerk nagelen. Hij begon hiermee de beweging die bekend zou worden als 'de Reformatie' ~ de corrupte praktijk van de katholieke kerk werd aangevallen; hierbij ging het met name om de verkoop van aflaat [indulgentia] om de zonde [penitentie] te verlossen.

Heinrich Motherer studeerde waarschijnlijk de Theologie in Heidelberg aan de oudste universiteit van Duitsland, opgericht in 1386. Deze universiteit zou haar deuren tegen de Hervorming in Martin Luther's 1518 Heidelberg Dissertatie sluiten. De Heidelberg Dissertatie werd gehouden in de hoorzaal van de Augustijnse orde op 25 april 1518. Het was hier dat Martin Luther de kans kreeg om zijn standpunten te formuleren. In de verdediging van zijn theses, die culmineren in een tegenstelling tussen goddelijke liefde en menselijke liefde, verdedigde Martin Luther de leer van menselijke verdrukking en de bondage van de wil.




 

Martin Luther





Weißenburg

Het is gedocumenteerd dat hij op 32-jarige leeftijd Heinrich Motherer in 1517, toen de Hervorming begon, als katholieke geestelijke leider in de St. Johannes Kerk in Weißenburg gewerkt heeft. Aanvankelijk was de Johanneskirche een parochiekerk van Wissembourg, onder de bescherming van de abdij Weissenburg. Maar dit veranderde toen hij het zelfstandig kon kopen rond 1520. Hij wilde in staat zijn om zijn werknemers zelf te kiezen en kocht dientengevolge zijn kerk, de Johanneskirche, van de Benedictijnse abdij. Dit gebeurde in overleg met de Weiβenburger wethouders voor een bedrag van 500 gulden.

In de Elzas - net als in andere provincies van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie, was de Lutherse doctrine, gebaseerd op de "pure evangelie" zich zeer snel aan het verspreiden, vooral bij de burgerij van de vrije steden.




 

De Weißenburger bevolking waren inderdaad al vele jaren in conflict met de abdij. De abten benoemden de priesters van de gemeenschappen die vaak nauwelijks werden gevormd. Dat was niet in het geval van Heinrich Motherer en zijn Johanneskirche in Wissembourg. Hij was een verlicht man die erin geslaagd was om de kerk te verlossen en hen onafhankelijk te maken. Hij verklaarde in het openbaar zich voor de Reformatie.
Hij trouwde in 1522 Anna Jacob van Germersheim.



l'église Saint Jean de Wissembourg


Omdat Heirich Motherer de mensen de grondslagen van de protestantse leer wilde bijbrengen, ging hij naar Martin Butzer van Schlettstadt, die predikant was bij Franz von Sickingen en bekend was om zijn ijver en goede kennis van de Heilige Schriften. Butzer kwam op zijn verzoek in november 1522 naar Weißenburg. Sinds het begin van zijn korte termijn was hij in conflict met de monniken. Butzer nodigde zijn tegenstanders uit naar een openbaar dissertatie, maar ze kwamen niet.

Ze verkondigden de nieuwe evangelische doctrine met zo'n grote ijver dat zowel Butzer als Moterer werden geëxcommuniceerd en de bisschop ze dreigde voor een seculiere rechtbank te slepen.




 


De politieke situatie was zeer gespannen. Zo kwam Weiβenburg in de problemen kwam na een nederlaag van de protestantse troepen, dientengevolge heeft de gemeenteraad aan Heinrich Motherer gevraagd om samen met zijn kapelaan de stad te verlaten totdat het weer rustig werd. Om geen aandacht te trekken, moesten zij in het geheim vluchten. Omdat beide mannen niet de schuld van het ongeluk van de stad op hun geweten hadden, gingen zij akkoord. Zo kwam het dat Heinrich Moterer en Martin Butzer met hun vrouwen in de nacht van 13 op 14 mei 1523 hals over kop door een geheime deur in de stadsmuur Weiβenburg naar Straatsburg zijn gevlucht.

Eind 1523 of begin 1524 was Heinrich motherer weer terug in Weiβenburg. Maar met de komst van de boerenopstanden in 1525 greep de Katholieke keurvorst van de Palts in en moest hij met zijn vrouw en kinderen zijn stad weer verlaten, dit keer voor altijd.

Hij besloot daarop naar Wittenberg te gaan en Martin Luthers interpretatie van het Evangelie te gaan studeren. Onder zijn latijnse naam 'Henricus Moterus' vinden we hem in 1526 in het studentenregister van de universiteit van Wittenberg ingeschreven.



