https://www.de-Paula-Lopes.nl
'De Paula Lopes' name
Princess
Countess
Baron
Esquire
Lord of Ampel
Rich Aunt
Napoleon Buonaparte
Resident / Crown jewels
Mayors & Bailiffs
VOC
VOC AND FAMILY
Benjamin Franklin
Reformation
Inquisition
Corpo de Malta
Huguenots
Mennonites
Russian Orthodox Church
Parentum Infidelium
Gnosticism & Pantheism
Raadpensionaris Johan de Witt
Sint Sebastiaansschutterij
Palace Honsholredijck
State Portrait
Famous Poet
Johann Wolfgang von Goethe
Governor of the Residence
Governor of Pernambuco
Slaves
Brazilian culture
Emperador Brazil
Pieter Post
Casa Príncipe Maurício
Opening a grave
Banking matters
1929 Crash
Nationalities
Unknown (wartime)marriage
Wentworth
Preventing of a kidnapping
Task for the Probandus
Sint Sebastiaansdoelen 's Gravenhage





Het Sint-Sebastiaansgilde bestond sinds de helft van de 15e eeuw en was een schuttersgilde waarvan mensen uit de Haagse burgerij lid konden worden. Het betrof burgers die behoorden tot wat tegenwoordig de middenklasse wordt genoemd. Zij hanteerden als wapen de handboog. De schuttersgilden voelden zich de ridders van de stad. Daaraan ontleenden zij niet alleen een zeker militair prestige, maar ook een uiterlijk vertoon van rijke kledij en bonte sieraden. Hun al dan niet voorgewende vechtlust kreeg een vertaling in aanhoudende competities in spelvorm. Men moest met al dat rituele wapengekletter toch kunnen tonen wie men was en wat men voorstelde, want van echt vechten kwam het maar zelden. Toch gebeurde dit wel, bijvoorbeeld tijdens de 80-jarige oorlog.





The Guild of Saint Sebastian, which existed since the mid-15th century, was a militia guild of which people from the Hague bourgeoisie could join. These were citizens who belonged to what is now called the middle class. They used the longbow as a weapon. The militia guilds felt like the knights of the city. From this they derived not only a certain military prestige, but also an outward display of rich clothing and colorful jewelry. Their pretended fighting spirit was translated into persistent competitions in game form. With all that ritual clash of arms, one had to be able to show who one was and what one proposed, because real fighting rarely happened. However, this did happen, for example during the 80-year war.



In 1635 wordt de schutterij uitgebreid tot zes vendels. Hun namen waren het Oranje-, Witte-, Blauwe-, Groene-, Oranje-Blanje-Bleu- en het Colombijne vendel. Gemiddeld bestond elk vendel uit tussen de 250 en 350 manschappen. Totaal kwam dat uit op 1800. Elk vendel werd geleid door een kapitein, en een vaandrig. Elk vendel was onderverdeeld in zes rotten die elk werden geleid door een korporaal.


Vier voorouders uit geneaties X & XI van de Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes waren lid van de ’s Gravenhaagse schutterij onder vier verschillende vendels:

ORANGE VENDEL: ADRAEN VAN DER SNOUCK (1647) [Gen. 11 Nr.: 1716 STAMGROOTOUDER] ONDER STADHOUDER WILLEM II

BLAUWE VENDEL: HENDRICK VERVLOET (1666) [Gen. 11 Nr.: 2014 STAMGROOTOUDER] ONDER STADHOUDERLOZE TIJDPERK

COLOMBIJNE [ROZE] VENDEL: LEENDERT BRANDT (1687) [Gen. 10 Nr.: 1004 STAMOUDER] ONDER STADHOUDER WILLEM III

GROENE VENDEL: ANDRIES STEECKEL (1689) [Gen. 10 Nr.: 1006 STAMOUDER] ONDER STADHOUDER WILLEM III


In 1635 the militia was expanded to six flags. Their names were the Oranje-, Witte-, Blauwe-, Groene-, Oranje-Blanje-Bleu- en het Colombijne vendel. On average, each flag consisted of between 250 and 350 troops. In total that came out at 1800. Each flag was led by a captain and an ensign. Each flag was divided into six rot's, each led by a corporal.

