'De Paula Lopes' name
Museum Ridder Smidt van Gelder
Lord of Ampel
Rich Aunt
Napoleon Buonaparte
Resident / Crown jewels
Mayors & Bailiffs
Benjamin Franklin
Corpo de Malta
Russian Orthodox Church
Parentum Infidelium
Gnosticism & Pantheism
Raadpensionaris Johan de Witt
Sint Sebastiaansschutterij
Palace Honsholredijck
State Portrait
Famous Poet
Johann Wolfgang von Goethe
Governor of the Residence
Governor of Pernambuco
Brazilian culture
Império Brazil
Republic of Brazil
Pieter Post
Casa Príncipe Maurício
Opening a grave
Banking matters
1929 Crash
Soldaat van Oranje
Operation Market Garden
Unknown (wartime)marriage
Preventing of a kidnapping
Task for the Probandus
Napoleon Buonaparte


In fact it is no longer necessary to introduce the zoon of Maria Laetitia Ramolino en Carlo Maria Buonaparte, born on 15 august 1769 on Corsica! Originating from a small Corsican noble family, he attended the military school of Brienne from 1779 up to 1784. He played a decisive role at the battle of Toulon (1793) and became, some days for his marriage with Josephine de Beauharnais, supreme commander of the Italian army (1796); he led an expedition to Egypt (1798-1799), took part in the coup of 18 Brumaire (the second month of the republican calendar) on 9 November 1799 and became consul for life in 1802, then he became emperor of France on 18 March 1804 (constitution from the year XII) and was crowned, by himself, on December 2nd 1804.

After the corronation it became clear that the empress Josephine could not conceive children, she was repudiated by Napoleon and he married the archduchess Marie-Louise, daughter of the emperor of Austria which bore him in 1811, the king of Rome, prince of Parma and duke of Reichstadt (also known as "the eaglet”). He died without any offspring in 1832.

Eigenlijk is het niet meer nodig de zoon van Maria Laetitia Ramolino en Carlo Maria Buonaparte, geboren op 15 augustus 1769 op Corsica, voor te stellen!
Afkomstig uit een kleine Corsicaanse adellijke familie, volgde hij van 1779 tot 1784 de militaire school van Brienne. Hij speelde een beslissende rol bij de inname van Toulon (1793) en werd, enkele dagen voor zijn huwelijk met Josephine de Beauharnais, opperbevelhebber van het Italiaanse leger (1796); hij leidde de expeditie naar Egypte (1798-1799), nam deel aan de staatsgreep van 18 Brumaire (de tweede maand van de republikeinse kalender) op 9 november 1799 en werd consul voor het leven in 1802, vervolgens werd hij op 18 maart 1804 keizer van Frankrijk (grondwet uit het jaar XII) en gekroond, door hemzelf, op 2 december 1804.

Nadat duidelijk werd dat de Keizerin Josephine geen kinderen kon krijgen, werd zij door Napoleon verstoten en huwde hij de Aartshertogin Marie-Louise, dochter van de Keizer van Oostenrijk die hem in 1811 de Koning van Rome, Prins van Parma en Hertog van Reichstadt (« het Adelaarsjong ») schonk. Deze laatste stierf zonder nakomelingen in 1832.

Luigi Napoleone Buonaparte, Lodewijk (Ajaccio, 2 september 1778 – Livorno, 25 juli 1846), de jongere broer van Keizer Napoleon I. In 1806 werd hij op last van zijn broer Napoleon Koning van Holland. Napoleon besloot in 1806 een eind te maken aan het Bataafs Gemenebest, omdat hij een sterk gezag wenste in de strategisch gelegen Nederlanden. Hij plaatste daarom zijn jongere broer Lodewijk op de troon. Door Lodewijk tot vorst te benoemen kon de Franse keizer er toch veel invloed uitoefenen. Door het overlijden van stadhouder Willem V op 9 april 1806 stond niemand meer Napoleon in de weg. De zoon van Willem V, erfprins Willem Frederik, had in tegenstelling tot zijn vader afstand gedaan van zijn rechten in de Nederlanden in ruil voor het vorstendom Fulda. Op 5 juni 1806 vond de officiële ceremonie plaats. In het bijzijn van de Bataafse delegatie werd Lodewijk in Parijs tot vorst van het Koninkrijk Holland benoemd. Lodewijk was nu:

"Zijne Majesteit Lodewijk Napoleon door de genade Gods en de constitutie des rijks Koning van Holland, connétable van Frankrijk."

