https://www.de-Paula-Lopes.nl
GENERATION I
GENERATION II
GENERATION III
GENERATION IV
GENERATION V
GENERATION VI
GENERATION VI bis
GENERATION VI tertium
GENERATION VII
GENERATION VII bis
GENERATION VII tertium
GENERATION VIII
GENERATION VIII bis
GENERATION VIII tertium
GENERATION IX
GENERATION IX bis
GENERATION IX tertium
GENERATION X
GENERATION X bis
GENERATION X tertium
GENERATION XI
GENERATION XI bis
GENERATION XII
GENERATION XII bis
GENERATION XIII
GENERATION XIII bis
GENERATION XIV
GENERATION XIV bis
GENERATION XV
GENERATION XV bis
GENERATION XVI
GENERATION XVI bis
GENERATION XVII
GENERATION XVII bis
GENERATION XVIII
GENERATION XVIII bis
GENERATION XIX
GENERATION XIX bis
GENERATION XX
GENERATION XX bis
GENERATION XXI
GENERATION XXII
GENERATION XXIII
GENERATION XXIV
GENERATION XXV
GENERATION XIII



Generatie 13 (stambetovergrootouders)

4340 Francisco Ribeiro [Gen. 13 Nr.: 4340 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Francisco is overleden.
Hij trouwde, Reino de Portugal e dos Algarves, met
4341 Joana Dias [Gen. 13 Nr.: 4341 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Joana is overleden. Kind uit dit huwelijk:
I. Pedro Ribeiro [Gen. 12 Nr.: 2170 STAMOVERGROOTOUDER] (zie 2170).
4342 Francisco Carvalho [Gen. 13 Nr.: 4342 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Francisco is overleden.
Hij trouwde, Reino de Portugal e dos Algarves, met
4343 Maria Pereira [Gen. 13 Nr.: 4343 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Maria is overleden. Kind uit dit huwelijk:
I. Guiomar Fernandes [Gen. 12 Nr.: 2171 STAMOVERGROOTOUDER] (zie 2171).



4912 Gaspar Quaresma Ximenes de Aragão Caminha [Gen. 13 Nr.: 4912 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1563 in de parochie van São Cristóvão Lisboa Reino de Portugal e dos Algarves. Gaspar is overleden na 1635 ten minste 72 jaar oud.
Religie: Cristão novo [nieuwe chisten].
Notitie:
- Nobele ridder van het Koninklijk Huis
- Woonde in de buurt van São Mamede in Lissabon
- Senhor do Engenho Araripe de Baixo (samen met zijn broer Duarte [Gen. 13 Nr.: 4914 STAMBETOVERGROOTOUDER])




 
Op een rood veld twee gouden kolommen in pieken, met daarboven elk zijn fleur de lis, eveneens in goud, en tussen de kolommen twee gekruiste zwaarden in de vorm van een “X”, in zilver, met gouden versieringen. aanhalingstekens, met de punten naar het hoofd (het bovenste deel van het schild).

In 1603 werden deze wapens gecertificeerd aan de familie Ximenes de Aragon, via de wapenkoning André de Herédia, woonachtig in Valladolid, Spanje.




In een manuscript, waarschijnlijk het origineel van de “Nobiliarquia Pernambucana”, staat dat de ouders van Antônio Fernandes Caminha de Medina (De Oudere) Gaspar Ximenes de Aragão en Catarina Caldeira waren.
 
[1] [João Baptista de Abreu Ximenes de Aragão] geboren in Itamaracá... was de zoon van

[2] [Antonio Fernandes Caminha de] Medina, geboren in Lissabon, tweede heer van dezelfde Morgado, en

[3] [zijn vrouw Maria] Soares de Abreu, geboren in Araripe, kleinzoon van vader

[4] van Gaspar] Ximenes de Aragão, en zijn vrouw eigenaar

[5] Caltarina Caldeira] nicht van de oprichter van Afonso Dias de Medina. ..

[6] ...aan moederskant van Duarte Ximenes de Aragão, geboren in Lissabon

[7] broer van [Gasp[ar] Ximenes de [Aralgão] en hierboven genoemd, en zijn vrouw Dona Fe

[8] Lipa de Abreu Lima, geboren in Goiana […]
 


1583

Gaspar Ximenes woonde in het jaar 1583 in Malakka of Malacca (Maleis: Melaka), officieel Melaka Bandaraya Bersejarah is een historische kuststad in Maleisië en hoofdstad van de gelijknamige deelstaat Malakka. Het werd op 24 augustus 1511 onder leiding van generaal Alfonso d'Albuquerque door de Portugezen bezet en werd een strategische basis voor verdere Portugese expansie in Oost-Indië.




 
In 1606 zouden de Nederlanders Melaka veroveren op de Portuguesen. Op deze kaart staan gebouwen die door Alfonso de Albequerque gebouwd waren. Later werden alle bgebouwen in kaart gebracht zoals in 1657.


Heróis do naufrágio



Gaspar Ximenes Caminha was een van de helden van de schipbreuk die plaatsvond op 19 augustus 1585 met het schip Santiago Capitão Fernão de Mendoça, o anno 1585, em 19 de Agosto, em 22 gráos e hum terço.
   
[…] omdat Gaspar Ximenes en Fernão Ximenes, eerbare en goed opgevoede mensen, veel vrienden op het schip hadden […] […] porque Gafpar Ximenes, en Fernão Ximenes, por ferem peffoas honradas, e de bom procedimento, tinhâõ muitos amigos no batel […]
   
Het schip Santiago raakte 's nachts op volle snelheid het atol Bassas da India, op weg naar India, in 1585. Als vlaggenschip van een vloot verliet de Santiago [onder bevel van kapitein Fernão de Mendonça] Lissabon in de eerste week van april 1585, beladen met geld, beschilderde leren voorwerpen en koopwaar om in India te verkopen.
Coördinaten van het scheepswrak gevonden in december 1977: Lat. -21,515578; Lang. 39,644197
Santiago vervoerde tussen de 450 en 500 mensen. Onder de bemanning en passagiers bevonden zich acht priesters, onder wie Frei Tomás Pinto, benoemd tot algemeen inquisiteur in India. Bothe Gaspar en zijn broer Fernão Ximenes de Aragão Caminha waren ook aan boord.
Slechts drie dagen buiten Lissabon scheidde een storm Santiago van de vloot en deze reisde zonder grote incidenten naar India. Nadat ze Kaap de Goede Hoop waren gepasseerd, concentreerden de piloten zich op het vermijden van het Bassas da India-atol – ook wel Baixo da Judia genoemd – maar berekenden hun positie verkeerd en op 19 augustus raakten ze op volle snelheid deze ondiepten, waarbij ze de koralen ramden en de onderste romp inbedden. in hen. Er wordt gezegd dat het schip zijn bodem tegen het koraalrif heeft verloren, en dat delen van de bovenste werken mogelijk zijn weggedreven en tot stilstand zijn gekomen boven het koraalrif op het zuidelijke deel van het atol.
KLIK HIER OF OP EEN VAN DE HIERBOVEN FOTO'S OM HET VOLLEDIGE RAPPORT VAN HET INCEDENT TE BEKIJKEN OP PAGINA'S 61 – 152. [77.356 KB]


O local do naufrágio foi encontrado em dezembro de 1977 pelo caçador de tesouros chamado Ernert Erich Klaar, onde vários artefatos foram encontrados durante os três anos seguintes incluindo os 12 canhões de bronze, um astrolábio, vários quilos de moedas de prata, objetos religioso e algumas jóias. A maior parte desta coleção foi vendida em parte pelo senhor Klaar, uma a empresi Santiago Marketing Ltda, as outras pelo Museu de Marinha, em Lisboa, que tem os quatro berços manuelinos (canhão de carregar pela culatra); e pelo Museu Sul-Africano de Natal. As moedas d prata foram vendidas em especial as Casas da Moeda de Sevilha e do México na década de 1980.
De wraklocatie werd in december 1977 gevonden door een schatzoeker genaamd Ernert Erich Klaar, waar in de daaropvolgende drie jaar verschillende artefacten werden gevonden, waaronder 12 bronzen kanonnen, een astrolabium, religieuze voorwerpen en enkele sieraden. Het grootste deel van deze collectie werd gedeeltelijk verkocht door de heer Klaar, aan het bedrijf Santiago Marketing Ltda, en aan het Museu de Marinha in Lissabon, waar de vier 'berços manuelinos' (kanonnen met stuitligging) staan; en het Zuid-Afrikaanse Museum van Natal.


Aan boord werden enkele kilo's zilveren munten geborgen. Deze munten werden in de jaren tachtig van de XXe eeuw vooral verkocht in de munthuizen van Sevilla en Mexico.




 


“[...] zoals Gaspar Ximenes me vertelde, wie leeft vandaag de dag, en wie werd gered in dit scheepswrak [...] En hier zie ik Gaspar Ximenes elke dag in S. Anna de Lisboa waar ik nu woon, en hij heeft twee zusterzusters, in wier beroep deze gebeurtenis werd gepredikt, en de finesse van liefde [...]”. Het interview vond plaats met Miguel Leitão de Andrada in 1625. Catarina Caldeira, de vrouw van Gaspar, was zeer waarschijnlijk een familielid van de broers Fernão & Diogo Rodrigues Caldeira, “eervolle en kredietwaardige kooplieden”, die zwagers en neven waren van Manual Caldeira. Ze waren allemaal aan boord de nacht van het scheepswrak schip Santiago in 1585, samen met Gaspar Ximenes Caminha.


Mogelijk is Catarina Caldeira ook een zeer nauwe verwant van de in Antwerpen wonende jood Rodrigo Álvares Caldeira, die de oom was van Luis Álvares Caldeira, die rond 1575 intensief samenwerkte met de Ximenes van Aragão in de handel van Antwerpen (België), Keulen (Duitsland), Amsterdam (Nederland) en Hamburg (Duitsland) en Livorno (Italië).



- Koopman ~

In een brief gedateerd 16 maart 1588, gedateerd in Lissabon en gericht aan de onderkoning van India, stond de regent toe aan Antonio Fernandes Ximenes (zoon van Thomas Ximenes de Aragão en Teresa Vasques D'Elvas) en Gaspar Ximenes (neven), dat zij zelfstandig vrijelijk de belangen van hertogin Catharina de Bragança konden behartigen en haar voorzien van specerijen die haar volgens de wet toebehoorden.

[Catharina de Bragança werd geboren op 18 januari 1540 en stierf op 15 november 1614, dochter van Infante D. Duarte, hertog van Guimarães (de zesde zoon van Manuel I van Portugal), en Infanta D. Isabel de Bragança. Dona Catarina was zeer goed opgeleid in de Latijnse en Griekse talen, en in de wetenschappen van astronomie en wiskunde. Hij stichtte het klooster van karmelieten op blote voeten in Alter do Chão. Hij trouwde op 8 december 1563 met Dom João 1, 6e hertog van Bragança.]




 

Catharina de Bragança





In een brief [zie hieronder] van Gaspar Ximenes, geschreven in het midden van de 17e eeuw aan een onbekende ontvanger [zeer waarschijnlijk Pierre de Brovssel, conseiller de Roy & parlement de Paris], verwijst hij onder meer naar:

- het incident dat zijn vrouw overkwam met een dronkaard
- de nieuwe belastingen vanuit het koninkrijk die vermeden moeten worden omdat zij “ te zwaar zijn ”
- de peperopbrengst uit het “India-huis”


“Vindo da caza de Vossa Senhoria com determinasão de tornar depois de comer, ver Vossa Senhoria fui tão desajuizado, que chegando a caza achei a minha molher com hum asidente, que lhe deu supito de que está sem juízo, sendo pessoa muito sezuda dantes, e para isto não tem ocasião alguma mais que a de meus pecados; seja Deos louvado / por este respeito não sai mais fora, e oje fazia conta de responder a Vossa Senhoria e mandar-lhe o papel que justamente ficou de mim.

No goal digo (...) no que toqua a dinheiro não sei responder para que o que o Reino rende e tem de despeza Vossa Senhoria o sabe melhor que todos e o que pode sobejar / tributos novos não devemos falar niso que assaz carregado está o Reino deles e quando ouvera em que os por. Vossa Senhoria sendo como he tão zelozo do serviso de Deos e do bem publigo etc não
consintira / e quanto aos remedios extraordinarios de que o papel fala eu os não entendo / e paresera-me a mim justo e bom e ordinario remedio que assi como Sua Magestade nos primeiros dous anos em que sucedeo neste Reino mandou levar dele mais de dous milhoens d'ouro que lhe forão da Casa da India das pimentas em muito boas letras que era o cabedal com que esta Coroa se governava que mandase vir da prata que ora (...) tudo: o que fose nesesario para o socorro da India a conta deste dinheiro que tirou do Reino e nisto fara o que el Rei nosso senhor que santa gloria aja seo pai fazia que era: se tirava desta Coroa algum dinheiro logo lho mandava restetuir / isto he o que entendo e como Vossa Senhoria me dise que falase. Falta conciensia tudo o que for fora disto me parece que sera contra ela / e Sua Magestade he tão poderoso e tão clemente que con faselidade fara isto. E Deus guarde a Vossa Senhoria muitos anos; de caza domingo — aqui vai o papel /

Gaspar Ximenez”.


Gaspar Ximenes Caminha was de brug voor de handel van zijn broers Fernão Ximenes de Caminha in Goa en Cochin, en Duarte Ximenes Caminha in Pernambuco. Hij was degene die de goederen ontving en verder verhandelde.

Hij bracht weinig bezoeken aan Brazilië, zijn broer Duarte Ximenes, die in Brazilië woonde, exporteerde suiker naar hem in Lissabon, waarbij Duarte slechts het boegbeeld was.

Gaspar Ximenes Caminha verhandelde suiker vanuit Brazilië [in 1600 betaalde hij in Lissabon de rechten op suiker die door zijn broer Duarte Ximenes Fernandes Ximenes uit Pernambuco werd geëxporteerd]. Hij ontving suiker in Lissabon en stuurde deze sporadisch naar Antwerpen. Tijdens de periode van expansie van dit product aan het begin van de 17e eeuw voelde Gaspar Ximenes zich verplicht om samen te werken met andere grote handelaren.

In datzelfde jaar deed Gaspar Ximenes zaken met Peter Crigues, waar ze het schip São Francisco, onder leiding van Fernando Rodrigues Deza, gebruikten om hun goederen te vervoeren naar de steden Goa en vooral Cochin in India, waar hij producten van Lissabon naar India stuurde en vice versa. Commerciële transacties werden aldaar uitgevoert met zijn broer Fernão Ximenes.



1619 REQUERIMENTO AO REI D. FILPE II

Gaspar Ximenes Caminha, de broer van Duarte ZIE HIERONDER [Gen. 13 Nr.: 4914 STAMBETOVERGROOTOUDER], doet voor 03-10-1619 een verzoek bij de inner van de suikerti(e)nden van de capitania Pernambuco, Itamaracá aan koning D. Filipe II. Het verzoek gaat ​​om de overdracht, per certificaat, van het record van de tiendenveiling, door de aanbieder van de Koninklijke Schatkist en het accountantsreglement, alsmede een vergunning voor een aanvraag die hij heeft bij de Raad van Financiën, waar hij ons vertelt:
"GASPAR XIMENES zegt dat hij [...] toont het authentieke afschrift, die door Uwe Majesteit zijn geautoriseerd, en verzoekt Uwe Majesteit hem het afschrift per certificaat te geven [...] dat hij nodig heeft voor een verzoek dat hij heeft bij de Raad van de Schatkist."