Four ancestors from generations X & XI of the Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes were members of the Gravenhaagse schutterij under four different flags:



STADHOUDER WILLEM II STADHOUDER WILLEM III


ORANGE VENDEL



XI/1716 Adriaen van der Snouck doet zijn eed voor de schutterij [orange vendel] van de stad 's-Gravenhage op 19.09.1647.


Haagse magistraat 1647, precies in het jaar dat Adriaen van der Snouck zijn eed moest afleggen en schutter werd van de orange vendel.

Hague magistrate 1647, exactly in the year that Adriaen van der Snouck had to take his oath and became an archer of the orange vendel.


1654 ADRIAEN VAN DER SNOUCK GENOEMD ALS OVERMAN VAN DE ORANGE VENDEL

A. Vander Croos

Af-scheyds-woorden, verrijckt met des Graven-haegsche Schutters Eer-Tijtulen,
Op-geôffert aen sijnen Luytenant Bartholomeus van Duynen,
Ende sijn rots-gesellen, resorterende onder 't Orangje-vaendel

Croos het schuttersleven als een combinatie van militaire deugden en gezelligheid.

In deze afscheidsrede ("op-geöffert aen sijnen Luytenant ende syn Rots-gesellen") memoreerde deze Haagse kapitein niet alleen glorieuze wapenfeiten als de expedities naar Heusden en Geertruidenberg, toen iedere schutter "als een moedigh Soldaet nae eer en glory trachte", maar herinnerde hij zijn manschappen ook aan de vele glazen wijn die men in het doelengebouw had genuttigd en de gezamenlijke maaltijden vol vrolijkheid en scherts.

Lidmaatschap van de schutterij betekende dus niet alleen maar verplichtingen, maar ook gelegenheid tot vrijetijdsbesteding en recreatie ver weg van huis en werk. Dat gold zelfs voor de gehate waakdiensten, want in de praktijk werden de nachtelijke uren in de wachthuizen toch vooral gedood met het gezamenlijk drinken en vertellen van stoere verhalen. Over de inhoud van die verhalen weten we niets, maar de schutterij was een typische mannenwereld, zodat de gespreksstof zich wel laat raden. Schuine moppen waren er in ieder geval genoeg. En als men er zelf geen meer wist, kon men altijd nog te rade gaan bij de in de schuttersalmanakken opgenomen "Kluchtige Slaep-Verdryver voor de Wakende Rot-gezels", een verzameling van pikante en dubbelzinnige anekdotes en rijmpjes over domme boeren, sluwe oplichters en wellustige vrouwen. Door het handzame formaat kon men deze boekjes gemakkelijk bij zich steken.

Adriaen van der Snouck wordt in dit gedicht genoemd als Over-man:

'Tot vreede maeckery en zijt ghy niet soo kloeck
Soo neemt tot Over-man Adriaen vander Snoeck'





1654 ADRIAEN VAN DER SNOUCK CALLED AS OVERMAN OF THE ORANGE VENDEL

A. Vander Croos

Af-scheyds-woorden, verrijckt met des Graven-haegsche Schutters Eer-Tijtulen,
Op-geôffert aen sijnen Luytenant Bartholomeus van Duynen,
Ende sijn rots-gesellen, resorterende onder 't Orangje-vaendel


Croos militia life as a combination of military virtues and conviviality.

In this farewell speech ("op-geöffert aen sijnen Luytenant ende syn Rots-gesellen"), this captain from The Hague not only remembered glorious feats of arms as the expeditions to Heusden and Geertruidenberg, when every shooter tried "like a brave Sodier after honor and glory", but he also reminded his men of the many glasses of wine that had been consumed in the target building and the communal meals full of cheerfulness and jest.

Thus, membership of the civic guard meant not only obligations, but also an opportunity for leisure activities and recreation far away from home and work. This was even true for the hated watchmen, because in practice the night hours in the guard houses were mainly killed by drinking and telling tough stories together. We do not know anything about the content of those stories, but the militia was a typical male world, so the subject matter can be guessed. At least there were enough jokes. And if you no longer knew yourself, you could always consult the "Kluchtige Slaep-Verdryver voor de Wakende Rot-gezels", included in the militia almanacs, a collection of racy and ambiguous anecdotes and rhymes about stupid farmers, crafty crooks and lusty women. The handy format made it easy to take these booklets with them.