Wapen / Coat of arms: Luigi Napoleone Buonaparte, Lodewijk; Koning van Holland 1806-1810 Wapen / Coat of arms: Napoleon Buonaparte; Keizer van het Franse Rijk 1804-1814, inclusief de Nederlanden 1810-1813

Luigi Napoleone Buonaparte, Lodewijk (Ajaccio, September 2, 1778 - Livorno, July 25, 1846), the younger brother of Emperor Napoleon I who made him King of Holland in 1806. Napoleon decided to end the Batavian Commonwealth in 1806 because he wanted a strong authority in the strategically located Netherlands. By naming Lodewijk King of Holland, the French emperor could have a lot of influence. Because the City Holder [Stadhouder] Willem V had died in 1806, April 9th. nobody was left in Napoleon way. The son of Willem V, heridatery Prince Willem Frederik, unlike his father, had renounced his rights in the Netherlands in exchange for the Principality of Fulda. On June 5th, 1806, the official ceremony took place. In the presence of the Batavian delegation, Lodewijk was appointed to be king of the Kingdom of Holland in Paris. Lodewijk was now:

"His Majesty Louis Napoleon by the grace of God and the constitution of the kingdom of Holland, connétable of France"

Presentiestuk aan Lodewijck, Koning van Holland

Lodewijk probeerde een eigen koers te varen en kwam, tegen de instructies van zijn broer, op voor de belangen van het Koninkrijk Holland. Hij maakte zich snel geliefd onder het volk door zijn betrokken optreden bij rampen. Ook wilde hij, tegen de wens van zijn broer, de dienstplicht niet invoeren. Dat leidde tot steeds meer toenemende conflicten. Als gevolg moest hij in 1810 aftreden, waarop het Koninkrijk Holland in zijn geheel werd geannexeerd door het Franse Keizerrijk.

Lodewijk tried to sail his own course, against the instructions of his brother he put the interests of the Kingdom of Holland first. He soon became popular with the people because of his involvement in disasters. He also did not want to engage Military Service, at the request of his brother. That led to ever increasing conflicts. As a result, he had to resign in 1810, upon which the Kingdom of Holland was fully enlisted into the French Empire.

Afscheidsproclamatie van Koning Lodewijk Napoleon aan het Hollandse volk in 1810

Napoleon Buonaparte Keizer over de Nederlanden

1811 Napoleon heeft de Nederlanden laten vallen onder het Franse Keizerrijk. Door deze annexatie verloor Nederland haar eerste koning; Koning Lodewijk Buonaparte. Napoleon ontvangt als keizer hier de sleutels van de stad Amsterdam.

Den Helder ~ Gibraltar of the North

Since 2017 the Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes has an unique letter in his possession of the French Emperor Napoléon I.

After the incorporation of The Netherlands into the French Empire, the Emperor Napoléon wanted to make (Den) Helder the 'Gibraltar of the North'.

This letter was dictated by the emperor in Amsterdam 1811, 19th October at the palace in Amsterdam and written by, Baron de l’Empire Claude François de Méneval, secrétaire commandements de Napoléon Buonaparte [one of few who shared the confidence and favor of Napoléon], to the Duke of Feltre [Henri Jacques Guillaume Clarke, Count of Hunebourg and Duke of Feltre], Minister of war.