Zegt Luis Pereira, een edelman van het Huis van Onze Heer de Koning, van de Raad van Zijn Schatkist, rechter van haar rechtvaardigingen;

“Ik maak het bekend aan degenen aan wie dit certificaat zal komen dat ik ben gepresenteerd door de plaatsvervanger GASPAR XIMENES met een aantal papieren genoemd in zijn verzoekschrift hierboven, met het verzoek om ze te laten overdragen aan hem in een certificaat, en omdat de genoemde papieren allemaal waren gerechtvaardigd door mij als huurders, heb ik de genoemde overdracht aan hem […]”




Klik hier voor de transcriptie van het document [239 KB] . Het toont ons een verzoek van Gaspar Ximenes Caminha, contractant van suikertienden voor het 'capitania' van Pernambuco, Itamaracá, Paraíba en Rio Grande, aan de koning [Filips II]. De broer van Gaspar, Duarte, wordt expliciet genoemd in dit document.


Suspeito de ser judaizante

On November 10, 1621, in the city of Lisbon, at the inns of the clerk Gonçalo Navais de Faria, the inquirer, summoned Gaspar Ximenes Caminha where he declared himself a Knight Nobleman of the House of His Majesty, over fifty years of age, where he introduced himself as sworn witness to the Holy Gospel which he put his hand on, and promised to tell the truth, and as usual he said nothing.
 
In 1623, Gaspar Ximenes Caminha was summoned again by the Holy Inquisition of Lisbon, suspected of being a Judaizer, where he declared that he was around 55 years old.
 
According to document - Monções do Reino, no. 3B, 1589-1595, Arquivos Históricos de Goa, folio 443. The list shows that the following families and their representatives were harmful to the Portuguese nation because they were Jews: Francisco Lopes de Elvas; João de Oliveira and his brother; The two Ximenes [Antônio Fernandes Ximenes and Gaspar Ximenes Caminha]; João Monteiro; Duarte Gomes Solis, merchant (castaway along with the brothers Fernão and Gaspar Ximenes, on the ship Santiago in 1585); Martim d'Orta de Vaz; Manuel de Cea; Simão Ferreira; Pero Rodrigues from Lisbon; Gregory Gomes; Diogo Luis; Simão Garcia (who lived in Cochin) and Henrique Mendes. The document clearly shows that the list sent to Lisbon was even longer than the present one.


De Nederlandse arts Jacob Zwarts [1890 - 1942], historicus en schrijver, student van de geschiedenis van de joden in Nederland, schreef een artikel dat werd gepubliceerd in het Nederlands Joodse dagblad “Nieuw Israelietisch Weekblad”, gedateerd 8 september 1922. In dit artikel staat dat nakomelingen van Gaspar Ximenes Caminha de 'Cohen Caminha' waren. Hij beschrijft Aharon Cohen Caminha een van zijn kinderen was die in Nederland ging wonen en de Hebreeuwse naam aannam in de plaatselijke Joodse gemeenschap. Hij was beheerder en penningmeester van Ets Haim (Levensboom). Aaron Cohen Caminha stierf op 3 juli 1657 en zijn vrouw Ester Cahanet Caminha op 15 oktober 1680. Het echtpaar kreeg een dochter genaamd Rachel Cohen Hana Caminha. Hun graven bevinden zich samen op de Beth Haim-begraafplaats, Ouderkerk, Amsterdam, Nederland, en hun grafsteen is in het Portugees.


1630

Gaspar woonde in het jaar 1630 in de buurt van São Mamede in Lissabon [São Mamede is een voormalige burgerlijke parochie].




 
Op 14 februari 1630 kwamen de Nederlanders, gebruikmakend van de grootste vloot die tot dan toe de evenaar was overgestoken, bestaande uit 65 schepen en 7.280 man. De Nederlandse overheersing duurde tot januari 1654.


In 1635 vluchtte Gaspar naar Bahia, tijdens de grote uittocht van de plantage eigenaren uit Pernambuco, en nam alles mee wat vervoerd kon worden, waarbij hij een groot deel achterliet, blootgesteld aan de hebzucht en schade van de Nederlanders. Hij verkocht zijn molen tijdens de Nederlandse invasie aan Francisco Lopes de Orosco [deze had de zijde van de Nederlanders gekozen], die het nabijgelegen plantage Velho bezat, voor 30.000 cruzados. Gaspar's zoon Anônio Fernandes Caminha de Medina zou later met de VOC over de plantage verder onderhandelen. Midden 1635 werd het binnenland van Pernambuco verovert op de Portugezen na de val van de vesting van Arraial do Bom Jesus onder aanvoering van kolonel Arciszewski op 8 juni. Door het bezit van vele plantages werden de Nederlanders verleid het systeem van slavernij en slavenhandel, dat men in 1623 nog als onethisch had afgewezen, in 1635 volledig over te nemen. Zie het artikel Slaves!




 

CHANCELARIA DE FILIPE III

21 november 1637, Lissabon - Apostille van een rentestandaard ter waarde van 162.022 réis geveild aan Misericórdia de Lisboa, als erfgename van Afonso Dias de Medina,


PAPA ADRIANO VI PONTIFEX MAXIMUS - FAMILIA BRAZIL

 
 
De Baziliaanse familie van de Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes zou rechtstreeks verwant zijn aan paus Adrianus VI via een familielid met de naam Arnão / Arnaud de Holanda die zich in Brazilië vestigde en trouwde met een dame genaamd Brites Mendes de Góes (Góis).

Zowel een kleinzoon [Gaspar Ximenes de Aragão Medina] als een kleindochter [Maria de Barros e Abreu] van Gaspar waren getrouwd met directe afstammelingen van Arnãu de Holanda & Brites Mendes de Góes.

[
VOOR DE GENEALOGIE VAN HADRIANUS VI KLIK OP DEZE TEKST!]


*Antonio Cavalcanti de Albuquerque (+1640) - (filho de - Filipe Cavalcanti e - Catarina de Albuquerque)
*Isabel de Góis e Vasconcelos - (filha de - Arnau de Holanda e - Brites Mendes de Vasconcelos)

*Arnau de Holanda - (filho de - Henrique de Holanda e - Margarida Florents Boeyens)
*Brites Mendes de Vasconcelos (*CERCA DE 1525, +19-12-1620) - (filha de - Bartolomeu Rodrigues de Sá e - Joana de Góes de Vasconcellos)

*Henrique de Holanda - (filho de - Leão Eça van Holand e - Antonia de Rhenoburg)
*Margarida Florents Boeyens - (filha de - Floris Boyens van Utrecht e - Geertruida Nomen Nescio)

*Floris Boyens van Utrecht (+1469) - (filho de - Boudewijn d'Edel e - Gomberch)
*Geertruida Nomen Nescio

*Boudewijn d'Edel (+1470) - (filho de - Jan Thiemensz d’Edel)
*Gomberch Ketelairs - (filha de - Claes Ketelair)

*Jan Thiemensz d’Edel (*CERCA DE 1350) - (filho de - Tiedeman d’Edel e - Margaretha Jacobus Lambertsdr)

*Tiedeman d’Edel - (filho de - Claes d’Edel)
*Margaretha Jacobus Lambertsdr

*Claes d’Edel


DEDELORIUM STEMMA

DEDELIORUM STEMMA. Overgenomen uit Hadrianus VI Sive Analecta Historica de Hadriano Sexto Trajectino Papa Romano Casp. Burmannus Utrecht 1727 [n.b. dit boek is in het bezit van de Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes].


Een manuscript in slechte staat, waarschijnlijk het origineel van “Nobiliarguia Pernambucana, deel II”, gepubliceerd in de “Annals of the National Library”; pagina 267, maar met toevoegingen die niet in hetzelfde werk worden genoemd. Het document vertelt ons dat:
 
“[João Baptista de Abreu Ximenes de Medina] natural de Itamaracá ... foi filho de [Antonio Fernandes Caminha de] Medina, natural de Lisboa, terceiro senhor do mesmo Morgado, e de [sua mulher Maria] Soares de Abreu, natural do Araripe, neto por parte de Pai de G[aspar] Ximenes de Aragão segundo senhor do mesmo Morgado, e de sua mulher dona Caltarina Caldeira] sobrinha de Afonso Dias de Medina instituidor ...... por parte de mãe de Duarte Ximenes de Aragão, natural de Lisboa [Ir]mão de [Glasp[ar] Ximenes de [Aralgão e acima nominado, e de sua mulher dona Felipa de Abreu Lima, natural de Goiana. E dessa dona Sebastiana [Tavares Cabral] foi filha de Francisco de Brito Saraiva, natural da Guarda, ... escrivão da fazenda de Itamaracá, e de sua mulher dona Maria Tavares Cabral, irmã do clérigo [Gonçalo] Cabral vigário de Itamaracá, neta por via paterna de Gaspar Rabelo de Brito, natural da Guarda, capitão de infantaria na guerra da ... e filho de Gaspar Rabelo, que foi cavaleiro fidalgo da casa Real, e por via materna de Manoel da Silva ..., natural de Lisboa e de sua mulher dona ..., natural da cidade da Bahia, o qual da ...... cavalheiro da ordem de Cristo, ...... Pernambuco, e natural da Ilha da Madeira ...... Carvalho, .. foi ama de leite do primo seu. Dona ...... [João] Jacome, natural da Ilha da Madeira, e de sua mulher ... .... e parte de mãe ....E a dita dona Maria Silva ...... de Miguel... da Costa, natural do Porto, e de sua mulher dona Antonia das Neves ....... , filha de João Saraiva, natural de Lisboa e de sua mulher dona Guiomar ..., natural de Lisboa, casada com capitão Luiz Guedes Alcanforado filho de ... Fernando Guedes da Silva, e de sua mulher dona Ignês da Veiga ...... juramento de Jerônimo ... de Melo com sua irmã... ... Alcaforado de Albertim. ... do primo .... .... Fernandes Caminha de Medina, que continua ... ... Andrade, e morreu solteiro sendo cabo de esquadra ... de Olinda. ... Ferreira da Ressurreição, que casou com ... Cariana...”.
“[João Baptista de Abreu Ximenes de Medina] geboren in Itamaracá... was de zoon van [Antonio Fernandes Caminha de] Medina, geboren in Lissabon, derde heer van dezelfde Morgado, en [zijn vrouw Maria] Soares de Abreu, geboren in Araripe, kleinzoon aan de kant van vader van G[aspar] Ximenes de Aragão tweede heer van dezelfde Morgado, en zijn vrouw Dona Caltarina Caldeira nicht van Afonso Dias de Medina oprichter...... aan moederskant van Duarte Ximenes de Aragão [zie hieronder Gen. 13 Nr.: 4914 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren in Lissabon [broer van [Glasp[ar] Ximenes de [Aragão] en hierboven genoemd, en zijn vrouw Felipa (Soares) de Abreu Lima [zie ieronder Gen. 13 Nr.: 4915 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren in Goiana. En hiervan was Dona Sebastiana [Tavares Cabral] de dochter van Francisco de Brito Saraiva, geboren in Guarda, ... griffier van de Itamaracá-boerderij, en zijn vrouw Dona Maria Tavares Cabral, zuster van de geestelijke [Gonçalo] Cabral, vicaris van Itamaracá, kleindochter via de vaderlijke lijn van Gaspar Rabelo de Brito, geboren in Guarda, infanteriekapitein in de oorlog van ... en zoon van Gaspar Rabelo, die een nobele ridder van het koninklijk huis was, en via de moederlijn van Manoel da Silva ..., geboren in Lissabon en zijn vrouw (Nomen Nescio), eigenaar..., geboren in de stad Bahia, die een...... heer is van de orde van Christus,...... Pernambuco, en geboren op het eiland Madeira..... Carvalho, .. was de voedster van haar neef. Don......[João] Jacome, geboren op het eiland Madeira, en zijn vrouw... ....en een deel van zijn moeder....En de genoemde eigenaar Maria Silva...... (Carneiro zie [Gen. 11 Nr.: 1231 STAMGROOTOUDER], dochter) van Miguel... (Carneiro) da Costa, geboren in Porto, en zijn vrouw Dona Antonia das Neves......., dochter van João Saraiva, geboren in Lissabon en zijn vrouw Dona Guiomar... (Luiz Barbosa), geboren in Lissabon, getrouwd met kapitein Luiz Guedes Alcanforado zoon van... Fernando Guedes da Silva, en zijn vrouw Dona Ignês da Veiga...... eed van Jerônimo... de Melo met zijn zus... ... Alcaforado de Albertim. ... van zijn neef .... .... Fernandes Caminha de Medina, die vervolgt ... ... Andrade, en ongehuwd stierf als korporaal op het politiebureau ... in Olinda. ... Ferreira da Ressurreição, die trouwde met ... Cariana ...”


Nazaten van Fernão Perez Coronel zouden zeer vermogend zijn en diverse kastelen bezitten en gingen tot de adel behoren. Binnen de familie waren er veel onderlinge huwelijkhen. Zo ook Manuel Fernandes de Caminha en zijn vrouw Brites Ximenes de Aragão; de kinderen van hun zoons Gaspar & Duarte zouden later met elkaar huwen!


Gaspar Ximenes citeerde onopgemerkt Aldonça [werd door de dichter aangenomen als een fictieve naam, gebaseerd op de “Legende van Fonte Mouro”]:


A mesma, a que me torna aguerrido, audaz para afrontar estas regiões nos términos do mundo, a que jurou um dia ser minha e me prometteu a mão de esposa, que eu beijei e apertei tremulo, convulso!

Dezelfde, degene die mij moedig maakt om de regio's aan de uiteinden van de wereld te confronteren, degene die op een dag zwoer de mijne te zijn en mij haar hand beloofde, die ik bevend kuste en schudde, stuiptrekkend!


Gaspar overleed na 1638, ouder dan 75 jaar.
Hij trouwde ca. 1601 in Lisabon, Koninkrijk Portugal, met



4913 Catarina Caldeira [Gen. 13 Nr.: 4913 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren in Lisboa Reino de Portugal e dos Algarves. Catarina is overleden.
Notitie: Catarina was een nicht van Afonso Dias de Medina; instituidor van Morgado de Medina
[ ‘Morgado van Santa Casa da Misericórdia de Lisboa’ ].

Haar man Gaspar had een schuld bij hem uitstaan:

21 de novembro de 1637, Lisboa — Apostila de um padrão de juro no valor de 162.022 réis arrematado à Misericórdia de Lisboa, na qualidade de herdeira de Afonso Dias de Medina, como pagamento de certo dinheiro que Gaspar Ximenes Caminha lhe devia.




 

Sobrinha de Afonso Dias de Medina



Kind uit dit huwelijk:
I. Antônio Fernandes Caminha de Medina [Gen. 12 Nr.: 2456 STAMOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1674 (zie 2456).