1526 Henricus Moterer Weissenburg



De Landgraaf Philip van Hessen hielp hem aan een parochie in Arheilgen [Landgraf Philipp von Hessen verhalf ihm zu einer Pfarrstelle in Arheilgen]. Hij hielp Heinrich Motherer na zijn jaar van de studie in Wittenberg, want al in 1527 vinden we hem als een Lutherse predikant in Arheilgen. In deze, dan onafhankelijk, gemeenschap introduceerde hij onmiddelijk na zijn aantreden de Reformatie.



Landgraf Philipp asked the Council of Luther and Melanchthon to carry out the first reform measures in Hesse. Landgraaf Philipp vraagt het advies van Luther en Melanchthon voor het uitvoeren van de eerste reformatorische maatregelen in Hessen.


Arheilgen Ortsteil Wissenschaftsstadt Darmstadt

De rijke buitenwijken verschilden aanzienlijk van de armere wijken, met hun uitgebreide boerderijen. Dit had zowel betrekking op de omvang van hun velden en hun locatie aan de hoofdweg van Frankfurt naar Heidelberg. Reizigers stopten hier en lieten hun paarden rusten. Beide dorpen werden gescheiden door de rivier Ruthsenbach en elke dorp was omringd door een met water gevulde gracht. Echter, de aan de Kathedraal verbonden verhuurders hadden de hogere jurisdictie over Beide dorpen. Na het uitsterven van de heren van Falkenstein grepen zij hun kans in 1437 en wisten zo in het bezit te komen van het lager gelegen dorp. In 1479, vielen de nu verenigde Arheilgen landen, met de gehele 'Obergrafschaft Katzenelnbogen', onder de graven van Hessen.

In 1527 werd de Reformatie geïntroduceerd met de komst van de eerste evangelist Heinrich Moter. De bedevaartskerk "Onze Lieve Vrouw van Liefde" in het noord-oosten van de wijk Arheilger werd als gevolg hiervan in 1527 het slachtoffer en is geveild op de sloop.


Zur Erinnerung an den Reformator Arheiligens wurde 1927 in Arheiligen bei der Kirche die "Motereiche" gepflanzt.


Marienkirche
45 Jahre lang war diese neue Marienkirche katholisch. Daran erinnert noch der heute vorhandene silbervergoldete Abendmahlskelch aus der Zeit um 1500, der auf seinem Knauf den eingravierten Namen MARIA trägt.
Dann wurde 1527 in Arheilgen durch Heinrich Moterus, einen direkten Lutherschüler, die Reformation eingeführt. Hiermit waren auch erste einschneidende Veränderungen im Inneren des Kirchengebäudes verbunden. So ist anzunehmen, dass der seitherige Marienhochaltar sowie der Altar zum Abhalten der Frühmesse verschwanden. Zudem rückte das Kirchenschiff stärker in den Mittelpunkt des gottesdienstlichen Geschehens. Darum wurden nun im Kirchenschiff ausreichend Sitzgelegenheiten geschaffen und die Emporen eingebaut.


















Heinrich-Moter-Straße Griesheim! ~ Das Dorf Griezheim: 1529 Reformationeinführung durch Heinrich Moter