Baron de l’Empire Claude François de Méneval, secrétaire commandements de Napoléon I Buonaparte Henri Jacques Guillaume Clarke, Count of Hunebourg and Duke of Feltre, ministre de la Guerre de Napoléon I Buonaparte

[Once Emperor Napoléon had re-read and signed the letters dictated the day before, he would read the news from the four corners of the empire and then say “Write!” and he would begin to dictate his correspondence].

He asked the Duke of Feltre to send one or two well-dressed and well-armed companies to the small island of Texel (Dutch township in the North Sea). The part of the foreign battalion, which is in Texel will pass through Helder.

[The port of Den Helder was visited from the 15th untill the 17th of October 1811 by Napoléon after the incorporation of The Netherlands into French Empire].

"Je prie Dieu qu'il vous ait en sa Sainte Garde, a Amsterdam le 19 octobre 1811."

[Signed] Napoléon

[Méneval followed Napoléon on his journeys and campaigns]

Palace / Paleis op de Dam Amsterdam

The French Emperor Napoléon personally made his appearance in just conquered areas. In 1810 he had annexed The Netherlands, but it took more than a year before he appeared in the Dutch provinces.

He finally came to The Netherlands in 1811 because International developments demanded special attention for the military situation in the North Sea departments.

Why Napoléon took more than a year after the Netherlands's inclusion in the French Empire, has never been fully elucidated. Perhaps he understood that his decision to get rid of his brother Louis, the king of Holland, had fallen badly with the people.


Police reports from different places tell of aversion against the French government. For example, the Police Commissioner in the Napoléon's so important naval base Den Helder reported, that 'all residents hate us more than they love us'.

However, during the visit of the French emperor, the Dutch population did not hear a protest between September 23 and October 31, 1811.

1e Testament Napoleon Buanaparte

GRAAF BERTRAND HENRI GATIEN (1773-1844) Gesigneerde Manuscript 'C[om]te Bertrand', twee pagina's, 4to, Longwood, St. Helena, 2 augustus 1819 en 12 december 1820.

'Mijn beste B[ertran]d, ik stuur u mijn codicil, geschreven in mijn hand, zodat u na mijn dood alles kunt opeisen wat mij toebehoort hier in St. Helene. U voert het als volgt uit. U geeft de helft van mijn diamanten aan Madame Bertrand en de andere helft aan Madame de Montholon...'

Napoleon vraagt ​​Bertrand verder om verschillende bedragen te geven aan verschillende personen, waaronder Montholon, Marchand, St. Denis, Bertrand (die het grootste bedrag ontvangt) en een paar anderen, allemaal de nauwste bondgenoten van Napoleon in zijn laatste jaren. De keizer zegt verder:

'U zult mijn zilverwerk, mijn wapens, mijn porselein, mijn boeken.....voor mijn zoon...' houden en verder instrueren 'Ik zal u vanavond een brief geven... met mijn instructies voor de fondsinvestering van een bedrag van 6.000.000, bewaar dit alles om ze aan mij terug te kunnen geven als het mij uitkomt.'

Bertrand voegt eraan toe: "2nd August Signed Nap.

Geschreven op de envelop Aan graaf Bertrand, mijn grootmaarschalk…. Gehecht aan een pakket gestempeld met 2 zegels met wapen van de keizer met de geschreven tekst Dit is mijn testament, geschreven in mijn hand ondertekend Napoleon...´

COUNT BERTRAND HENRI GATIEN (1773-1844) Autograph Manuscript signed `C[om]te Bertrand´, two pages, 4to, Longwood, St. Helena, 2nd August 1819 and 12th December 1820.

`My dear B[ertran]d, I send to you my codicil written in my hand in order that after my death you could claim everything that belongs to me here at St. Helene. You will dispose of it as follows. You will give half of my diamonds to Madame Bertrand and the other half to Madame de Montholon…´

Napoleon further asks Bertrand to give differing amounts of money to various individuals including Montholon, Marchand, St. Denis, Bertrand (receiving the greatest amount) and a few others, all of them the closest allies to Napoleon in his final years. The Emperor further states

`You will keep my silverware, my weapons, my porcelain, my books…..for my son…´ further instructing `I will give you a letter this evening…with my instructions for the fund investment of a sum of 6.000.000, keep all this in order to be able to return them to me if it is convenient to me.´

Bertrand adds `2nd August Signed Nap.