4914 Duarte Fernandes Ximenes Caminha [Gen. 13 Nr.: 4914 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Hij is geboren omstreeks 1570 in Lisbôa Reino de Portugal en overleden ca. 1633 in Itamaracá, Pernambuco Brasil Colonial.
Notitie bij Duarte:
- Hij was een nobele ridder van het Koninklijk Huis ~ kapitein van een van de drie infanteriecompagnieën van het garnizoen [capitão do presídio da capitania de Pernambuco].
- Era detentor de um foro da Quinta da Horta na freguesia de Olivais
- Senhor do Engenho Araripe de Baixo (Secumdo Engenho), al bekend in 1608, samen met zijn broer Gaspar [plantage-eigenaar in de capitania Itamaracá (in de Tupi-taal betekent het: “Zingende Steen”) Pernambuco]

Suikerlader 1600 1602
Heer Araripe de Baixo 1608
Heer Goiana 1609 1623
Inkomsten uit tiendencontracten 1617 1621




 

Suikerexporteur ~In Nederland had hij Willem Joosten Glimmer die garant garant stond voor kooplieden met bedrijven in Brazilië, Gonzalo en Duarte Ximenes, beiden van Amberes.



Op een rood veld twee gouden kolommen in pieken, met daarboven elk zijn fleur de lis, eveneens in goud, en tussen de kolommen twee gekruiste zwaarden in de vorm van een “X”, in zilver, met gouden versieringen. aanhalingstekens, met de punten naar het hoofd (het bovenste deel van het schild).

In 1603 werden deze wapens gecertificeerd aan de familie Ximenes de Aragon, via de wapenkoning André de Herédia, woonachtig in Valladolid, Spanje.




De aankomst van de Ximenes van Aragon naar Brazilië

De geschiedschrijving gaat ervan uit dat de meeste blanke mensen die ten tijde van de kolonisatie naar Brazilië kwamen ballingen en Europese avonturiers waren op zoek naar rijkdom en kansen. Dit verklaart het grote aantal Nederlanders, Fransen, Duitsers en Italianen die deel uitmaakten van de eerste expedities. Maar er waren ook blanke edelen die naar de kolonie vertrokken nadat ze in Europa hadden gefaald, in de hoop in Brazilië een fortuin te verdienen.

- Een andere groep bestond uit Portugese joden die zich tot het christendom bekeerden en daarom nieuwchristenen werden genoemd. Ze emigreerden om aan de inquisitierechtbanken te ontsnappen, anderen, bewogen door avontuur en de mogelijkheid van verrijking, kwamen hun geluk beproeven in Brazilië.

Duarte Ximenes de Caminha en zijn broer Gaspar Ximenes de Caminha waren niet alleen door bloed maar ook door handel met elkaar verbonden. Duarte arriveerde voor het eerst in Pernambuco, waar hij goederen naar Lissabon stuurde, waar zijn broer Gaspar ze ontving. Duarte vestigde zich waarschijnlijk in Pernambuco na de dood van zijn eerste vrouw, waar hij voor de tweede keer trouwde.

Duarte Fernandes Ximenes Caminha, die in Brazilië woonde, exporteerde suiker naar zijn broer Gaspar in Lissabon, waarbij Duarte slechts het boegbeeld was.
Planters waren bevoorrecht met de vrijstelling van tien jaar voor het betalen van tienden voor eigenaren van molens. Duarte wordt genoemd in als “Relação das praças fortes" ~ een Lijst van sterke plantages, steden en zaken van belang die Zijne Majesteit heeft aan de kust van Brazilië, beginnend vanaf de laaglanden in het zuiden van de staat, geschreven door Diogo de Campos Moreno in 1609.



 
Medio 1621 waren er al 10 suikerplantages en molens in de Kapiteinschap van Itamaracá in een gebied van zeven vierkante mijlen. Met 4 parochies en bijna 70 kilometer kustlijn telde het ten tijde van het offensief van de West-Indische Compagnie 20 molens. Deze waren als volgt verdeeld: 9 in Goiana; 6 in Taquara; 2 in São Lourenço de Tejucupapo en tenslotte 3 in Araripe.
Deze molens vielen binnen de jurisdictie van het eiland ltamaracá, dat zich uitstrekt tot 14 of 15 mijl van Pernambuco, die samen veel suiker maken, en de beste plaats die er dichtbij deze molens bestaat heet Goiana, een zeer aangename, grote, mooie en vruchtbare omgeving, met een overvloed aan allerlei soorten vis, vlees, fruit en ander voedsel; Er wonen rijke mensen en veel edelen, en het aantal inwoners van zowel Itamaracá als Goiana en Araripe moet meer dan 300 zijn.
De Araripe-rivier [huidige Botafogo-rivier] heeft zijn inheemse terminologie van Tupi-oorsprong ‘rivier van papegaaien’. Deze rivier was van groot belang voor het transport van suiker die werd vervaardigd in molens die dicht bij de oevers waren gebouwd. ‘De Araripe-rivier is de eerste rivier die in het kanaal uitmondt tussen het eiland Itamaracá en het vasteland, dat ruim 13.200 meter bedraagt!

Deze Araripe de Baixo-molen was onder aanroeping van Nossa Senhora do Ó (!), en behoorde later tot de parochie Goiana, momenteel de stad Igarassu.
 


De molen van Duarte Ximenes Caminha behoorde aanvankelijk toe aan de Portugese Kroon, die geschonken werd aan Pedro Lopes de Sousa en die het doorgaf aan zijn zoon Martim Affonso de Souza, van hem ging het over naar zijn zus, Dona Jerônima de Albuquerque e Souza, en ging op 31 mei 1571 over aan Felipe Cavalcante de Albuquerque, vervolgens op 24 mei 1600 over op zijn zoon Antonio Cavalcante de Albuquerque, en die de genoemde molen verkocht aan Duarte Ximenes Caminha.

Vijf mijl ten noorden van Pernambuco [Capitania] ligt een eiland genaamd ltamaracá, dat een goede rivier heeft waarin schepen met een diepgang van 4,2 meter kunnen binnenvaren; Er is op dit eiland, bovenop een heuvel bij de ingang van de rivier, een klein verdedigingsbolwerk met 5 of 6 stuks kanonnen die kogels kunnen lanceren met een gewicht van 6 tot 7 pond en die halve heiligen worden genoemd!
Fort Oranje op Itamaracá


Carregador e fiador em 1600 e 1602





Het manuscript getiteld

“Boek van binnenkomst en vertrek van schepen en schepen in de haven van Pernambuco”

dat betrekking heeft op de jaren 1596 tot 1605 bevestigt het belang van de deelname van nieuwchristelijke zakenlieden aan de export van suiker. Op basis van de in dit manuscript verzamelde totalen was de exporteur van de grootste hoeveelheid suiker in die periode Duarte Ximenes, verlader en garant in 1600 en 1602, daar vermeld als koopman; de totale export in dit document maakt hem de grootste exporteur van suiker in de periode met 5.375 arrobas of 80.625 kilo.

Op 5 januari 1600 verliet het schip Hulkschip [een type schip dat in de 15e, 16e en 17e eeuw werd gebruikt, typisch voor Nederland; in het midden vrij breed en ongeveer 40 meter lang, het kon gebruijt worden voor het transport van goederen of in gevechten] Águia Preta de haven van Recife, met Henrique Bode als kapitein, op weg naar Lissabon. Het wordt bevestigd door enkele voorwaarden, bevelen en vrijgaven die Francisco de Oliveira, een douane- en magazijnbediende uit Pernambuco, heeft opgesteld. Het lijkt erop dat dit schip naar Vlaanderen is gegaan blijkens de bestellingen:


“Duarte Ximenes, koopman, 39 kisten witte en bruine suiker van 400 arroba's [van het arabische rub’a, een Portugese en Spaanse eenheid die gebruikt wordt voor massa en inhoud]. 95 kisten, met 260 arroba's en is verplicht een certificaat mee te geven in overeenstemming met het regelement”

De lijst van verladers en geadresseerden bevat de namen van de nieuwe christenen, gebaseerd op het genoemde boek, in de jaren 1596 tot 1695
 


1603 Declara Suspeito de ser judaizante

“Duarte Ximenes, in deze villa, een nobele ridder van het huis van Zijne Majesteit, van een leeftijd waarvan hij zei dat hij drieëndertig jaar oud was, iets meer of minder, beëdigde getuige van de Heilige Evangeliën; en zoals gewoonlijk zei hij niets."


1605 listado para Perdão Geral dos judeus

Op 16 januari 1605 verleende de koning van Portugal een algemeen pardon voor het korte Postulat a nobis officii pastoralis ratio, gedateerd 23 augustus 1604, dat hen werd verleend door paus Clemens VIII, dat een jaar geldig was en alle nieuwe christenen bestreek.

“Bullarum diplomatum et privilegiorum sanctorum Romanorum pontificum Taurinensis editio: locupletior facta collectione novissima plurium brevium, epistolarum, decrerum actorumque S. Sedis a S. Leone Magno usque ad praesens.”
 
Duarte Ximenes werd samen met zijn vrouw Isabel Baptista in 1605 op de lijst geplaatst, die hem een ​​algemene amnestie verleende en die hem de religieuze fouten uit het verleden zou vergeven door herstelbetalingen en hem in staat zou stellen samen met hun bezittingen te emigreren.

Hij diende hij een protest in bij de Heilige Office, waarbij hij een gedateerde vergunning van 1 april 1606 kreeg, die hem vrijstelde van het betalen voor de dienst van de koning en zijn naam en die van zijn vrouw Isabel Baptista werden uit de contributieboeken verwijderd. Op 12 november 1607 werden ook zijn broer Gaspar Quaresma Ximenes de Aragão Caminha [Gen. 13 Nr.: 4912 STAMBETOVERGROOTOUDER] en diens vrouw Catarina Caldeira [Gen. 13 Nr.: 4912 STAMBETOVERGROOTOUDER] vrijgesteld.
 


1611 VOLMACHT, OVEREENKOMST, HANDELSKREDIET A'dam

NOTA: Notaris Nicolaes Jacobsz. Contract [volmacht, overeenkomst, handelskrediet] van: Peter Hustaert, Lambrecht Hustaert, Jan le Mercier, Henrique Bernardo, Samuel Godin, Nicolaes de Gardijn, Juliaen del Court, Andreas Ximenes, Duarte Ximenes [Caminha], Gonçalo Ximenes, Diego Pardo en Jan Ancelino.
 


1617 D. FILIPE II: PERDÕES E LEGITIMAÇÕES

Koninklijk pardon van Filipe II verleend aan Duarte Ximenes de Caminha. Verwijst naar de 33 boeken met gratie en legitimaties van de kanselarij van D. Filipe II - Het begint met "Acúrcio, zoon van priester António Nogucira" en eindigt met "Duarte Ximenes Caminha", getranscribeerd als volgt: "Duarte Ximenes de Caminba
Communicatie brief.
Van 7 juni 1617. Boek nr. 13
250" vellen


1619 REQUERIMENTO AO REI D. FILPE II

Gaspar Ximenes Caminha ZIE HIERVBOVEN [Gen. 13 Nr.: 4912 STAMBETOVERGROOTOUDER], de broer van Duarte, doet voor 03-10-1619 een verzoek bij de inner van de suikerti(e)nden van de capitania Pernambuco, Itamaracá aan koning D. Filipe II. Het verzoek gaat ​​om de overdracht, per certificaat, van het record van de tiendenveiling, door de aanbieder van de Koninklijke Schatkist en het accountantsreglement, alsmede een vergunning voor een aanvraag die hij heeft bij de Raad van Financiën, waar hij ons vertelt:
"GASPAR XIMENES zegt dat hij [...] toont het authentieke afschrift, die door Uwe Majesteit zijn geautoriseerd, en verzoekt Uwe Majesteit hem het afschrift per certificaat te geven [...] dat hij nodig heeft voor een verzoek dat hij heeft bij de Raad van de Schatkist."

Zegt Luis Pereira, een edelman van het Huis van Onze Heer de Koning, van de Raad van Zijn Schatkist, rechter van haar rechtvaardigingen;

“Ik maak het bekend aan degenen aan wie dit certificaat zal komen dat ik ben gepresenteerd door de plaatsvervanger GASPAR XIMENES met een aantal papieren genoemd in zijn verzoekschrift hierboven, met het verzoek om ze te laten overdragen aan hem in een certificaat, en omdat de genoemde papieren allemaal waren gerechtvaardigd door mij als huurders, heb ik de genoemde overdracht aan hem […]”
 
Klik hier voor de transcriptie van het document [239 KB] . Het toont ons een verzoek van Gaspar Ximenes Caminha, contractant van suikertienden voor het 'capitania' van Pernambuco, Itamaracá, Paraíba en Rio Grande, aan de koning [Filips II]. Duarte wordt expliciet genoemd in dit document.


1619 Alvará [vergunning]

Er is een vergunning gedateerd in Lissabon op 8 oktober 1619, die vergunning verleent Filipe III van Portugal aan Duarte Ximenes Caminha om suiker uit Pernambuco te laden.


In 1630 slaagden de Nederlanders erin de suikerregio’s Paraíba en Pernambuco te veroveren. Als het grootste suiker producerende gebied ter wereld, was Pernambuco de hoofdprijs. Deze gebieden vormden de basis voor de kolonie Nova Holanda of Nederlands-Brazilië, met als centrum ’t Recief, het huidige Recife. In hetzelfde jaar werd het kapiteinschap van Itamaracá verdeeld in vier parochies: Goiana, Abiaí of Taguara, São Lourenço de Tejucupapo en Araripe.
Duarte Ximenes was met zijn broer Gaspar Ximenes Caminha [Gen. 13 Nr.: 4912 STAMBETOVERGROOTOUDER] eigenaar van Engenho Araripe de Baixo, gelegen aan de oevers van de oude Araripe-rivier op het vasteland van de capitania van Itamaracá. Na zijn dood kwam Gaspar naar Brazilië en keerde in juni 1635 terug naar Lissabon, mede door het feit dat de Nederlanders Pernambuco waren binnen gevallen. Hij verkocht deze Engenho aan Francisco Lopes de Orosco voor 30.000.000 Cruzados, hij was de tweede echtgenoot van de vrouw van zijn broer Felipa Soares de Abreu.

[De capitania’s werden door de Portugese koning toegewezen aan edelen en dienaren. De koning maakte gebruik van een aangepaste vorm van het feodale stelsel. De kapitein had als verplichtingen: financiering van de expeditie, zorg voor voldoende kolonisten, defensie en ontginning van het gebied. Als rechten kreeg hij: het onvervreemdbaar overerfbaar eigendom van het gebied, rechtspraak, belastingheffing, benoeming van ambtenaren en uitgifte van landgoederen (sesmarias) aan derden. Een gedeelte van de opbrengst mocht hij behouden, een ander deel was voor de kroon]


PAPA ADRIANO VI PONTIFEX MAXIMUS - FAMILIA BRAZIL

 
 
De Baziliaanse familie van de Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes zou rechtstreeks verwant zijn aan paus Adrianus VI via een familielid met de naam Arnão / Arnaud de Holanda die zich in Brazilië vestigde en trouwde met een dame genaamd Brites Mendes de Góes (Góis).