Adriaen van der Snouck is mentioned in this poem as Over-man:

'Tot vreede maeckery en zijt ghy niet soo kloeck
Soo neemt tot Over-man Adriaen vander Snoeck'



Roem rijcke Schuttery ghy trouwe Bont genooten
Verrijckt met ‘tgulde Vlies seer loffelyck gesprooten
Uyt ‘taedlyck sGraven haegh u lof die is bekent
Door ridderlycke da’en tot aen des Werelds endt
Uwe Voor ouders roem tot eeuwiger memory
Ons Tacitus beschrijft in sijn Roomsche History
Dat het Romeynsche Volck was noyt soo seer verblijdt
Dan als de Bataviers met haer gingen ten strijdt
O loff’lijck wapen roem want de Romeynsche Knechten
En wouden sonder haer niet ridderlycke vechten
Ghy hebt den Noordschen Deen die u langh hadt geplaegt
Vermeestert en weerom den Deen-wegh uyt gejaegt
Nae dat den Graeff Lumé Duc d’Alff sijn Bril verkrachten
En met sijn driftige Vloot nae meerder glory trachten
Bewaeckten ghy die Wal als Helden vroom en trou
Tot voordeel van t gemeen ten dienste van Nassou
Doen Vreed’rijck hadt in’t sin sijn Oorlogs Swaert te wetten
Op t Spaensche beckeneel en dat hy socht t’ontsetten
De stercke Stadt Breda soo dat hy hadt ontbloot
Heusden van Garnisoen doen dwongh de oorlogs-noodt
U wederom tot dienst u Huys gingt ghy verlaten
Bewaeckten Heusdens Wal als strijdbare Soldaten
T’wijl den Bataefschen Mars met menigh trotsen Heldt
Lagh voor sHertogenbosch en trachten met geweldt
Dees onwinlycke Vest door Bataefs macht te dwingen
En leeren haer Wilhelmus van Nassouwe singen
Doen ‘t op het gypen stond soo sprong den Spaensché Spek
Met hulp van den Croâet en Arent krom van bek
In ons Bataefschen Thuyn en meendensoo het trouwen
Te schutten van fijn Maegt en Freedryck van Nassouwe
Doen kreegt ghy weer patent om Uytrechts rijcke Wal
Te helpen stutten voor der Spaenschen overval
Ghy hebt u manlyck daer als Oorlogs-volck gequeten
De oude haet en schae die hadt ghy schoon vergeten
Getuygt Geertruydenbergh de dapperheyt en moedt
‘tGeen dat ghy hebt bespeurt aen tedel Haegsche bloet
Hoe yder voor fijn hooft op tochten en de wachten
Als een moedigh Soldaet nae eer en glory trachten
Een Duynkercks Oorlogs schip socht onlangs tot fijn buyt
Te nemen voor u Kust een braef Hollandsche Fluyt
Doe deed u moedigheyt een daedt die staegh sal blincken
Ghy valt als strijdbaer Volck gewapent in Zee Pincken
Den Vlamingh wert vertsaegt (siende dees Helden-daet)
Die wederom met schand tgewonnen Schip verlaet
Dies is ‘t u even veel hoe het toeval magh komen
Heeft t Landt u niet van doen ghy oorlogt op zee stromen
Dies segh ick tot u roem en houd het voor gewis
Datter geen Schuttery in Hollandt moed get is
Soo yemant met voordacht hier duydlijck wil opletten
Oogt op haer handelingh nae t drillen van Musquetten
Men sal bevinden recht soomen spreeckt sonder nijdt
Dat ghy, ó Hagenaers! het puyck van Neerlandt zijt
Wel aen dan moedigh Volck en waerde Rots-gesellen
Wanneer ick u aensie mijn aderen die swellen
Van over groote vreugt komt het soo weer te pas
Thoont u niet minder vroom als t oude Vollick was
VAN DUYNEN die sal u met Ridderlycke schreden
Gelijck een Opper-hooft als Luyt’nant voorgaen treden
Volgt sijn Commande nae, voorwaer in fijn gemoedt
Heerscht niet als billickheyt en alles wat hy doet
Sal tot u voordeel zijn Mijn waerde vander Tessen
Hoe dickwils gingen wy ons drooge keelen lessen