Written to the envelope To Count Bertrand, my grand Marshal…. Attached to a parcel stamped with 2 seals with coat of arms of the Emperor with the written text This is my will, written in my hand signed Napoleon…´

De Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes heeft een unieke brief van de Franse Keizer Napoléon I in zijn bezit sinds 2017.

Na de annexatie van Nederland bij het Franse Keizerrijk, wilde Keizer Napoléon (Den) Helder het 'Gibraltar van het Noorden' maken.

De brief is gedicteerd door de keizer en geschreven door Baron de l’Empire Claude François de Méneval, secrétaire commandements de Napoléon Buonaparte [een van de weinigen die het vertrouwen en de gunst van Keizer Napoléon hebben gedeeld; hij volgde hem op zijn reizen en campagnes], aan de hertog van Feltre [Henri Jacques Guillaume Clarke, Count of Hunebourg and Duke of Feltre], minister van oorlog. ~ de brief is ondertekend door de Keizer in Amsterdam op 19 oktober 1811.

[Als hij eenmaal de brieven gelezen en ondertekend had die hij de vorige dag had gedicteerd, las Keizer Napoléon het nieuws uit de vier hoeken van zijn Rijk en zei dan uiteindelijk “Schrijf!" waarna hij zijn correspondentie begon te dicteren].

Hij vroeg de hertog van Feltre om een ​​of twee goed geklede en goed gewapende compagnieen te sturen naar het kleine eiland Texel (een Nederlandse gemeente in de Noordzee). Een deel van het buitenlandse bataljon, dat in Texel zat, zou langs (Den) Helder komen [de haven van Den Helder is van 15 tot 17 oktober 1811 door Napoléon bezocht na de overname van Nederland in Frankrijk. Hij had besloten om van (Den) Helder het ' Gibraltar van het noorden' te maken).


"Je prie Dieu quiil vous ait en sa Sainte Garde, a Amsterdam le 19 octobre 1811."

[Ondertekend] Napoléon

(De hiernaast getoonde miniatuur is ook in het bezit van de Probandus sinds 2017 / The miniature on the left is also in the possession of the Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes since 2017)


Miniature by N. Philip

De Franse keizer Napoléon maakte persoonlijk zijn opwachting in net veroverde gebieden. In 1810 had hij Nederland geannexeerd, maar het duurde meer dan een jaar voordat hij in de Nederlandse provincies verscheen.

Hij kwam eindelijk naar Nederland in 1811 omdat internationale ontwikkelingen speciale aandacht vroegen voor de militaire situatie in de Noordzee gebieden.

Waarom Napoléon meer dan een jaar na de opname van Nederland in het Franse Rijk pas de Nederlanden bezocht, is nooit volledig uitgelicht. Misschien begreep hij dat zijn besluit om zich van zijn broer Louis, de Koning van Holland te ontdoen, slecht gevallen was bij de bevolking. Politieverslagen van verschillende plaatsen vertellen van afkeer tegen de Franse regering. Een voorbeeld hiervan is een rapport van de politiecommissaris in de zo belangrijke zeehaven van Den Helder die meldde dat 'alle inwoners ons meer haten dan zij van ons houden'.

Echter, tijdens het bezoek van de Franse Keizer tussen 23 september en 31 oktober 1811, hoorde men van de Nederlandse bevolking geen protest.

After crowning himself emperor in 1804, Napoleon began to sign as "Napoleon" instead of "Bonaparte." He normally signed "Np" or "Nap" and, less commonly "Napol."

Nadat hij in 1804 zichzelf keizer had, begon Napoleon te tekenen als "Napoleon" in plaats van "Bonaparte". Hij heeft normaal gesproken "Np" of "Nap" en, minder vaak "Napol."