Zowel een kleinzoon [Gaspar Ximenes de Aragão Medina] als een kleindochter [Maria de Barros e Abreu] van Duarte waren getrouwd met directe afstammelingen van Arnãu de Holanda & Brites Mendes de Góes.

[
VOOR DE GENEALOGIE VAN HADRIANUS VI KLIK OP DEZE TEKST!]


*Antonio Cavalcanti de Albuquerque (+1640) - (filho de - Filipe Cavalcanti e - Catarina de Albuquerque)
*Isabel de Góis e Vasconcelos - (filha de - Arnau de Holanda e - Brites Mendes de Vasconcelos)

*Arnau de Holanda - (filho de - Henrique de Holanda e - Margarida Florents Boeyens)
*Brites Mendes de Vasconcelos (*CERCA DE 1525, +19-12-1620) - (filha de - Bartolomeu Rodrigues de Sá e - Joana de Góes de Vasconcellos)

*Henrique de Holanda - (filho de - Leão Eça van Holand e - Antonia de Rhenoburg)
*Margarida Florents Boeyens - (filha de - Floris Boyens van Utrecht e - Geertruida Nomen Nescio)

*Floris Boyens van Utrecht (+1469) - (filho de - Boudewijn d'Edel e - Gomberch)
*Geertruida Nomen Nescio

*Boudewijn d'Edel (+1470) - (filho de - Jan Thiemensz d’Edel)
*Gomberch Ketelairs - (filha de - Claes Ketelair)

*Jan Thiemensz d’Edel (*CERCA DE 1350) - (filho de - Tiedeman d’Edel e - Margaretha Jacobus Lambertsdr)

*Tiedeman d’Edel - (filho de - Claes d’Edel)
*Margaretha Jacobus Lambertsdr

*Claes d’Edel


DEDELORIUM STEMMA

DEDELIORUM STEMMA. Overgenomen uit Hadrianus VI Sve Analecta Historica de Hadriano Sexto Trajectino Papa Romano Casp. Burmannus Utrecht 1727 [n.b. dit boek is in het bezit van de Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes].


Een manuscript in slechte staat, waarschijnlijk het origineel van “Nobiliarguia Pernambucana, deel II”, gepubliceerd in de “Annals of the National Library”; pagina 267, maar met toevoegingen die niet in hetzelfde werk worden genoemd. Het document vertelt ons dat:
 
“[João Baptista de Abreu Ximenes de Medina] natural de Itamaracá ... foi filho de [Antonio Fernandes Caminha de] Medina, natural de Lisboa, terceiro senhor do mesmo Morgado, e de [sua mulher Maria] Soares de Abreu, natural do Araripe, neto por parte de Pai de G[aspar] Ximenes de Aragão segundo senhor do mesmo Morgado, e de sua mulher dona Caltarina Caldeira] sobrinha de Afonso Dias de Medina instituidor ...... por parte de mãe de Duarte Ximenes de Aragão, natural de Lisboa [Ir]mão de [Glasp[ar] Ximenes de [Aralgão e acima nominado, e de sua mulher dona Felipa de Abreu Lima, natural de Goiana. E dessa dona Sebastiana [Tavares Cabral] foi filha de Francisco de Brito Saraiva, natural da Guarda, ... escrivão da fazenda de Itamaracá, e de sua mulher dona Maria Tavares Cabral, irmã do clérigo [Gonçalo] Cabral vigário de Itamaracá, neta por via paterna de Gaspar Rabelo de Brito, natural da Guarda, capitão de infantaria na guerra da ... e filho de Gaspar Rabelo, que foi cavaleiro fidalgo da casa Real, e por via materna de Manoel da Silva ..., natural de Lisboa e de sua mulher dona ..., natural da cidade da Bahia, o qual da ...... cavalheiro da ordem de Cristo, ...... Pernambuco, e natural da Ilha da Madeira ...... Carvalho, .. foi ama de leite do primo seu. Dona ...... [João] Jacome, natural da Ilha da Madeira, e de sua mulher ... .... e parte de mãe ....E a dita dona Maria Silva ...... de Miguel... da Costa, natural do Porto, e de sua mulher dona Antonia das Neves ....... , filha de João Saraiva, natural de Lisboa e de sua mulher dona Guiomar ..., natural de Lisboa, casada com capitão Luiz Guedes Alcanforado filho de ... Fernando Guedes da Silva, e de sua mulher dona Ignês da Veiga ...... juramento de Jerônimo ... de Melo com sua irmã... ... Alcaforado de Albertim. ... do primo .... .... Fernandes Caminha de Medina, que continua ... ... Andrade, e morreu solteiro sendo cabo de esquadra ... de Olinda. ... Ferreira da Ressurreição, que casou com ... Cariana...”.
“[João Baptista de Abreu Ximenes de Medina] geboren in Itamaracá... was de zoon van [Antonio Fernandes Caminha de] Medina, geboren in Lissabon, derde heer van dezelfde Morgado, en [zijn vrouw Maria] Soares de Abreu, geboren in Araripe, kleinzoon aan de kant van vader van G[aspar] Ximenes de Aragão [zie hierboven Gen. 13 Nr.: 4912 STAMBETOVERGROOTOUDER] tweede heer van dezelfde Morgado, en zijn vrouw Dona Caltarina Caldeira [zie hierboven Gen. 13 Nr.: 4913 STAMBETOVERGROOTOUDER] nicht van Afonso Dias de Medina oprichter...... aan moederskant van Duarte Ximenes de Aragão, geboren in Lissabon [broer van [Glasp[ar] Ximenes de [Aragão] en hierboven genoemd, en zijn vrouw Felipa (Soares) de Abreu Lima, geboren in Goiana. En hiervan was Dona Sebastiana [Tavares Cabral] de dochter van Francisco de Brito Saraiva, geboren in Guarda, ... griffier van de Itamaracá-boerderij, en zijn vrouw Dona Maria Tavares Cabral, zuster van de geestelijke [Gonçalo] Cabral, vicaris van Itamaracá, kleindochter via de vaderlijke lijn van Gaspar Rabelo de Brito, geboren in Guarda, infanteriekapitein in de oorlog van ... en zoon van Gaspar Rabelo, die een nobele ridder van het koninklijk huis was, en via de moederlijn van Manoel da Silva ..., geboren in Lissabon en zijn vrouw (Nomen Nescio), eigenaar..., geboren in de stad Bahia, die een...... heer is van de orde van Christus,...... Pernambuco, en geboren op het eiland Madeira..... Carvalho, .. was de voedster van haar neef. Don......[João] Jacome, geboren op het eiland Madeira, en zijn vrouw... ....en een deel van zijn moeder....En de genoemde eigenaar Maria Silva...... (Carneiro zie [Gen. 11 Nr.: 1231 STAMGROOTOUDER], dochter) van Miguel... (Carneiro) da Costa, geboren in Porto, en zijn vrouw Dona Antonia das Neves......., dochter van João Saraiva, geboren in Lissabon en zijn vrouw Dona Guiomar... (Luiz Barbosa), geboren in Lissabon, getrouwd met kapitein Luiz Guedes Alcanforado zoon van... Fernando Guedes da Silva, en zijn vrouw Dona Ignês da Veiga...... eed van Jerônimo... de Melo met zijn zus... ... Alcaforado de Albertim. ... van zijn neef .... .... Fernandes Caminha de Medina, die vervolgt ... ... Andrade, en ongehuwd stierf als korporaal op het politiebureau ... in Olinda. ... Ferreira da Ressurreição, die trouwde met ... Cariana ...”


Nazaten van Fernão Perez Coronel zouden zeer vermogend zijn en diverse kastelen bezitten en gingen tot de adel behoren. Binnen de familie waren er veel onderlinge huwelijkhen. Zo ook Manuel Fernandes de Caminha en zijn vrouw Brites Ximenes de Aragão; de kinderen van hun zoons Gaspar & Duarte zouden later met elkaar huwen!


Religie: Cristão novo
Hij trouwde [betrof zijn tweede huwelijk] ca. 1618 met
4915 Felippa Soares de Abreu [Gen. 13 Nr.: 4915 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Zij is geboren ca. 1590 in Goiana, Capitania de Itamaracá Pernambuco Brasil Colonial.
Het getoonde wapen is van Cristóvão Soares de Abreu, de broer van Felippa [Gravura a buril de Nicola de L'armessim]:

Escudo Esquartelado:
I e IV – Sequeiros;
II e III - Abreu.
Sobre-o-todo: Soares de Albergaria.
Timbre: Abreus
Pendente da cadeia, a insígnia
da Ordem de Cristo.




 

Na de dood van Duarte Ximenes trouwde Dona Felippa Soares de Abreu tussen 1633 en 1635 met Francisco Lopes de Orosco. In 1635 was de molen van Araripe de Baixo die toebehoorde aan Duarte Ximenes Caminha al eigendom van Francisco Lopes de Orosco. Hij was de weduwnaar van Antonia Cosma dos Santos, geboren in Olinda. Deze vrouw hield erg van natuurfilosofie en geschiedenislessen, van haar is bekend dat ze een liefhebber was van poëzie en dat zelf schreef; zie Domingo do Loreto Couto, livro 7, capitulo 16 no 130 Pag 1341 [20.148 KB] .




 

Duarte Ximenes was samen met zijn broer Gaspar eigenaar van Engenho [suikermolen] Araripe de Baixo, gelegen aan de oevers van de oude Araripe-rivier op het vasteland van de capitania van Itamaracá. Na de dood van zijn broer Duarte kwam Gaspar naar Brazilië en keerde in juni 1635 terug naar Lissabon toen de Nederlanders Pernambuco binnenvielen. Hij had deze Engenho aan Francisco Lopes de Orosco verkocht voor 30.000.000 Cruzados, geld dat Francisco Lopes Orosco niet kon opbrengen. Deze molen werd op 4 april 1640 volledig verwoest!
In 1643 stelde Antonio Fernandes Caminha, zoon van Gaspar Ximenes Caminha, een overeenkomst voor aan de WIC regering van Recife, mede door het in gebreke blijven van Francisco Lopes Orosco. Er werd een overeenkomst bereikt waarbij de totale schuld van 105 duizend gulden werd teruggebracht tot 46 duizend gulden, die vanaf januari 1645 door Antonio Fernandes Caminha in acht jaarlijkse termijnen aan de Nederlandse Compagnie moest worden betaald.

De Araripe de Baixo-molen stond algemeen bekend als de Caga-fogo-molen:

'Rond het middaguur kwamen we aan bij een molen genaamd Caga-Fogo, die, meer dan welke andere dan ook die we in het land hebben gezien, de uitstraling had die iedereen zou moeten hebben. Het grote huis was laag en breed, met witgekalkte muren en deuren en ramen die groen waren geverfd. Het lag midden in een prachtige vallei en werd omringd door andere bijgebouwen, omgeven door prachtige suikerrietvelden en aan de zijkant groene weiden die zich uitstrektenaan de voet van de omliggende bergen, bezaaid met grassen voor de dieren. Vlakbij stond een prachtige tank die hydraulische kracht leverde voor de molen en andere machines, terwijl de dam diende als brug over de stroming. Hiernaast liet een 'dief' overtollig water los.



Hiernaast het wapen van de broer van Filipa CRISTÓVÃO SOARES DE ABREU

Hij werd geboren in Talharezes in 1601 en stierf in 1684. Hij trouwde met D. Maria do Amaral,

Hij was rechter van Casa de Suplicação (1643), conservator van Casa da Moeda (1666-1675) en raadslid van de stad Lissabon.
Hij was ook minister van Portugal in Frankrijk (1648/50), afgevaardigde van D. João IV op het Congres van Westfalen (1643/48), genealoog, dichter en prozaschrijver.


Schild gevierendeeld met de wapens van Sequeira (I en IV) en Abreu (II en III), met daarbovenop de wapens van Soares de Albergaria. Het insigne van de Orde van Christus hangt aan de helm en de ketting om de buitenkant van het schild. Het geheel is omgeven door een uitbundige plantaardige compositie, vastgebonden met een strik.




Felippa was een directe familielid van kapitein Pedro Soares de Abreu, getrouwd met Susana de Vasconcelos de Albuquerque (zonder opvolging) en dochter van kapitein Arnau de Vasconcelos de Albuquerque en Maria Lins d'Albuquerque. Arnau was de zoon van Antonio de Holanda de Vasconcelos, die Antonio was, zoon van Arnau de Holanda en Dona Brites Mendes [directe familie van Paus Adrianus VI].

Haar dochter Maria Soares Ximenes de Aragão de Abreu huwde met Antônio Fernandes Caminha de Medina, twee van hun kinderen [Maria & Gaspar] huwden met iemand die direct van Arnau de Holanda en Brites Mendes afstamden.
“D. Susana de Vasconcellos, mulher do Capitão Pedro Soares de Abreu que morreram este casal da D. Susana neste lugar do Engenho do Meio, no sítio em que morou João Baptista Accioly e me parece que seria o dito Pedro Soares irmão ou parente mui chegado da sogra de Antonio Fernandes Caminha de Medina [O Velho], que foi senhor deste engenho por sua mulher D. Maria Ximenes, como Vmcê. Tem escripto”.


Kind uit dit huwelijk:
I. Maria Ximenes de Aragão de Abreu [Gen. 12 Nr.: 2457 STAMOVERGROOTOUDER] (zie 2457).



4916 Gaspar Rabelo de Brito [Gen. 13 Nr.: 4916 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren in 1585 Guarda, Reino de Portugal en overleden na 19-12-1651 tenminste 66 jaar oud.
Functie: Capitão de infantaria ~ Kapitein van de infantrie
Notitie: Gaspar was getuige voor inquisiteurs bij een rechtzaak waaruit zijn geboortejaar duidelijk werd:
- 19-12-1651: Gaspar Rebelo de Brito, 66 jaar oud, geboren en woonachtig in Guarda [– zie zijn inbreng hieronder; het betreft een drietal verklaringen die hij allen eigenhandig ondertekent].




 
Zaak nr. 4113, van Simão Rodrigues Nobre, advocaat, uit Guarda, 63 jaar oud, gehuwd met Luisa Nunes.
 

Advocaat Simão Rodrigues Nobre, een nieuwe christen, was bekend en had een goede reputatie als professional in de stad Guarda. Bij de Inquisitie van Lissabon werden uit 1619 en 1620 twee aanklachten tegen hem ingediend, waarvan de eerste betrekking had op feiten uit 1607 en 1612. Niets waardoor de Inquisitie hem naar de Estaus kon brengen. In 1650 arriveerde echter in Lissabon een klacht van Manuel Gomes da Fonseca, die daar vier jaar gevangen had gezeten. Hij bleef al die tijd ontkennen, maar toen ze hem aan het veulen vastbonden, verzwakte hij en begon te praten. De jongen kwam uit Guarda en daarom begon hij over de nieuwe christenen in de stad waarvan hij de namen kende, dat in totaal 27 pagina’s bekentenis opleverde. Onder hen bevond zich de advocaat, Simão Rodrigues Nobre, 63 jaar oud.