Heinrich is overleden omstreeks 1543 in Griesheim - Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 63 jaar oud.
Hij is getrouwd circa 1522 in Weißenburg Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation met
13441 Anna Jacobi [Gen. 14 Nr.:13441 STAMOUDOUDER]
. geboren in Germersheim Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie bij de geboorte van Anna: Pfalz!
Anna is overleden.
Kind uit dit huwelijk:
I. Johann Daniël Moter [Gen. 13 Nr.:6720 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1528 in Arheilgen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 6720).
13442 Joannes Nikolaus Fabri (Fabrizius) [Gen. 14 Nr.: 13442 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1490 in Koblenz Reinland-Pfalz Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie bij Nikolaus: Nicolam Fabrum "FABROTTUS"
Er hat das Reformationswerk in der Diozöse Darmstadt zum Abschluß gebracht und das Kirchenwesen besser organisiert.
Beroep: Priester / Pfarrer
1490 - 1523 Katholischer Priester zu Groß - Gerau Hessen
1523 - 1536 Evangelischer Pfarrer zu Groß - Gerau Hessen
1536 - 1555 Superindentent der Obergrafschaft Hessen in Groß - Gerau:
Die Darmstädter Superintendentur gehört zu den sechs ältesten Superintendenturen in Hessen (1531: Marburg, Kassel, Alsfeld, Rotenburg, Darmstadt, St. Goar).
Die Grenzen der sechs Diözesen waren nach der Teilung des Landes 1567 in vier Landgrafschaften nicht geändert worden. Der Darmstädter Superintendent beaufsichtigte außer den Hessen-Darmstädtischen Pfarreien auch noch 11 Hessen-Marburgische (Herrschaft Eppstein), eine Erbachsche (Bickenbach), zwei Frankensteinsche (Eberstadt, Nieder-Beerbach), eine Rodensteinsche (Neunkirchen), eine Heusenstammsche (Gräfenhausen), zwei Isenburgsche (Sprendlingen und Geinsheim).
Verzeichnis der Superintendenten in Darmstadt.
1527 - 1530 Nikolaus Maurus,
1530 - 1536 Bernhard Weigersheim,
1536 - 1555 (+) Nikolaus Fabri (Sitz in Groß-Gerau)
Ueber seine Herkunft ist noch nichts bekannt. Erhatte einen Sohn Kaspar, der den Beruf des Vaters ergriff.
Schreiben des Johann Vogt von Fronhausen und des Schultheißen Johann Kottwitz an Pfarrer Nicolaus [Fabri] anlässlich dessen Streitsmit der Gemeinde um seinen Anteil an deren Holznutzung [ca. 1550-1560]

Nikolaus is overleden, ten hoogste 65 jaar oud. Hij is begraven vóór 08-09-1555 [unter dem Altar in seiner Kirche, vordem Kath. Kirche 'Unser Lieben Frauen'] in Gross - Gerau Hessen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Hij trouwde, ten hoogste 34 jaar oud, vóór 1524 [Berkach?] met
13443 Maria Catharina Spetz [Gen. 14 Nr.: 13443 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1493. Anna is overleden, ongeveer 84 jaar oud. Zij is begraven op 08-01-1577 in Gross - Gerau Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie bij Anna: "Die alte Pfarrerin "! Spetz oder Spitz!
Kind uit dit huwelijk:
I. Nomen Nescio Fabri [Gen. 13 Nr.:6721 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren in 01-1523 in Gross-Gerau Hessen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 6721).
13456 Matthes Engart [Gen. 14 Nr.: 13456 STAMOUDOUDER], geboren omstreeks 1530 in Rossdorf Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Matthes is overleden na 1588 in Rossdorf Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, minstens 58 jaar oud.
Notitie: In der Kirchenkastenrechnung von Roßdorf 1555 genannt,

(Schon 1496 kommt die Familie in der Steuerliste mit Contz, Hans und dessen Sohn Henne vor. Die Familie nennt sichjedoch noch Engelhardt. Ab 1622 Wird der Familienname Engert geschrieben).

Hij trouwde met
13457 - Nomen Nescio [Gen. 14 Nr.: 13457 STAMOUDOUDER]. - is overleden.
Kind uit dit huwelijk:
I. Peter Engart [Gen. 13 Nr.: 6728 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1560 (zie 6728).



13502 Hermann von Weiffenbach [Gen. 14 Nr.: 13502 STAMOUDOUDER]. Hermann is overleden na 19-02-1576.
Hij trouwde met
13503 - Nomen Nescio [Gen. 14 Nr.: 13503 STAMOUDOUDER].
Kind uit dit huwelijk:
I. Anna Maria von Weiffenbach [Gen. 13 Nr.: 6751 STAMBETOVERGROOTOUDER] (zie 6751).




 


13728 Dirck van der Snoeck [Gen. 13 Nr.: 13728 STAMOUDOUDER].
Hij trouwde met
13729 - Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 13729 STAMOUDOUDER].
Kind uit dit huwelijk:
I. Luyt Dirxsz van der Snoeck [Gen. 13 Nr.: 6864 STAMBETOVERGROOTOUDER] (zie 6864).
13730 Adriaen Nomen Nescio [14 Nr.: 13730 STAMOUDOUDER].
Hij trouwde met
13731 - Nomen Nescio [14 Nr.: 13731 STAMOUDOUDER].
Kind uit dit huwelijk:
I. Maritgen Ariensdr. [Gen. 13 Nr.: 6865 STAMBETOVERGROOTOUDER] (zie 6865).



VERVOLG

ZIE GENERATION XIV bis



NAAR BOVEN / TO TOP OF PAGE