Den Helder is located on the northern most mainland of the province of Noord-Holland. To the south of the municipality, lies the municipality of Schagen and to the southeast the municipality of Hollands Kroon. To the west lies the North Sea and in the east the ‘Wadden’ sea, north is the Marsdiep Strait, across the island of Texel.

Den Helder ligt op het noordelijkste vasteland van de provincie Noord-Holland. Ten zuiden van de gemeente ligt de gemeente Schagen en ten zuidoosten de gemeente Hollands Kroon. In het westen ligt de Noordzee en in het oosten de Waddenzee, noordelijk ligt de zeestraat het Marsdiep met aan de overkant het eiland Texel.


De moderne geschiedenis van Den Helder is grotendeels bepaald door keizer Napoléon Buonaparte, in het bijzonder zijn besluit tot de bouw van een serie forten en de marinehaven [De Stelling Den Helder, een ring van forten rond Den Helder]. Toen de aanleg van het grootste fort in 1811 begon, werd het fort 'Fort Lasalle' genoemd.

Deze werd met de komst van Koning Willem I van Oranje Nassau omgedoopt tot 'Fort Erfprins'. Keizer Napoléon, die in dat jaar Den Helder bezocht, was vastberaden de Noord-Hollandse stad uit te bouwen tot het 'Gibraltar van het Noorden': een moderne vlootbasis met reparatiefaciliteiten in een sterke, goed verdedigbare vesting.
The modern history of Den Helder is largely determined by Emperor Napoléon Buonaparte, in particular his decision to build a series of forts and the naval port [De Stelling Den Helder, a ring of forts around Den Helder]. When the construction of the largest fort began in 1811, the fort was called 'Fort Lasalle'.

This fort was renamed as 'Fort Erfprins' with the arrival of King Willem I van Orange Nassau. Emperor Napoléon, who visited Den Helder in that year, was determined to expand the North Holland city to the 'Gibraltar of the North': a modern fleet base with repair facilities in a strong, well-defended fortress.



De Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes is een nazaat van de broer van Leonora Carolina Dezentjé (eerste vrouw van Francois Tobias Deux; een vermeende zoon van Napoleon Buonaparte!).

De enige mogelijkheid om echt met zekerheid de consanquiniteit aan te tonen is door middel van DNA onderzoekbij de mannelijke nakomelingen van Francois Tobias Deux.

Wat bijzonder is te noemen, is dat er twee maal een verwantschap is met Napoleon Buonaparte via de familie Hilling, twee maal via de familie Dezentjé en twee maal met de familie Leclerc! Zie ook: CONSANGUINITY

De familie ‘Deux’ heeft generaties lang het vruchtgebruik genoten van de nalatenschap van Napoleon Buonaparte! Via de Franse Vrijmetselarij zijn, vanuit Parijs, de studies van de familie tot aan het begin van de 20e eeuw op mysterieuze wijze bekostigd. Over de Vrijmetselarij met betrekking tot Napoleon valt hetvolgende te zeggen; De Osiris-mythe verstrengelde zich met die van Hiram, de bouwmeester van de tempel van Salomon die vermoord werd door drie gezellen die hem het meesterwoord wilden ontfutselen. Op de plaats waar Hiram begraven werd, bloeide een acaciatak, symbool van spirituele heropstanding. Iedere gezel-vrijmetselaar die loonsverhoging vraagt, en dus meester wil worden, zal dit verhaal in een ceremonie op rituele wijze herbeleven.
In het Kasteel van Malmaison (zo'n 15 km ten westen van Parijs) hangt een merkwaardig schilderij waarop Napoleon in groot ornaat en met een acaciatak in de hand uit zijn graf stapt. Een overduidelijke verwijzing naar de legende van Hiram, de vermoorde bouwmeester.