Het Openbaar Ministerie verzocht om zijn aanhouding; de Algemene Raad gaf hiervoor toestemming en liet hem naar Estaus brengen.

In Estaus trapte hij in dezelfde val als andere nieuwe christenen: hij volgde het joodse vasten. Vanaf dat moment zou het bijna onmogelijk zijn om door de inquisiteurs vergeven te worden. Hij werd op 1 december 1652 in de auto da fé vastgezet.
 



Getuige: 19-12-1651

Gaspar Rebelo de Brito, 66 jaar oud, geboren en woonachtig in Guarda – Hoorde de beklaagde op Witte Donderdag opscheppen over de mandaatpreek van de predikant. Hij zag hem ook naar andere preken luisteren.

Hij zei dat Pedro Saraiva da Costa, Simão da Gama en João Lopes Botelho grote vijanden waren en dat als de beklaagde bevriend was met de laatste twee, hij ook vijandschap zou hebben met de eerste!

Hij zei dat Pedro Saraiva da Costa inmiddels was overleden en dat hij een “man met slechte aandacht (sic) en wraakzuchtig ” was. Hij was een machtige, arrogante man en een vriend van wraak, maar hij wist niets van zijn aanvallen. Hij zei dat over Pedro Saraiva da Costa in de stad werd gezegd dat L. do Domingos Mendes, een arts, de uitkering van de Kamer aan arts Francisco Gomes Chacão, een familielid van de beklaagde, voor zichzelf wilde opeisen.

Voorts meldde hij dat wat Cristóvão de Sá betreft, hij wist dat hij deel uitmaakte van het stadsbestuur en griffier is in de kerkelijke aula waar de beklaagde vaak pleitte en hij zag dat de beklaagde soms tegen de griffiers pleitte.








Hij trouwde met
4917 Maria da Silva [Gen. 13 Nr.: 4917 STAMBETOVERGROOTOUDER].
Kind uit dit huwelijk:
I. Francisco de Brito Saravaiva [Gen. 12 Nr.: 2458 STAMOVERGROOTOUDER], geboren in Guarda, Reino de Portugal (zie 2458).





4918 João Rodrigues [Gen. 13 Nr.: 4918 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren in Olinda, Pernambuco Brazil.
Hij trouwde in Olinda, Pernambuco, Brazil met Isabel Tavares Cabral [Gen. 13 Nr.: 4919 STAMBETOVERGROOTOUDER].
Notitie bij het huwelijk van João en Isabel: Eerder gehuwd geweest met Baltazar Rodrigues Mendes.
4919 Isabel Tavares Cabral [Gen. 13 Nr.: 4919 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren op San Miguel de Azores
Haar via haar vader Manoel Tavares Cabral zou zij direct verwant zijn aan Gonçalo Velho Cabral, de ontdekker van a.s. São Miguel [Azores].



XIII/4919 Anna de Siqueira e Mendonça que casou com Cypriano Tavares, natural de Pernambuco, e que vindo para Santos foi capitão-mor e governador da capitania de S. Vicente e S. Paulo, e tomou posse em janeiro de 1662 prestando juramento nas mãos de Salvador Corrêa de Sá e Benevides, governador do Rio de Janeiro. Foi f.° de Balthazar Rodrigues Mendes, natural de Belém da cidade de Lisboa, e de Izabel Cabral [Isabel Tavares Cabral], natural de ilha de S. Miguel, de onde veio na companhia de seu pai Manoel Tavares Cabral, viúvo de N. de Paiva, naturais da mesma ilha, e casou-se em Olinda, descendente do descobridor e donatário daquela ilha, Gonçalo Velho Cabral, comendador do castelo de Almural.
Izabel Cabral casou 2.ª vez em Olinda com João Rodrigues.
Do 1.º marido Balthazar Rodrigues descendem: 1.º, Cypriano Tavares, casado com a n.º 2-1 supra; 2.º, Valentim Tavares, que foi governador do Rio Grande ou Paraíba do Norte.
Do 2.º marido João Rodrigues teve: 3.º, o rev.mo padre Gonçalo Cabral, que foi vigário em Itamaracá. Também Manoel Tavares Cabral, viúvo de N. de Paiva, casou-se em Pernambuco com uma f.ª de Nuno Dias Thovar e teve a f.ª única Catharina, que deixou nobre geração em Pernambuco.


Kind uit dit huwelijk:
I. Maria Tavares Cabral [Gen. 12 Nr.: 2459 STAMOVERGROOTOUDER] (zie 2459).
4920 Francisco Jácome/Jaconte [Gen. 13 Nr.: 4920 STAMBETOVERGROOTOUDER]
.
Notitie: Ilha da Madeira, Reino de Portugal e dos Algarves.
Hij trouwde met
4921 Maria da Silveira [Gen. 13 Nr.: 4921 STAMBETOVERGROOTOUDER].
Notitie: Ilja da Madeira, Reino de Portugal e dos Algarves.
Kind uit dit huwelijk:
I. Nomen Nescio Ferreira da Silveira [Gen. 12 Nr.: 2460 STAMOVERGROOTOUDER] (zie 2460). 4924 Sebastião da Costa de Carvalho [Gen. 13 Nr.: 4924 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Natural Neguellos, Porto, Porto District, Brasil Colonial.



Biblioteca Nacional: Nobiliarchia pernambucana Volume II


Hij trouwde met
4925 Beatriz Carneiro [Gen. 13 Nr.: 4925 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Natural Neguellos, Porto, Porto District, Brasil Colonial.
Kind uit dit huwelijk:
I. Miguel Carneiro da Costa [Gen. 12 Nr.: 2462 STAMOVERGROOTOUDER], geboren in Neguellos, Porto, Porto District, Reino de Portugal e dos Algarves (zie 2462).
4926 João Saraiva [Gen. 13 Nr.: 4926 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Natural Torre de Moncorvo, Reino de Portugal e dos Algarves
Notitie: Later inwoner van Lissabon waar zijn vrouw vandaan komt.
Hij trouwde met



4927 Guiomar Luiz Barbosa [Gen. 13 Nr.: 4927 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Natural Lisboa, Reino de Portugal e dos Algarves.
Kind uit dit huwelijk:
I. Antônia das Neves [Gen. 12 Nr.: 2463 STAMOVERGROOTOUDER] (zie 2463).




 

5120 Thomas Copestake [Gen. 13 Nr.: 5120 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Thomas is gebpren ca. 1560 Ellastone Staffordshire, Kingdom of England en is overleden. Hij is begraven op 27-08-1639 in Ellastone Staffordshire, Kingdom of England.
Beroep: Yoman (a man holding and cultivating a small landed estate; a freeholder).
Adres: Prestwood Staffordshire
Hij trouwde, op 26-07-1579 in Ellastone Staffordshire, Kingdom of England met de 20-jarige



XIII/5120 begraven Thomas Copestake


 
XIII/5120 Thomas Copestake burial


XIII/5120 & 5121 Huwelijk Thomas Copestake & Katheryn Bothom


 
XIII/5120 & 5121 Thomas Copestake and Katheryn Bothom marriage


5121 Katheryn Bothom [Gen. 13 Nr.: 5121 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Zij is gedoopt op 01-02-1560 in Ellastone Staffordshire, Kingdom of England.



XIII/5121 doop Katheryn Bothom


XIII/5121 Katheryn Bothom baptism


Katheryn is overleden.
Kind uit dit huwelijk:
I. Sampson Copestake [Gen. 12 Nr.: 2560 STAMOVERGROOTOUDER], gedoopt op 17-09-1601 in Ellastone Staffordshire, Kingdom of England (zie 2560).
5122 John Alline [Gen. 13 Nr.: 5122 STAMBETOVERGROOTOUDER].
Hij trouwde met
5223 Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 5123 STAMBETOVERGROOTOUDER].
Kind uit dit huwelijk:
I. Joane Allyne [Gen. 12 Nr.: 2561 STAMOVERGROOTOUDER], geboren in 1607 (zie 2561).
5538 Thomas Baraclough [Gen. 13 Nr.: 5538 STAMBETOVERGROOTOUDER]
. Thomas is overleden.
Hij trouwde met:
5539 N. N. [Gen. 13 Nr.: 5538 STAMBETOVERGROOTOUDER]. N. is overleden.
Kind van Thomas en N.:
I. Anne Baraclough [Gen. 12 Nr.: 2769 STAMOVERGROOTOUDER] (Zie 2769)
5570 Thomas Baraclough [Gen. 13 Nr.: 5538 STAMBETOVERGROOTOUDER] (dezelfde als 5538).
Hij trouwde met
5571 - Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 5538 STAMBETOVERGROOTOUDER] (dezelfde als 5539).
6208 Jürgen Bangert [Gen. 13 Nr.: 6208 STAMOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1520 in Sudeck Waldeck Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Religie: Evangelisch Luthers.
Jurg is overleden omstreeks 1595 in Sudeck Waldeck Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 75 jaar oud.
Beroep: Rechter & Boer
Hij trouwde met:
6209 - Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 6209 STAMOVERGROOTOUDER], N. is overleden na 1548 in Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Kind van Jürgen en N.:
I. Jurg Bangert [Gen. 12 Nr.: 3104 STAMGROOTOUDER] (Zie 3104)
6216 Enoch Pauli [Gen. 13 Nr.: 6216 STAMOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1520 in Rhenegge Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Enoch is overleden.
Hij trouwde met
6217 - Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 6217 STAMOVERGROOTOUDER] - is overleden.
Kind uit dit huwelijk:
I. Georg Paull [Gen. 12 Nr.: 3108 STAMGROOTOUDER], geboren omstreeks 1545 in Rhenegge Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 3108).
6224 Ricus Henschen [Gen. 13 Nr.: 6224 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1550 in Rhenegge Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Ricus is overleden.
Hij trouwde met
6225 - Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 6225 STAMBETOVERGROOTOUDER] - is overleden.
Kind uit dit huwelijk:
I. Heinrich Henschen [Gen. 12 Nr.: 3112 STAMOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1580 (zie 3112).
6304 Hynrick Maesen [Gen. 13 Nr.: 6304 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Hynrick is geboren ca 1585 en overleden <25-07-1646 in Amersfoort Republiek der 7 Verenigde Provinciën, tenminste 61 jaar oud.



04-02-1608 Huwelijkse voorwaarden

Datering: 04-02-1608

Akten: Huwelijkse voorwaarden: 04-02-1608 J. van Ingen AT 002b001 nr. 160.

Naam: Comparanten:
Henrick Rijcxzn. en Jan van Ingen, vanwege Henrick Maeszn., bruidegom. Bessel Helmichszn. en Bessel Rutgerszn., vanwege Geertgen Rutgers, bruid. Opmerkingen:
De bruidegom brengt in, 100 gulden contant geld plus zijn klederen, gewaardeerd op 100 gulden. Mettgen, weduwe van Maes Everts heeft tot vordering naar haar zoon, de bruidegom, de som van 150 gulden. De bruid brengt in, aan contant geld, inboedel, klederen en anders, samen gewaardeerd op 450 carolus gulden. Als zij zonder kinderen overlijden,
of die ook weer zonder kinderen overlijden, dan zullen de goederen terug gaan naar de zijde waarvan ze gekomen zijn. Winst en verlies en eventuele toekomende erfenissen of "bestervenissen" zullen half om half zijn. De twee gouden ringen die de bruid van de bruidegom zal ontvangen, zullen ingeval van overlijden zonder kinderen, door de bruid vooruit genoten worden.
Daaronder stond: Bessel Rutgers bekent dat hij de voornoemde goederen van Geertgen Rutgers, zijn zuster, uit de erfenis waar zij is aangekomen door het overlijden van zijn vader en moeder en van Harmantgen Rutgers, zijn overleden zuster, niet zal pretenderen, en dat Geertgen Rutgers daarvan de volle geneugten zal hebben. 04-02-1608.

Rol: Genoemd


Weduwe 24-10-1610

De weduwe van Henrick Maes zal daar tegenover de andere helft van de hof, zoals deze van de voornoemde kerk in erfpacht is ontvangen, behouden, zoals deze mede is afgepaald en tegenwoordig in bezit is van Gerrit Aertzn. en waarop jaarlijks een gulden wordt betaald van de voornoemde 4 gulden erfpacht die is beloofd en de andere helft van de hof die aan Gerrit Gerritszn. is verkocht daarvan vrijen. De partijen zullen ieder voor de helft de schiltgelden en 's Heeren ongelden (= grondbelasting) betalen die op voornoemde hof zijn geheven. De weduwe van Henrick Maes zal "tot vermaningen" van Gerrit Gerritszn. en Hillitgen Frans alle hulp verlenen om van de kerkmeesters van de kerk accoord voor overzetting van de voornoemde helft van de hof te verkrijgen. Gerrit Gerritszn. zal aan de weduwe van Henrick Maes 24 carolus gulden betalen over een maand na datum dezes. Wel te verstaan dat indien Gerrit Gerritszn. intussen kan bewijzen dat de koop van voornoemde hof door Henrick Maes aan Willem Thoeniszn. is gedaan en aan de ontvanger of collecteur van de 40e penning door Henrick Maes of Willemtgen (N.B. mogelijk is dit de naam van voornoemde weduwe) is gemeld, dan zal Gerrit Gerritszn. van de voornoemde 24 gulden zijn vrijgesteld, terwijl het overige van dit accoord van waarde blijft en bij de betaling van de 24 gulden zullen de ongelden (onkosten) worden afgetrokken die Gerrit Gerritszn. kan bewijzen betaald te hebben. Hiermee zijn en zullen partijen accoord blijven met compensatie van de kosten. Getuigen: mr. Elias van Weede, Evert van der Schuer, Rijck van Mulenborch, Cornelis Aert Gerritzn. en Jan van Ingen. Bijzonderheden: Comparanten: De weduwe van Henrick Maes, als moeder en momberse (voogdes) van haar kinderen, in aanwezigheid van haar kinderen, ter ene zijde. Gerrit Gerritszn. en Hillitgen Frans, echtelieden, ter andere zijde. Er was een geschil ontstaan over de helft van zekere hof, eertijds door Henrick Maes verkregen van de St. Joriskerk alhier met goedvinden van de regeerders dezer stad, gelegen tussen de Camppoort en Trijskenspoort (St. Andriespoort). Belend aan de ene zijde Henrick Maes en Evert Wouterszn. aan de andere zijde. De weduwe van Henrick Maes eist dat Gerrit Gerritszn. en Hillitgen Frans de voornoemde helft van de hof ten behoeve van haar zullen verlaten, omdat de verhuur door Henrick Maes aan Willem Thoeniszn. gedaan al lang was beeindigd. Gerrit Gerritszn. zegt dat Henrick Maes deze hof uiteindelijk had verkocht aan Willem Thoeniszn. en zijn huisvrouw, van wie Hillitgen Frans deze hof eveneens door koop had verkregen en dat daarom haar het enige gebruiksrecht was toegekomen.