Met Schutterlycke dranck of men u schoon naeseydt
Dat Venus Burgery u dickwils heeft verleydt
Blaesbalcken sonder wint dit spreeck-woort wilt versinnen
Dat bloode harten noyt een schoone Vrouw beminnen
O Gerrit Hulster tis nu twintich jaer geleen
Dat wy den Haegsten eedt als Schutters beyde deen
Wil met u wysen raedt (daer yder van kan nutten)
U Officier en Hooft met reden onder stutten
En soo u hulp ontbreeckt ofsoo ghy zijt te bloo
Soo offerick de saeck aen ons Melis van Loo
Bosmans en Mensenbergh ghy Schutterlycke Mannen
Zij vroom en wilt de nijdt uyt u gewrichten bannen
Neemt Reynier Moorens aen ghy Schutters al te mael
Voor uwe tweede Hooft en opper Corporael
Riff is heel wel te vreen Bonier laet sulcx oock blicken
Hy wil in tijd van noodt u kruyt en loot beschicken
Tis Brunesteyn en u van Aken wel te pas
Als Andries Hercules u dagvaert met een glas
Vol leck’re Schutters wijn van Roon kan ons versaden
Wanneer hy ons beschenckt met leck’re karmenade
Van Saenen ghy zijn trouw u hart is moedigh eel
Wel weerdt van Hulster selfs geschildert met tpingcel
Ghy Pieter Nason Vriendt van in trecken wv renten
Door dienghy niet en waeckt want van de goe Absenten
Koopen wy leck’re Wijn waer uyt ons vreugde spruyt
Die klinckend wel betaelt thoont liefelyckgeluyt
Ick weet ó Wissingh dat het u wel sou behagen
Gelijck u Vader oock een Pertisaen te dragen
En ghy ó Molenhoeck ick weet dat ghy sult zijn
Ons rechte Levrancier van delicate Wijn
O goede Sevenhuys ghy zijt oprecht gebooren
My deert dat ghy u oogh onnooslyck hebt verlooren
In Schutterlycke dienst ghy kost wel zijn ontlast
Maer liefde tot dees Maets hield uwe banden vast
Hendrick van Groenenbergh wanneer t begint te ruycken
Nae onheyl laet u dan met vander Poel gebruycken
Tot vreede maeckery en zijt ghy niet soo kloeck
Soo neemt tot Over-man Adriaen vander Snoeck
Leeft wel en schutterlyckghy Rots gesel van Maer‘len
Wel doen en vrolyck zijn is t wit van brave Kaer’len
Singt vreugdigh op daer voor een Scheepien over Rhijn
Laet den Trompetter daer byblasen schoon Claerijn
Soo is ons Rot vol vreugt dan gaet het nae ons wenschen
Dit Spel behaegt heel wel ons waerde Vriendt van Renssen
Ghy Mathijs Symons en oock Harmen Mulder meugt
Met Arnoudt vander Heck wel dulden dese Vreugt
En ghy ó lacob Tals dicht by de Zee geboren
Als Engelsman of Speck ons welvaert weer wil storen
Hier voor ons Haegsche Kust valt vooraen in de Boot
Zijt ghy dan van ons Rot de Stier-man en Piloot
Weest vroom ghy van der Maas volgt uwe Vaders treeden
Soo meugt gh op t lest het Ampt gelijck hy dee bekleeden
Weest moedigh Touwers Soon en ghy ô Rijcken sterck
Weest milt en prijst altijds den goeden Huysmans werck
Ons Molenyser die van yder wert gepresen
En sal met Michiel Bent tot vreugt geen breeck spel wesen
Westman en Schaessen ghy zijt elck een Man vol moet
Al zijt ghy jongst van dienst u hart is trouw en goet
Soo zijn sy al te mael, schept moedt dan waerde Mannen
Wilt al het swaer gepeyns uyt u gewrichten bannen
Neemt dit mijn Rijm in danck soo lange als ick ken
Sal’k u nae waerdigheyt staegh loven met mijn Pen
Soo langh ick adem schep sal ick met hart en sinnen
U als een trouwe Broer recht schutterlyck beminnen
En als de Doodt my treft die niemant niet en spaert
Ciert my dan schutterlyck en draegt my soo ter Aerd