Napoleon Bonaparte (1769-1821) was geen vriend van de loges. Had hij zijn antipathie in daden omgezet, dan was het met de vrijmetselarij voor lange tijd uit geweest, althans in de tot het Franse imperium behorende landen. De schrandere consul, die een zo breed mogelijke legitimiteit wou vestigen, was evenwel bereid de broeders opnieuw te gedogen, als hij zelf maar hun onbetwiste meester bleef [meer informatie is hier te vinden: Le culte napoléonien]. Het is bewezen dat de familie Dezentje tot de vrijmetselaren behoorde.

When Napoleon Bonaparte came to power, a text of nine articles was signed on June 22, 1799 (the 21st day of the third year of the V:. L:. 5799) that unified the Great Lodge of France (Grande Loge De France: GLDF) and the Great Orient of France (Grand Orient De France: GODF). The text provided for the assembly of archives of both organizations, removed the privileges of the masters of the lodges of Paris, entrenched the tenure of Worshipful Masters, and established a system of election of officers. However, some "Scottish" lodges rejected this arrangement. The Brother of Napoelon, Louis Bonaparte became the Grand Master. He, Born Luigi Buonaparte on September 2nd, 1778 in Ajaccio Corsica (initiated in "The Perfect Sincerity" Lodge of Marseilles), became Grand Master of the Grand Orient, which was entirely devoted to Napoleon and rarely failed to criticize the fiercely independent Scottish lodges.

Ook is bekend dat de familie Bonaparte tot de vrijmetselatij gingen behoren:

La loge « Bonaparte » est fondée en octobre 1852. Elle est plus importante numériquement que la loge « saint Lucien ». On y trouve les Murat, père et fils, mais aussi Jérôme et Pierre Bonaparte parmi les membres d’honneur tout comme des membres de cours européennes comme Oscar Ier, roi de Norvège, des membres des cours de Suède et du Danemark15. Sont inscrits également des employés de plusieurs ministères, le préfet de police Pietri ainsi que son chef de cabinet et son chef de bureau. Conneau, médecin de Napoléon III, appartient à cette loge. On relève, de plus, une bonne participation de la Garde Impériale et des Guides de la Garde Impériale dont certains sont musiciens et forment une colonne d’Harmonie propre à l’atelier. Les loges « saint Lucien » et « Bonaparte » dont les noms évoquent le pouvoir impérial rappellent que la famille Bonaparte est très liée à la franc-maçonnerie.


he Probandus Marnix Alexander the Paula Lopes is a descendant of the brother of Leonora Carolina Dezentjé (first wife of Francois Tobias Deux; an elleged son of Napoleon Buonaparte!).

The family `Deux’ has enjoyed the heritage of Napoleon Buonaparte for generations! This by means of the French Freemasonry. In a mysterious manner, the family received money from Paris so that educational fees could be dealt with. This happened until the beginning of the 20th century.

The only possible way to really in determining consanguinity is by means of DNA research of the male offspring of Francois Tobias Deux.

What is particular is that there is twice affinity with Napoleon Buonaparte by means of the family Hilling, twice by means of the family Dezentjé and twice with the family Leclerc! Also see CONSANGUINITY.

Een aquarel uit 1815 à la Arcimboldo met Napoleon die met geheven roede een aantal naakte dames berijdt.

Coat of arms / Familiewapen Dezentjé

The Indonesian Johannes Augustinus Dezentjé (born 12.04.1797 in Surakarta, died 11.07.1839 Ampel Dutch Indies), married several times;

(1) 1815 with Johanna Dorothea Boode, born 14.08.1799 in Surakarta, died 20.01.1816 in Ampel/Surakarta when she was 16-years of age.
(2) Married in Church when he was 31-years of age on 18.05.1828 in Surakarta with Henriette van de(n) Bergen, 24 years old, born 12.04.1804, died 19.08.1832 in Ampel when she was 28-years of age.

The Probandus, Marnix Alexander de Paula Lopes, descends twice from this ancestor ´Tinus´. He is connected via the 6th generation as OLDPARENT (No. 54)from his First marriage with Johanna Dorothea Boode and via the 7th generation as OLDGRANDPARENT (NO. 102) from his second marriage with Henriette van de(n) Berge.