07-07-1616 Koop van een huis; Langestr. Amersfoort

Verkoop huis op de Langestraat
Bijzonderheden:
Harman Roelofs, heeft dit voor zichzelf en vervangende zijn huisvrouw, verkocht aan Henrick Maes en Thonisgen Willems [diens 2e vrouw], echtelieden, en hun erven, met de last van 2 gulden en 2 stuivers jaarlijks voor het Schippersgilde van Amersfoort. Dit voor de som van 700 carolus gulden, waarvan de koper aan de verkoper bij ondertekening van de akte 400 car. gulden heeft betaald en over de resterende 300 gulden zal de koper jaarlijks 18 gulden rente betalen, waarvan het eerste jaar rente moet worden betaald mei 1617, tot de aflossing toe. Transport zal worden gedaan op verzoek en in de tussentijd blijven de voornoemde 300 gulden speciaal met het voornoemde huis verbonden, en bij het transport zal dit bedrag in het huis worden gehypotheceerd.


30-11-1618 Getuige

Testament: 30-11-1618 Notaris J. van Ingen

Jeronimusz., Marten (inwoonders van Amersfoort)

Echtgenoot: Harmansdr., Dirckgen (tekent met merk).
Zij bemaken elkaar over en weer de levenslange lijftocht van al hun na te laten goederen, met een volkomen bewind en administratie. Zij secluderen de Weeskamer uit hun boedel. Akte ten woonplaatse van de comparanten.

Getuigen: Brant Henricxz. (ook: Brandt), Thijman Henricx (ook: Timen) en Henrick Maesz. (ook: Henrijck Masen; backer)


12-12-1618 Voogd

Datering: 1618-12-12
Akten: Verkoop: 12-12-1618 Notaris J. van Ingen AT002 b006 folio 115 R
Naam: Uit de nalatenschap van: - Jan Thonis. zaliger; - en zijn vrouw Neeltgen Willems. Verkopers: Voor de ene helft: Thonis Jansz. Voor de andere helft: - Henrickgen weduwe van Willem Thonis., ook Henrickgen Willems genoemd; - met haar gekoren voogd, haar zwager Henrick Maesz. Kopers: - Gerrit Jansz. (bombazijdewercker) en zijn vrouw.
Omschrijving:
Verkoop in erfkoop van een huysinge, wezende twee woningen met de hof daarachter, staande in de Crommestraet alhier,
en strekkende tot aan de Langegraft (ook: Langegracht). Belend aan de ene zijde: een gemeen steegje; belend aan de andere zijde: de weduwe en erfgenamen van Gerrit van Rhyn. Opmerkingen:
Met voorwaarden voor het verhogen van de muur aan de zijde van de weduwe, en het onderhoud van de houten afscheiding. De koopsom bedraagt 700 Carolus gulden. De koper zal 200 gulden op interest mogen behouden tegen 6% rente. Aanvaarding per mei 1619. Deze 200 gulden zal afgetrokken worden van de portie van Henrickgen Willems. De resterende kooppenningen zal de koper in 3
jaarlijkse termijnen betalen tegen 6% interest, steeds per mei. Waarna transport zal plaatsvinden. De 40e penning zal de koper voor zijn rekening nemen, alsmede de kosten van transport en schrijven van dezen. Verder zal de koper van iedere gulden van de kooppenningen een oortje betalen ten gelage en een oortje ten rantsoen, waarvoor de verkopers de bestemming zullen bepalen. Borgen voor de koper: Jan Henricksz. (tekent met merk) en Jacob Wesselsz. (tekent met merk; dragers). Getuigen: Jan Cornelisz. en Aert Thonis. (tekent met merk; timmerluyden).


03-12-1625 Verkoop van graf in Leusden

Op 3 december 1625 verkocht Henrick Maesz, wonend in Amersfoort, aan de weduwe en kinderen van Jacob Aeriensz Stael voor 12 gulden een graf aan de zuidzijde van het koor op het kerkhof van Leusden


07-07-1626 Getuige bij testament

Datering: 1626-07-07
Akten: Testament: 07-07-1626 (ouden stijl) Notaris J. van Ingen AT002 a002 folio 508 V
Naam: Roelofsz., Harman (tekent: "Hermen Roelfs."; borgers en inwoonders van Amersfoort; hij is: "cranck van lichaeme synde")
Opmerkingen:
Over en weer bemaken zij elkaar de lijftocht van al hun na te laten goederen, met een volkomen bewind en administratie, tot het hertrouwen toe van de langstlevende. Zij secluderen de Weeskamer. Zij bemaken al hun na te laten goederen in gelijke parten aan hun zoon en dochters resp. hun na te laten geboorte: - hun zoon Cornelis Harmanss.; - de kinderen van Fytgen Harmans zaliger, met eenre hand i.p.v. hun moeder; - Willemtgen Harmans, weduwe van Dirck Servaesz.; - Harmantgen Harmans, huysvrouw van Teel Servaesz. Onder verband, dat indien de kinderen van Fijtgen Harmans alle zonder nalatende geboorte zouden overlijden, dat dan datgene wat zij geërfd hebben van hen, comparanten, weer vererven zal op de naaste van de zijde van hun comparanten. De comparanten willen niet dat de kinderen van Fytgen Harmans gekort zullen worden voor het onderhoud wat zij aan deze kinderen gedaan hebben en nog doen zullen. Zij willen dat hun zoon Cornelis Harmans. het voordeel genieten zal dat hem volgens de ordonnantie toekomt. Mits de dochters en hun kinderen genieten zullen de klederen ten lijve van Anna Cornelis. Akte te Amersfoort ten woonplaatse van de comparanten. Getuigen: Jan Janss. (bombesydewercker), Peter Janss. (timmerman; hij tekent met een huismerk) en Henrick Maes. (backer)



Henrick Maesz was lang eigenaar aan de Langegracht, zoals blijkt uit diverse transportakten:

Op 18 augustus 1617, Henrick Maesz belendend aan koper Clemens van Vanevelt en verkoper Henrick Aertsz van Osch,Op 12 juni 1624, Henrick Maesz, bakker, belendend aan koper Heyltgen Adams, weduwe van Gerrit Cornelissen en haar erven en verkoper Wouter Rutgertsz en zijn vrouw Weymptgen Cornelis.

Op 9 oktober 1635, Henrick Maesz, bakker, belendend aan koper Thijmen Henricksz Roos en Oeijtgen, weduwe van Arent van de Wal en verkoper Gijsbert Evertsz, weduwnaar van Ariana Jans, wonende te Amsterdam.

Op 1 mei 1640 gaven Henrick Maesz, bakker, en zijn vrouw een lening aan Nicolaes de Goijer, oud-ritmeester en zijn vrouw Geertruijd van Oostendorp, met als onderpand een huis en hofstede staande aan de Langegracht.


Henrick Maesz, bakker, zijn vrouw en hun erven gaven op gaven op 17 april 1627 een lening aan Lijsgen Jacobs, weduwe van Jacob Wessels, Thonis Jacobsz, Jacob Jacobsz, en Jan Henricksz met hun respectieve vrouwen, met als onderpand een huis in de Paternosterstraat, door Lijsgen Jacobs bewoond.

Henrick Maes, bakker, zijn vrouw en hun erven gaven op 19 juli 1627 een lening aan Peter Goortss, met als onderpand een huis en hofstede buiten de kleine Koppelpoort.
In de marge: Lambert Elbertzen, bakker, als man en voogd van Geertgen Henrickx, die erfgename is geweest van Henrick Maesen haar vader, - voorts voor de andere erfgenamen, - verklaart dat de schuldsom voldaan is door Goosen Jansen. Akte 29-05-1656.



19-07-1627 Erven

Aktedatum: 19-07-1627

Leningnemer: Peter Goortss
Leninggever: Henrick Maes Bakker, zijn vrouw en hun erven

Lening: 84 gulden

Onderpand: huis en hofstede buiten de kleine Koppelpoort
Belendingen 1: Hubert Lambertss Moll
Belendingen 2: Jan Jacobs van Bitterschoten
Opmerkingen: In de marge: Lambert Elbertzen, bakker, als man en voogd van Geertgen Henrickx, die erfgename is geweest van Henrick Maesen haar vader, - voorts voor de andere erfgenamen, - verklaart dat de schuldsom voldaan is door Goosen Jansen. Akte 29-05-1656.


Op 14 november 1627 verstrekten Henrick Maesz, backer, zijn vrouw en hun erven een lening van ƒ 200.
Deze lening werd op 28 februari 1634 voldaan, verklaarde Henric Maesz, backer, voor hem en zijn vrouw.

Henrick Maess, bakker, werd vermeld op 28 juni 1628 als belendend aan de Langegracht, koper was Gerrit Jansz, metselaar.

Henrick Maesz, bakker, zijn vrouw en hun erven gaven op 30 maart 1629 een lening van ƒ 50 aan Gerrit Jansz en zijn vrouw Stijntgen Henricx met als onderpand een huis in de Breestraat.

Henrick Maesz, bakker, werd vermeld op 9 oktober 1635 als belendend aan de Langegracht. Koper was Thijmen Henricksz Roos.

Henric Maesz, bakker en zijn vrouw verstrekten op 1 mei 1640 een lening van ƒ 200.Henric Maess, bakker, leefde nog op 21 mei 1644 want toen werd hij vermeld als belendend in de Muurhuizen.



Overleden aan de Langegracht te Amersfoort

25-07-1646; Een huis en woning achteraan aan de Langegracht, waar hun vader was overleden, strekkende tot achter in de Muurhuizen. Maes Henricsz, al jaren uitlandig, Rutger Henricxz en zijn vrouw Evertgen Gerrits, Cornelis Jansz Veen en zijn vrouw Grietgen Henricx, respectieve voorzonen en voordochter van wijlen Henrick Maesen, bakker bij hem behouden van Geertgen Rutgers zijn vorige overleden vrouw. Willem Henricsz en zijn vrouw Aeltgen Reijers, Lambert Elbertsz en zijn vrouw Evertgen Henrics, Jaecques Monij en zijn vrouw Emmitgen Henricx, Mechtelt Henricx, jongedochter, nazoon en -dochters van Henrick Maesz bij Tonisgen Willems, zijn laatst overleden vrouw verdeelden de erfenis. Kopende partij: Dragen over aan Lambert Elbertsz en zijn vrouw Evertgen Henricx, mede-erfgenamen. Opmerkingen: Belast met 40 gulden aan het Schippersbroederschap, met 5 penningen aan Cornelis van Ingen, met 150 gulden aan Rutger Henricsz, supplement van zijn moeders goeden met 1488 gulden aan de mede-erven. Voldaan.






Kaart Joan Blaeu, 1649
De Langegracht loopt vanaf rechtsonder schuin omhoog en komt dan uit bij een brug, de Ketelaarsbrug, die de Breestraat verbindt met Muurhuizen. Maar ook de panden aan de Breestraat waren muurhuizen. De panden aan de Langegracht kwamen aan de achterkant uit bij de muurhuizen. Het woonhuis van Henrick Maesz moet dus één van panden in de cirkel zijn geweest.


Op 22 april 1656 werd een huisje en hofje buiten de Kleine Koppelpoort overgedragen, belast met een hoofdsom van ƒ 20-10-0 ten behoeve van Henrick Maesz, backer (Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis).

Beroep: Backer
Hij trouwde op 04-02-1608 in Amersfoort Republiek der 7 Verenigde Provinciën met
6305 Geertgen Rutgers [Gen. 13 Nr.: 6305 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Geertgen is geboren voor 01-05-1679 Republiek der 7 Verenigde Provinciën en overleden voor 16-07-1610 in Amersfoort Republiek der 7 Verenigde Provinciën.
Bij haar huwelijk op 04-02-1608 vermeld:
Bessel Rutgers bekent dat hij de voornoemde goederen van Geertgen Rutgers, zijn zuster, uit de erfenis waar zij is aangekomen door het overlijden van zijn vader en moeder en van Harmantgen Rutgers, zijn overleden zuster, niet zal pretenderen, en dat Geertgen Rutgers daarvan de volle geneugten zal hebben. 04-02-1608.



Object: een huis, hof en hofstede aan de Cingel.

Verkopende partij:
Elbert Elbertsz voor 6/11 parten; Lambert Petersz voor 1/11 part; Evert Rutgersz voor 1/11 part; Tonis Rutgersz voor 1/11 part; Peter Buijck voor 1/11 part; allen voor zich en voor hun absente vrouwen en Evert en Tonis Rutgersz ook voor IJdgen Beerns en Geertgen Rutgers, hun zwager en zuster; 1/11 part voor de erfgenamen van Cors Reijersz.

Kopende partij:
Jean La Roche, zijn vrouw Elbertgen Evertsz en hun erven.

Aktedatum: 19-05-1646

Belendingen 1: aan de ene zijde Gerrit Aertsz Vuller.
Belendingen 2: aan de andere zijde een steegje.
Belendingen 3: neffens de weduwe en kinderen van Jacob Petersz Timmerman en achter IJsack Lasardon.


XIII/6305 Geertgen Rutgers Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort inschrijving na 13-12-1604 en uitschrijving voor 16-07-1610


Kind uit dit huwelijk:
I. Maes Henricsz [Gen. 12 Nr.: 3152 STAMOVERGROOTOUDER] (zie 3152).
6404 Hermann Hilling [Gen. 13 Nr.: 6404 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1530 in Niederlangen-Hilgen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie bij de geboorte van Hermann: geboren um 1530
Hermann is overleden na 1606 in Niederlangen-Hilgen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 76 jaar oud.
Notitie bij overlijden van Hermann: Gestorben nach 1606, urk. 1551-1606
Notitie bij Hermann: Beerbter, wird 1551 "vor gewalt" vor das Düther Brüchtegericht gebracht, bezahlt 1562/63 Strafe wegen Totschlags, 1583-1595 Gerichtsschöffe Lathen.
"1562 April 2, Vor Feyge Engelberts, Richter zu Lingen, versprechen Mechthild die Witwe und die Kinder des infolge eines Unglücks durch die Hand des Hermann Hyllinck zu Tode gekommenen Lingener Bürger Bernt Westerbeck keine Klage gegen Hermann Hyllinck zu erheben. Zeugen: Lambert Ham, Menke Kremer, Johann Runde, Thomas Schomaker, Bürgermeister zu Lingen u.a., Siegel des Richters" (Urkunde im Hofarchiv Hilling).

Religie: Katholiek
Hij trouwde ongeveer 38 jaar oud. Het kerkelijk huwelijk vond plaats omstreeks 1568 in Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation met:
6405 Anna Schulte [Gen. 13 Nr.: 6405 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Anna is overleden na 1568 in Niederlangen-Hilgen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie bij overlijden van Anna: Gestorben nach 1568, urk. 1568
Notitie bij het huwelijk van Hermann en Anna: vor 1568
Kind van Hermann en Anna:
I. Nikolaus Hilling [Gen. 12 Nr.: 3202 STAMOVERGROOTOUDER] (Zie 3202)



6412 Behne Kramer [Gen. 13 Nr.: 6412 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Behne is overleden vóór 1611.
Notitie bij Behne: Hij schonk een zeker fortuin aan zijn zoon Jürgen; In 1611 wordt over hem gezegd dat zijn fortuin

"indien geërfd van zijn ouders, anders zou hij het misschien gered en verworven hebben door God en fortuin, zich uitstrekt tot meer dan zeshonderd Reichsthaler..."