Officieren en Vaandrig van het Haagse Orange vendel 1660. Dit doek is slechts een verkleinde versie van het schoorsteenstuk dat de schilder Martinus Lengele in 1660 heeft geschilderd voor de grote Burgerzaal in de Sint-Sebastiaansdoelen. Aan het eind van de 18de eeuw is het oorspronkelijke werk verloren gegaan. Zeer waarschijnlijk heeft Adriaen van der Snouck daarop gestaan.

Officers and Ensign of the Hague Orange vendel 1660. This canvas is only a reduced version of the chimney piece that the painter Martinus Lengele painted in 1660 for the large Burgerzaal in the Sint-Sebastiaansdoelen. The original work was lost at the end of the 18th century. It is very likely that Adriaen van der Snouck was to been seen on it.


1669 ELECTIE VAN OFFICIEREN ORANGE VENDEL: ADRIAEN VAN DER SNOUCK





In het gedicht uit 1654 stond Adriaen van der Snouck stond dus bekend als Over-man van de orange vendel [3e kolom]. In andere teksten komt hij voor als homan; een voornaam of aanzienlijk persoon [hooftman]. Hij werd namelijk bij de 'Electie der officieren' gekozen tot nieuw homan op 18-09-1669. Dit verklaart het 'teren' bij de lokale Casteleynie tot den homan van der Snouck. Hij bleef dit tot 15-10-1671 toen hij als homan werd vervangen. Het volgende jaar zou de geschiedenis ingaan als het rampjaar 1672. In dat jaar werden de gebroeders de Witt vermoord en de magistraten van de steden vervangen voor Oranje gezinden. Dit betrof ook de schutterij en de schutters van 't orange vendel. Zij gaven hier o.a. blijk van door de door hen gevoerde vaendel.




 

In the poem from 1654 Adriaen van der Snouck was known as Overman of the orange vendel [3rd column]. In other texts he appears as a homan; a first name or significant person [hooftman]. He was elected new homan at the 'Electie der officers' on 18-09-1669. This explains the 'gathering' at the local Casteleynie to the homan van der Snouck. He stayed until 15-10-1671 when he was replaced as a homan. The following year would go down in history as the disaster year of 1672. In that year the de Witt brothers were murdered and the magistrates of the cities were replaced by Orange-minded people. The militia and the gunners of the orange vendel showed this, among other things, by the flag they carried.





De zus van zijn vrouw Engeltje Cornelisdr. Roels was Maria. Zij was gehuwd met Bastiaan Middelbeeck die trad in 's-Gravenhage toe tot de Witte Vendel op 28-08-1671. Hun vader Cornelis Leenderts Roels werd begraven in de Kloosterkerk in een familiegraf van de familie Middelbeeck! Die familie behoorde tot de bestuurlijke elite van de stad 's-Gravenhage.

The sister of his wife Engeltje Cornelisdr. Roels was Maria. She was married to Bastiaan Middelbeeck who joined the Witte Vendel in The Hague on 28-08-1671. Their father Cornelis Leenderts Roels was buried in the Kloosterkerk in a family grave of the Middelbeeck family! That family belonged to the administrative elite of the city of The Hague.



Traditioneel werd op 1 mei de meiboom geplant door de schuttterij van 's Gravenhage. Dit markeerde de viering van de zomerwende.
Traditionally, on May 1, the maypole was planted by the 's-Gravenhage schutterij. This marked the celebration of the summer solstice.


BLAUWE VENDEL



XI/1716 Hendrick Vervloet doet zijn eed voor de schutterij [blauwe vendel] van de stad 's-Gravenhage op 06-04-1666.