(3) Married at the age of 38, 13.09.1835 in Surakarta. Wife is Sara Helena Raden Ajoe [Radin Ayu] Tjondro Koesoemo. She was a Princess of Java who came from the Kraton of the Sultan van Solo.

Francois Tobias Deux was born in 1796, Pontoise(?), Castle Montgobert. He died 1st Feb 1843, Surakarta when he was 47 years old. He is lies buried in Surakarta at the cemetery, Imogri, of the Sultan. His father was Napoleon Buonaparte (!), born 15.08.1769 Ajaccio, died 05.05.1821 Sint Helena. He had a relationship with Louise Aimée Julie Leclerc, the sister of Charles Victor Emmanuel Leclerc d’Ostin, born 17.03.1772 Pontoise, died 02.11.1802 Ile Dela Tortue. He was married with the sister of Napoleon Buonaparte, Maria Paoletta Buonaparte, born 20.10.1780 Ajaccio, and died 09.06.1825 in Florence. Louise Aimée Julie Leclerc finally married Louis Nicolas Davout, born 10.05.1770 in Annoux, died 01.06.1823 Paris. From this marriage there was at least one legal half-brother of Francois Tobias Deux by the name of Napoleon-Louis Davout d’Auerstaedt.

The sister of Johannes Augustinus Dezentjé, named Leonora Carolina Dezentjé (Dusantier), was married 7th of March 1857 in Surakarta; she died while giving birth to her second child. Her husband Francois Tobias Deux remarried ten years later to Raden Adjeng Adiniengar, daughter of Pakbuono IV van Surakarta.
Charles Wilhelm Frederik Adolph Hilling, Manager of a Coffee enterprise in Kaliboto, born 10.03.1838 in Surakarta, died 05.05.1908 in Sragen, Java-Indonesia at the age of 70. His grandfather was Johannes Augustinus Dezentjé, son of Wilhelmus (Wilke) Wilhelm Hilling [Gen.6 No.: 50 OLDPARENT of the Probandus], and Johanna Dorothea Charlotta (Emmerlina) Dezentjé [Gen.6 No.: 51 OLDPARENT of the Probandus], daughter of Johanna Dorothea Boode!
Married in Church at the age of 24, 21.01.1863 in Surakarta with Emmerlina Mathilda Deux, born 12.05.1838 in Surakarta, died 03.09.1912 in Surakarta at the age of 74. Daughter of Francois Tobias Deux and Raden Adjeng Adiniegar.
From this marriage at least: Wilhelmus Francois Floris Adolphus Hilling, born 27.04.1866 in Surakarta.
De indo Johannes Augustinus Dezentjé (geboren op 12.04.1797 in Soerakarta, overleden 11.07.1839 Ampel Nederlandsch Indië), huwde verschillende malen;

(1) 1815 met Johanna Dorothea Boode, geboren op 14.08.1799 te Soerakarta, overleden op 20.01.1816 te Ampel/Soerakarta op 16-jarige leeftijd.
(2) Gehuwd voor de kerk op 31-jarige leeftijd op 18.05.1828 te Soerakarta met Henriette van de(n) Bergen, 24 jaar oud, geboren op 12.04.1804, overleden op 19.08.1832 te Ampel op 28-jarige leeftijd.

De Probandus, Marnix Alexander de Paula Lopes, stamt twee maal af van deze voorvader. ´Tinus´ is zowel in de 6e generatie als OUDOUDER (nr. 54), vanuit zijn eerste huwelijk met Johanna Dorothea Boode en in de 7e generatie als OUDGROOTOUDER (nr. 102) vanuit zijn tweede huwelijk met Henriette van de(n) Bergen verbonden aan de Probandus

(3) Gehuwd op 38-jarige leeftijd op 13.09.1835 te Soerakarta. Echtgenote is Sara Helena Raden Ajoe [Radin Ayu] Tjondro Koesoemo. Zij is een Javaanse prinses uit de Kraton van de Sultan van Solo