Zijn familie leende een grote som geld aan de familie Stock in Sögel (de voorouders van Albert Stock in Sögel, *1615, +1679, zoon van Ticken Stock); als compensatie gaf de familie Stock hen "2 Vierup Saat Land am Nienhüsen" voor hun gebruik "die zijn voorouders lang geleden aan de voorouders van Jürgen Behnes hadden gegeven als compensatie voor het geld dat ze hadden geleend", staat er over Albert Stock, verwijzend naar tot het jaar 1656, waarin Jürgen Behnes de Jongere uiteindelijk het stuk grond van Albert Stock kocht.

Hij trouwde met
6413 - Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 6413 STAMBETOVERGROOTOUDER]. - is overleden vóór 1611.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jürgen Benes [Gen. 12 Nr.: 3206 STAMOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1580 in Sögel Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 3206).




 

6414 Heinrich von Langen [Gen. 13 Nr.: 6414 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1565 in Sögel Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Heinrich is overleden vóór 1640 in Sögel Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ten hoogste 75 jaar oud.
Notitie bij Heinrich: Urk. 1590-1616

Kauft 1590 mit seiner Frau Wobbeke Kösters von Johann von Münster den "Eynermanns Kamp", 4 Scheffel Land bei der "Burslape" zwischen Mennikes Land, 2 Scheffel auf dem "Neuen Land" zwischen Engelberts Land und 2 Scheffel "up der Tunne" zwischend den Parzellen des Bernhard von Langen und Hermann Stock, zu Sögel.




 

Wurde zwar bei der Gegenreformation katholisch, wollte sich aber nicht von seiner Frau trennen und wurde am 06.11.1614 abgesetzt und vertrieben. Holger Lemmermann schreibt über die Gegenreformation in Sögel:
"Heinrich von Langen, ein Sohn des verstorbenen Richters auf dem Hümmling, Bernhard von Langen, wird, obwohl katholisch, seines Amtes enthoben. Grund ist die Tatsache, dass er verheiratet ist und seine Frau, eine Tochter des Sögeler Vogts Köster, sowie seine Kinder nicht verlassen will. Trotz seines Angebotes, seinem Nachfolger jegliche Hilfe und Unterstützung zu gewähren, wird er aus Sögel ausgewiesen und hält sich - zumindest eine gewisse Zeit - in Lorup auf."
Von dort aus regelte er finanzielle Angelegenheiten mit einem seiner Brüder und dem Kirchenrat zu Sögel.

- Am 6.11.1614 wurde die katholische Messe in Sögel von zwei fremden Geistlichen zelebriert, die gekommen waren, um von Langen abzulösen und die lutherische Bevölkerung wieder katholisch zu machen. Der bisherige Prediger von Langen hatte das Pastorat bereits verlassen und nahm während der Messe "mitsamt seinen Brüdern und anderen Verwandten" auf dem Chor Platz; kurz darauf verließ er den Ort. Der die Gegenreformation durchführende Generalvikar nennt ihn allerdings 1614 "ein einfacher und guter Mann". Der Nachfolger aber muss eine unerfreuliche Gestalt gewesen sein; er beklagte sich, dass Langen sich häufig und unbehelligt in der Gemeinde aufhalte, so sei er z.B. zur Hochzeit seiner Nichte nach Sögel zurückgekehrt und habe bei dieser Gelegenheit zu den Gläubigen gesagt:

"Ego docui vos viam veritatis" (Ich habe euch den Weg der Wahrheit gelehrt).

Außerdem habe er seinen Nachfolger einen Buben, Schurken und Hurer genannt.

1616 Georg/Jürgen von Langen zu Stockum vermacht ihm und seinen Brüdern Bernd und Christian 1616 testamentarisch gemeinschaftlich einhundert Taler.

Beroep: Sögel-pastoor (Sinds 1604)
Religie: Evangelisch
Hij trouwde met
6415 Wobbeke Kösters [Gen. 13 Nr.: 6415 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1565 in Sögel Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Wobbeke is overleden na 1614 in Sögel Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, minstens 49 jaar oud.
Notitie bij Wobbeke: Urk. 1590-1614.
Religie: Evangelisch
Kind uit dit huwelijk:
I. Brigitte von Langen [Gen. 12 Nr.: 3207 STAMOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1590 in Sögel Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 3207).



6416 Nomen Nescio Grönninger [Gen. 13 Nr.: 6416 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1560 in Niederlangen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie bij de geboorte van N.: Geboren um 1560
N. is overleden na 1595 in Niederlangen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 35 jaar oud.
Notitie bij N.: Beerbter
Religie: Evangelisch Luthers
Hij trouwde met:
6417 - Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 6417 STAMBETOVERGROOTOUDER]. N. is overleden na 1595 in Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Kind van N.N. en N.N.:
I. Hermann Grönninger [Gen. 12 Nr.: 3208 STAMOVERGROOTOUDER] (Zie 3208)




 

6432 Johann Einhaus [Gen. 13 Nr.: 6432 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1540 in Oberlangen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Johann is overleden na 1579 in Oberlangen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 39 jaar oud.
Religie: Katholiek
Hij trouwde met:
6433 - Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 6433 STAMBETOVERGROOTOUDER]. N. is overleden na 1570.
Kind van Johann en N.:
I. Hermann zum Einhaus [Gen. 12 Nr.: 3216 STAMOVERGROOTOUDER] (Zie 3216)
6440 Hermann Schmidt [Gen. 13 Nr.: 6440 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1560 in Niederlangen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
In de kerspelschatting van 1579 wordt Herman Schmidt genoemd.
Hermann is overleden na 1606 in Niederlangen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 46 jaar oud.
Religie: Evangelisch Luthers
Hij trouwde met:
6441 - Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 6441 STAMBETOVERGROOTOUDER]. N. is overleden na 1590 in Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Kind van Hermann en N.:
I. Borchert Schmedes [Gen. 12 Nr.: 3220 STAMOVERGROOTOUDER] (Zie 3220)
6448 Hermann Rupennest [Gen. 13 Nr.: 6448 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1557 in Rupenest Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Hermann is overleden omstreeks 1606 in Rupenest Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 49 jaar oud.
Notitie bij Hermann: Urk. 1606
Beroep: Beerbter [Landbouwer]Religie: Rooms KatholiekHij trouwde met
6449 - Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 6449 STAMBETOVERGROOTOUDER].
Kind uit dit huwelijk:
I. Hermann Rupennest [Gen. 12 Nr.: 3224 STAMOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1590 in Rupenest Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 3224).
6452 Wilckens Baelmann [Gen. 13 Nr.: 6452 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1590 in Fresenburg Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Wilckens is overleden na 1631 in Fresenburg Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 41 jaar oud.
Religie: Evangelisch Luthers
Hij trouwde met:
6453 - Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 6453 STAMBETOVERGROOTOUDER]. N. is overleden na 1610.
Kind van Wilckens en N.:
I. Lampe Baalmann [Gen. 12 Nr.: 3226 STAMOVERGROOTOUDER] (Zie 3226)
6456 Lubbert zum Strohen [Gen. 13 Nr.: 6456 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1590 in Ströhn Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
In 1631 woont Lubbert zum Strohn nog op het erf Zum Strohn.
Bij de opname van het erf in 1640 is Lubbert reeds overleden!
Lubbert is overleden na 1631 in Ströhn Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 41 jaar oud.
Religie: Evangelisch Luthers
Hij trouwde met:
6457 Margaretha N. [Gen. 13 Nr.: 6457 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Margaretha is overleden op 27-09-1652 in Ströhn Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Zij is begraven op 30-09-1652 te Lathen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie bij het huwelijk van Lubbert en Margaretha: 1640 Leibzüchterin
Kind van Lubbert en Margaretha:
I. Thole zum Ströhn [Gen. 12 Nr.: 3228 STAMOVERGROOTOUDER] (Zie 3228)
6640 Jacob Ertzinger [Gen. 13 Nr.: 6640 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Hij is gedoopt op 10-08-1623 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia. Jacob is overleden omstreeks 1680 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia, ongeveer 57 jaar oud.
Religie: Mennoniet [zie artikel: Mennonites].
Hij trouwde, 22 jaar oud, op 19-02-1646 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia met de 17-jarige



XIII/6614 doop Jacob Ertzinger


XIII/6640 & 6641 huwelijk Jacob Ertzinger en Agnes Meyer


6641 Agnes Meyer [Gen. 13 Nr.: 6641 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Zij is gedoopt op 24-07-1628 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia. Agnes is overleden op 05-12-1662 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia, 34 jaar oud.
Religie: Mennoniet [zie artikel: Mennonites].
Notitie bij Agnes: Naam ook geschreven als: Maierin!



XIII/6641 Agnes Meyer


XIII/6641 Begraven Agnes Meyer


Kind uit dit huwelijk:
I. Michael Ertzinger [Gen. 12 Nr.: 3320 STAMOVERGROOTOUDER], gedoopt op 15-01-1660 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia (zie 3320).
6642 Hans Russenberger [Gen. 13 Nr.: 6642 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Hij is gedoopt op 06-09-1629 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia. Hans is overleden.
Religie: Mennoniet [zie artikel: Mennonites].



Anabaptisten ter dood veroordeeld op de brandstapel of op het zwaard
De Schleitheim Confessie (ook bekend als de Brüderliche Vereinigung of de Schleitheim Brotherly Union) wordt erkend als een keerpunt articulatie van bepaalde Zwitserse wederdopers onderscheidende kenmerken. Michael Sattler wordt nu geaccepteerd als de hoofdauteur van de zeven artikelen die bekend staan ​​als de Brüderlich Vereinigung (Schleitheim-bekentenis), die een algemeen aanvaarde geloofsbelijdenis werd van de Zwitserse en Zuid-Duitse wederdopers. Deze werden op 24 februari 1527 bekrachtigd tijdens een vergadering van wederdopers in het Noord-Zwitserse dorp Schleitheim; de eerste wederdoperssynode.
"Anabaptist" is eigenlijk een Grieks woord dat "wederdoper" betekent, dat vanaf de 4e eeuw in het Latijn van de kerk wordt gebruikt en ten minste al in 1532 in het Engels verschijnt, zelden gebruikt in het 16e-eeuwse Duits of Nederlands, waar de vertaling Wiedertäufer en Wederdooper wordt gebruikt vanaf het begin van de wederdopersgeschiedenis in 1525.
De keizerlijke wet uit de tijd van Justinianus (529 n. Chr.) maakte de herdoop tot een van de twee ketterijen die met de dood werden bestraft, de andere was antitrinitarisme. Dus door de radicalen van de Reformatie als "wederdopers" te classificeren, werden ze meteen wettelijk onderworpen aan veroordeling en executie. Op 18 september 1527 werd het eerste bekende lid van de Zwitserse broeders op deze plaats in de gevangenis van Schaffhausen geworpen.
Het uiteindelijke resultaat was de militaire bezetting van het dorp in 1595, om de Zwitserse broeders te dwingen naar de kerk te gaan en hun kinderen met geweld te dopen. Ondanks dit alles werd een duidelijke toename van de beweging opgemerkt. Er werd een nieuwe waarschuwing uitgevaardigd, waarin met strenge straf werd gedreigd. Het was de wederdopers verboden om hun vee te laten grazen bij de gewone kuddes. Hans Russenberger, die anderen tot het wederdoopdom had geleid, kreeg het bevel het dorp binnen een week te verlaten [zijn dochter Eva Russenberger was getrouwd met Michael Ertsinger].
In 1612 werden alle wederdopers, behalve vijf oude mannen, verdreven. Ze vluchtten naar de naburige gemeenschappen, maar werden teruggestuurd. Toch bloeide de gemeente op. Een man wiens vrouw een anabaptist was, kreeg de opdracht om tegen de ochtend te vertrekken. Wanner, blijkbaar de leider van de congregatie, werd in de "Anabaptistengevangenis" gestopt. Overdag moest hij dorsen en 's nachts zat hij in enkelboeien. Hetzelfde lot trof de "koppige" Georg Pletscher [de schoonvader van Hans Russenberger].
Uiteindelijk werd al het vee van de wederdopers afgenomen. Het antwoord was acht toevoegingen aan de Zwitserse Broeders. De regering antwoordde opnieuw met gevangenisstraf en dwangarbeid. In de tweede helft van de Dertigjarige Oorlog moesten de doopsgezinden betalen voor een plaatsvervanger ter bescherming van de landsgrenzen, en later moesten ze hem inschepen en onderbrengen.
Ondanks al deze onderdrukkingen ging de congregatie geenszins achteruit. In 1640 werd een ultimatum gesteld voor hun bekering. Het was vruchteloos. In 1641 werd het dorp opnieuw bezet door het leger. Alle mannen die doopsgezind waren, werden naar Schaffhausen gebracht en in de boeien geslagen. Vijf van hen braken uit, maar werden gepakt en in een kettingbende gestopt, waarbij de kettingen waren voorzien van bellen. In 1642 werd een bevel uitgevaardigd dat een boete van 100 florin oplegde aan iedereen die een wederdoder 's nachts vasthield, en twintig voor het praten met een.
In 1648 vernam de raad van Schaffhausen dat de wederdopers opnieuw weigerden hun kinderen naar school en naar de kerk te sturen. Ze werden daarop bevolen om hun goederen te verkopen en te verhuizen. Toen ze weigerden, werd de magistraat bevolen om hun eigendom te verkopen. Maar er waren geen kopers te vinden, en dus nam de overheid de landbouw over. Nu werden veel mennonieten gedwongen naar de Palts te emigreren. Anderen wilden in ieder geval hun kinderen daarheen sturen, zodat ze als doopsgezind zouden kunnen worden opgevoed. Deze kinderen dreigde de gemeente met verlies van staatsburgerschap en verbanning. Helaas is er geen verslag van deze emigratie bewaard gebleven. De gemeente was nu klein en werd nog steeds met dezelfde hevigheid vervolgd.
De strijd van de congregatie had 150 jaar geduurd.


XIII/6642 doop Hans Russenberger


XIII 6642 & 6643 huwelijk Hans Russenberger en Anna Bletscher


Hij trouwde, 21 jaar oud, op 21-11-1650 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia met de 22-jarige
6643 Anna Bletscher [Gen. 13 Nr.: 6643 STAMBETOVERGROOTOUDER]
. Zij is gedoopt op 14-04-1628 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia. Anna is overleden.
Religie: Mennoniet [zie artikel: Mennonites].
Kind uit dit huwelijk:
I. Eva Russenberger [Gen. 12 Nr.: 3321 STAMOVERGROOTOUDER], gedoopt op 24-06-1660 in Schleitheim Schaffhausen Helvetia (zie 3321).



XIII/6643 doop Anna Bletscher


6674 Johannes (Johann) Arnold Severin von Eckstein [Gen. 13 Nr.: 6674 STAMBETOVERGROOTOUDER]. geboren op 23-10-1548 in Schellenberg, Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie bij de geboorte van Johann: Schloss Schellenberg. Johann is overleden na 1601 in Bochum, Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, minstens 53 jaar oud.