Adres: woont Kleyn Bleyjen-burg [hier te zien als Heere straat `rechtsonder] 's Gravenhage. Links boven is bij nr. 7 het Mauritshuis te zien bij 43 de nieuwe doelen waar de Sint Sebastiaansschutterij zat.
Address: he lived at Kleyn Bleyjen-burg [seen here as Heere street `bottom right] The Hague. At the top left, at no. 7, the Mauritshuis can be seen and at 43, 'de nieuwe doelen' where the Saint Sebastian Civic Guard was located.




Het Jorisgilde had een eigen wapen. In het wapen stond een Jeruzalemkruis, dat refereert aan de kruistochten van de middeleeuwen en die het nobele en militaire karakter van deze schutterij moest benadrukken. De schutterij heeft echter nooit deelgenomen aan kruistochten. Om het wapen heen stonden symbolen als schildhouders. De ankers zijn een symbool van de hoop, omdat het bij een storm voor een schip en zijn opvarenden de enige hoop op redding biedt. De twee schuddende handen staan broederschap.

The Joris Guild had its own coat of arms. The coat of arms contained a Jerusalem cross, which refers to the crusades of the Middle Ages and which was intended to emphasize the nobility and military character of this militia. However, the militia never took part in crusades. Surrounding the weapon were symbols such as shield holders. The anchors are a symbol of hope, because in a storm it offers the only hope of salvation for a ship and its crew. The two shaking hands represent brotherhood.





COLOMBIJNE VENDEL



XI/1716 Leendert Brandt doet zijn eed voor de schutterij [colombijne ~roze vendel] van de stad 's-Gravenhage op 23-01-1689.


Leendert staat vermeld als Schutter. Je moest hiervoor een eed afleggen.


Volgens een ordonnantie (bevelschrift) uit 1548 zijn de schutters verplicht om bij het aanvaarden van hun functie een eed van trouw af te leggen ten overstaan van de baljuw, schout en het gerecht van Den Haag.

According to an ordinance (warrant) from 1548, the shooters are obliged to take an oath of allegiance before the bailiff, and the court of The Hague when accepting their position.





GROENE VENDEL



XI/1716 Andries Steeckel doet zijn eed voor de schutterij [groene] van de stad 's-Gravenhage op 07-02-1687.


Bewaeckten ghy die Wal als Helden vroom en trou
Tot voordeel van t gemeen ten dienste van Nassou


De opperbevelhebber van de Watergeuzen, Willem van der Marck, heer van Lumey, had een dubbelzinnige reputatie. Inderdaad had hij ervoor gezorgd dat Den Briel ingenomen werd in 1572. Maar hij was ook verantwoordelijk voor de dood van de Martelaren van Gorcum: de priesters die in Gorcum gevangengenomen en in Den Briel vermoord werden. Ook in het Noorden was dat een pijnlijke geschiedenis. De Haagse schutters [waar het Oranje Vendel onder viel] waren daarom, zo claimden ze trots, 82 jaar geleden tegen Alva en Lumey, maar voor de prins van Oranje.
Bewaeckten ghy die Wal als Helden vroom en trou
Tot voordeel van t gemeen ten dienste van Nassou


The commander-in-chief of the Watergeuzen, Willem van der Marck, lord of Lumey, had an ambiguous reputation. He had indeed ensured that Den Briel was captured in 1572. But he was also responsible for the death of the Martyrs of Gorcum: the priests who were captured in Gorcum and murdered in Den Briel. That was also a painful history in the North. The Hague gunners [which included the Orange Vendel] were therefore, they proudly claimed, 82 years ago against Alva and Lumey, but for the Prince of Orange.




In 1795 werden alle gildes afgeschaft en de Sint-Sebastiaensschutterij werd op last van de Bataafse Republiek onwapend en ontmanteld. Als Orange gezind bolwerk werd de schutterij gezien als een bedreiging voor deze nieuwe republiek.

In 1795 all guilds were abolished and the Saint Sebastian Civic Guard was disarmed and dismantled by order of the Batavian Republic. As an Orange-oriented stronghold, the militia was seen as a threat to this new republic.



NAAR BOVEN / TO TOP OF PAGE