Kasteel Schellenberg is een goed bewaard gebleven kasteel op een beboste heuveltop van de Ruhrhoogte in de wijk Rellinghausen in Essen , Noord-Rijnland-Westfalen . Van 1452 tot 1993 was het eigendom van de Baronnen von Vittinghoff genaamd Schell zu Schellenberg [de moeder van Johann Arnold was Katharina von Vittinghoff genannt Schell].




Link naar Karel de Grote

Probsteikirche te Bochum gesticht door Karel de Grote, Johann Arnold Severin von Eckstein stamt van hem ook af.


Notitie: Freund von Conrad Merker (de broer van Johanna Christine Margaretha Märker [Gen. 13 Nr.: 6675 STAMBETOVERGROOTOUDER], zie hieronder) , Hermann Holsten und Cordt Mumm wahrscheinlich gemeinsame Schulzeit in Essen.
Beroep: Ratsherr/Burgemeester Bochum 1601.



Bochum; de onafhankelijke stad in het administratieve district Arnsberg; een van de vijf regionale centra van het Ruhrgebied. Bochum verkreeg haar statsrechten in 1321 en Johann Arnold Severin von Eckstein werd aldaar Rentmeister & Ratsherr. zijn nageslacht bracht diverse burgemeesters voort voor deze stad.


Hij trouwde met
6675 Johanna Christine Margaretha Märker [Gen. 13 Nr.: 6675 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren ca. 1555 in Hattingen, Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie: de broer van Johanna Christine Margaretha Märcker was Conrad Märcker. Hij bekleede hoge functies, waaronder die van Burgemeester en Rechter. Wat opmerkljk is dat hij ook aan heksenvervolging (!) deed.
"Dieser Richter, der 1580 die Inquisitionen durchführte, war mit Sicherheit Conrad Märker selbst.
Die Information über die Zaubereiverfahren ist knapp gehalten, nähere Details zu den einzelnen Anklagepunkten fehlen. Lediglich die Namen der Angeklagten, das ihnen vorgeworfene Delikt sowie das Datum und die Art der Hinrichtung sind genannt. Insgesamt sechs Frauen und ein Mann wurden demnach am 28 Juli 1580 sowie am 3 August und am 28 September des gleichen Jahres verbrannt bzw. enthauptet. Wenngleich auch die Überlieferung im Falle des Arndt Bottermann die Verhängung und Vollstreckung eines Todesurteils nahelegt, sind damit doch zum ersten Mal definitiv Hinrichtungsopfer wegen Zauberei für den Bereich der Gerichtsherrschaft Witten namentlich feststellbar."



Konrad Märker [Conradus Mercken/Mercker] was burgemeester van Hattingen (Conrad Fröhlingh or Mercker war Stadtrentmeister und Bürgermeister in Hattingen, wird 1583 als Jurisdictionsrichter in Witten, 1606 Richter zu Herbede und Witten genannt) en een broer van Johanna Christine Margarethe Märker.

In dit document toont het zegel van de familie Märcker; een huismerk. Rondom het wapen is de naam Märcker goed te lezen.

NB. hij was een vriend van Johannes (Johann) Arnold Severin von Eckstein [Gen. 13 Nr.: 6674 STAMBETOVERGROOTOUDER], zie hierboven.
Konrad Märker, Bürgermeister zu Hattingen und Richter zu Herbede und Witten, macht bekannt, daß ihn Abt Hugo mit dem Gut Balke im Kirchspiel Buer auf Grund der Vollmacht der Johanna von der Houen, Witwe Bonen zu Berge, im Namen, zu Nutzen und Behuf der Johanna und ihrer unmündigen Kinder belehnt hat. Er hat gehuldigt im Beisein von Hermann Hüls [Huls] und Rutger Winkelmann, Rentmeister [02-06-1624].


Friedrich von Heiden zu Schönrath und Broich macht bekannt, daß ihn Abt Hugo mit dem Gut Velthausen im Kirchspiel Bochum belehnt hat. Er hat gehuldigt im Beisein von Hermann Huls und Hermann Padberg (Patbergh) [02-06-1628].


Kind uit dit huwelijk:
I. Margaretha (Grete) Severin [Gen. 12 Nr.: 3337 STAMOVERGROOTOUDER] (zie 3337).
6678 Rötger Blankenstein [Gen. 13 Nr.: 6678 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Hij is geboren circa 1540.
Religie: Evangelisch
Hij trouwde op 12-07-1563 met
6679 Margaretha Vogelpoth [Gen. 13 Nr.: 6679 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Margaretha is geboren circa 1543 en overleden na 1608, tenminste 65 jaar oud.
Notitie bij Margaretha: Eerder huwelijk met Franz Becker.
Religie: Evangelisch
Kind uit dit huwelijk:
I. Margaretha Blankenstein [Gen. 12 Nr.: 3339 STAMOVERGROOTOUDER] (zie 3339).



6720 Johann Daniël Moterus [Gen. 13 Nr.:6720 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1528 in Arheilgen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Johann is overleden op 03-11-1584 in Rossdorf, Darmstadt-Dieburg, Hessen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 56 jaar oud [Ins Chor in Johann Petermanns Grab begraben worden].
Notitie bij Johann: Er ist Mitglied im geistlichen Prüfungsausschuß zu Darmstadt [Definitorium].
Student:
1545 in Marburg [Immatrikuliert an die Universität Marburg als Daniel Mofferus ex Griesheim]
Beroep:
1552 Kaplan in Groß-Gerau
1555- 1584 Pfarrer in Roßdorf bij Damstadt [nach der Reformation].




 
In blauw, binnen een gouden schildzoom, een zwevende orde~Kruis, vergezeld boven van twee en onder van één witte schilden


HAUS

Johann Daniël Moter kauft 1572 Erbacher Straße 7 [HAUS 112] Roßdorf bei Darmstadt [bei die Evangelische Kirche, Erbacher Straße 9], das an die Hofreite der Pfarrei grenzte..

"In die Scheuer und Stallungen der am Pfarr haus gelegenen eigentümlich, aber unbewohnten Hofreite des Geistlichen...",

Die Hofreite erbten die Nachkommen des Pfarrers, 1832 wurde in dem Haus ein neuer Keller gegraben, Dabei wurden im alten Keller eingefallene Gewölbe und Gräber gefunden! He was a Lutheran pastor in Roßdorf from 1555 to 1584 and a member of the Definitorium Darmstadt, a spiritual committee of examinations. He bought the house in today's Erbacher Straße 7, which bordered the parish court of the parish.


Hij trouwde, ongeveer 22 jaar oud, omstreeks 1550 met de ongeveer 20-jarige
6721 Anna Margaretha Fabri (Fabrizius) [Gen. 13 Nr.:6721 STAMBETOVERGROOTOUDER]
, geboren januari 1523 in Gross-Gerau Hessen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Nomen is overleden ca 1580 in Roßdorf, Darmstadt-Dieburg, Hessen Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ouder dan 27 jaar oud.
Notitie: per Nicolam Fabrum.
Kind uit dit huwelijk:
I. Daniël Moter [Gen. 12 Nr.:3360 STAMOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1550 in Rossdorf Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 3360).
6728 Peter Engart [Gen. 13 Nr.: 6728 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1560. Peter is overleden na 1608, minstens 48 jaar oud.
Notitie: In der Musterungsliste von Roßdorf 1588 u.1599 als "Federspießer" genannt.
Hij trouwde met
6729 - Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 6729 STAMBETOVERGROOTOUDER]. - is overleden.
Kind uit dit huwelijk:
I. Christoffel Engart [Gen. 12 Nr.: 3364 STAMOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1596 in Reinheim Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 3364).
6744 Hans Sandt [Gen. 13 Nr.:6744 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1540 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Hans is overleden op 25-02-1595 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 55 jaar oud.
Notitie bij Hans: Er ist "der alt " und steht in der Zentliste 1588 als Träger einer Rüstung aufgeführt.
Beroep: Balbierer. (Bürger und Balbierer in Darmstadt.)
Hij trouwde, ongeveer 20 jaar oud, omstreeks 1560 met
6745 - Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.:6745 STAMBETOVERGROOTOUDER]. N.N. is overleden op 14-11-1617 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Kind uit dit huwelijk:
I. Wilhelm Sandt [Gen. 12 Nr.:3372 STAMOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1570 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 3372).
6746 Martin Schneider [Gen. 13 Nr.:6746 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1550 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Martin is overleden op 01-10-1584 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 34 jaar oud.
Hij trouwde, ongeveer 23 jaar oud, omstreeks 1573 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation met de ongeveer 23-jarige
6747 Agnes Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.:6747 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1550 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Agnes is overleden.
Kind uit dit huwelijk:
I. Anna Schneider [Gen. 12 Nr.:3373 STAMOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1574 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 3373).
6748 Johannes (Hans) Jentsch [Gen. 13 Nr.: 6748 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Hans is overleden vóór 1617 in Kreinitz~Sachsen, Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Hij trouwde met
6749 - Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 6749 STAMBETOVERGROOTOUDER].
Kind uit dit huwelijk:
I. Christian Jentsch [Gen. 12 Nr.: 3374 STAMOVERGROOTOUDER], geboren in Kreinitz~Sachsen, Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 3374).



6750 Johannes (Hans) Würtenberger [Gen. 13 Nr.: 6750 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Hans is overleden vóór 02-03-1617 in Hesse-Darmstadt, Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation.
Notitie: Hans Wuertenberger
Hij trouwde op 19-12-1576 in Hesse-Darmstadt, Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation met




 

6751 Anna Maria von Weiffenbach [Gen. 13 Nr.: 6751 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Anna is overleden na 1595.
Kind uit dit huwelijk:
I. Anna Maria Würtenberger [Gen. 12 Nr.: 3375 STAMOVERGROOTOUDER], gedoopt op 21-03-1593 in Hesse-Darmstadt, Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 3375).




 

6744 Hans Sandt [Gen. 13 Nr.:6744 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1540 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Hans is overleden op 14-11-1617 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 77 jaar oud.
Notitie bij Hans: Er ist "der alt " und steht in der Zentliste 1588 als Träger einer Rüstung aufgeführt.
Beroep: Balbierer. (Bürger und Balbierer in Darmstadt.)Hij trouwde, ongeveer 20 jaar oud, omstreeks 1560 met
6745 - Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.:6745 STAMBETOVERGROOTOUDER]. - is overleden.
Kind uit dit huwelijk:
I. Wilhelm Sandt [Gen. 12 Nr.:3372 STAMOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1570 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 3372).
6746 Martin Schneider [Gen. 13 Nr.:6746 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1550 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Martin is overleden op 01-10-1584 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation, ongeveer 34 jaar oud.
Hij trouwde, ongeveer 23 jaar oud, omstreeks 1573 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation met de ongeveer 23-jarige
6747 Agnes Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.:6747 STAMBETOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1550 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation. Agnes is overleden. Kind uit dit huwelijk:
I. Anna Schneider [Gen. 12 Nr.:3373 STAMOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1574 in Darmstadt Heiliges Römisches Reich Deutscher Nation (zie 3373).
6852 Jan van Walssem [Gen. 13 Nr.: 6852 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Jan is geboren tussen 1560 en 1572 in Emmerik, Noordrijn-Westfalen, Heiliges Römisches Reich. Hij is overleden.
Beroep: Schipper te Emmerich am Rhein. Als schippers waren zij aanzienlijke lieden, wat zich terug laat zien in hun lidmaatschap van de Magistraat van de zeer belangrijke vesting Grave.
Notitie: 'Walsum, oder Walsheim, bedeutet Heim des Walo, der ein fränkischer Edeling ist'. De familie is afkomstig uit Walsum en de Rijn afgezakt naar de Nederlanden.



Walsem (van): Oorspronkelijk van Brabant. Doorsneden: 1. in rood een gaande hazewindhond van goud; 2. in goud een rode dwarsbalk.
 
Walsem (van), Originaire de Brabant. Coupé: du 1 de gueules à un lévier courant d'or, au 2 d'or à la fasce de gueules.


Grave, hoofdplaats van de Baronie Cuyk; ook wel de Graef genoemd (in het Latijn Gravia); een oude stad, sterkte en belangrijke vesting.


Hij trouwde met
6853 Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 6853 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Zij is overleden.
Kind uit dit huwelijk:
I. Dirck Jansen van Walssem [Gen. 12 Nr.: 3426 STAMOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1598 (zie 3426).
6854 Cornelis Bijrmans [Gen. 13 Nr.: 6854 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Cornelis is geboren ca. 1575 in de Spaanse Nederlanden. Hij is overleden.
Hij trouwde met
6855 Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 6855 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Zij is overleden.
Kind uit dit huwelijk:
I. Geertien Cornelisdr. Bijrmans [Gen. 12 Nr.: 3427 STAMOVERGROOTOUDER], geboren omstreeks 1601 (zie 3427).
6860 Lodevicus (Loef) van Balgoij [Gen. 13 Nr.: 6860 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Loef is overleden.



De naam Balgoij ("Balgoie") wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1172, een brief van de toenmalige bisschop van Utrecht, waaruit blijkt dat Balgoij toebehoorde aan de proost (dit is de voorzitter van het bisschoppelijk kapittel) van het kapittel van St. Jan te Utrecht.

De hoge heerlijkheid Balgoij - ook wel genoemd "de hoge en vrije heerlijkheid Balgoij en Keent" - dankte haar dubbele naam aan de twee gelijknamige buurtschappen, die samen niet alleen één rechtsgebied (dat van de heerlijkheid), maar ook één kerspel uitmaakten.

In de geschiedenis van Balgoij heeft het bisdom Utrecht een belangrijke rol gespeeld. Uit het oudste gegeven dat we over Balgoij hebben, de reeds eerder genoemde brief uit 1172 van de toenmalige bisschop van Utrecht, blijkt n.l. dat Balgoij toebehoorde aan de proost van het kapittel van St. Jan (Johan) te Utrecht. Hendrik II van Cuijk, graaf van Utrecht en zoon van Herman van Cuijk, een broer van de bisschop van Utrecht, deed toen volgens deze brief afstand van de door hem, ten onrechte, opgeëiste voogdij over de goederen van de kerk van St. Jan, gelegen in het "pagus" Balgoije. Het woord "pagus", dat oorspronkelijk landschap of gouw betekende, had in die tijd een eigen betekenis gekregen, namelijk "grond behorende bij een hof". Het ging hier dus om een hof met alle grond, die erbij hoorde, de zogenaamde heerlijkheid van Balgoij en Keent, die vanouds buiten het grondgebied en de macht van het opkomende Gelre viel. Deze hof moet dus waarschijnlijk beschouwd worden als het centrum van waaruit het beheer over de goederen werd uitgeoefend. Het bezit van de kerk, de tienden en de hof van Balgoij werd in 1225 door paus Honorius III aan het kapittel van St. Jan bevestigd.


Hij trouwde met
6861 Nomen Nescio [Gen. 13 Nr.: 6861 STAMBETOVERGROOTOUDER]
. Zij is overleden.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan Loeffen van Balgoij [Gen. 12 Nr.: 3430 STAMOVERGROOTOUDER] (zie 3430).



VERVOLG

ZIE GENERATION XIII bis



NAAR BOVEN / TO TOP OF PAGE