Francois Tobias Deux is geboren in 1796, Pontoise(?), Castle Montgobert. Hij overleed op 1 Feb 1843, Soerakarta op 47 jarige leeftijd. Hij ligt begraven in Soerakarta bij de begraafplaats, Imogri,van de Sultan. Zijn vader was Napoleon Buonaparte, geboren 15.08.1769 Ajaccio, overleden 05.05.1821 Sint Helena. Hij had een relatie met Louise Aimée Julie Leclerc, de zuster van Charles Victor Emmanuel Leclerc d’Ostin, geboren 17.03.1772 Pontoise, overleden 02.11.1802 Ile Dela Tortue. Hij was gehuwd met de zuster van Napoleon Buonaparte, Maria Paoletta Buonaparte, geboren 20.10.1780 Ajaccio, gestorven 09.06.1825 te Florence. Louise Aimée Julie Leclerc huwt uiteindelijk Louis Nicolas Davout, geboren 10.05.1770 Annoux, overleden 01.06.1823 Paris. Uit dit huwelijk o.a. een wettig halfbroer van Francois Tobias Deux die de naam Napoleon-Louis Davout d’Auerstaedt genoemd werd.

De zuster van Johannes Augustinus Dezentjé, Leonora Carolina Dezentjé (Dusantier), is gehuwd op 7 maart 1857 te Soerakarta, zij overleed in het kraambed en haar man Francois Tobias Deux hertrouwde Raden Adjeng Adiniengar, dochter van Pakbuono IV van Soerakarta.

Charles Wilhelm Frederik Adolph Hilling, Manager van de koffie onderneming Kaliboto, geboren op 10.03.1838 te Soerakarta, overleden op 05.05.1908 te Sragen, Java-Indonesië op 70-jarige leeftijd. Zijn grootvader is Johannes Augustinus Dezentjé, zoon van Wilhelmus (Wilke) Wilhelm Hilling [Gen. 6 Nr.: 50 OUDOUDER van de Probandus], en Johanna Dorothea Charlotta (Emmerlina) Dezentjé [Gen. 6 Nr.: 51 OUDOUDER van de Probandus], dochter van Johanna Dorothea Boode!
Gehuwd voor de kerk op 24-jarige leeftijd op 21.01.1863 te Soerakarta met Emmerlina Mathilda Deux, 24 jaar oud, geboren op 12.05.1838 te Soerakarta, overleden op 03.09.1912 te Soerakarta op 74-jarige leeftijd. Dochter van Francois Tobias Deux en Raden Adjeng Adiniegar.
Uit dit huwelijk o.a: Wilhelmus Francois Floris Adolphus Hilling, geboren 27.04.1866 te Soerakarta.

Johannes Augustinus Dezentjé Marnix Alexander de Paula Lopes Sara Helena Raden Ajoe Tjondro Koesoemo
Francois Tobias Deux Hier genoemd in de Regerings almanak 1842 Louise Aimée Julie Leclerc Charles Victor Emmanuel Leclerc d’Ostin
Maria Paoletta Buonaparte Louis Nicolas Davout Wilhelmus Francois Floris Adolphus Hilling

Prabu Bonangparte

Dat de Susuhunan contact onderhield met de familie Bonaparte is bekend. Hij liet zijn brieven vertalen voor Dhr. Winter, getuige zijn relaas hierover en ongeduld over het ontvangen van een antwoord.

It is well known that the Susuhunan maintained contact with the Bonaparte family. He had his letters translated for Mr. Winter, as we see in this letter and his impatience to receive an answer.
Mijn broer Tuwan [heer] tolk Wintêr. [Karêl Prèdrik Wintêr, die de tolk is in het koninklijk paleis van Surakarta].

Toen u me een brief gaf die ik als kind vertaalde in het hertogdom, Si [Raden] Ngabèi Rănggawarsita, nu is het tijd, als gevolg van deze brief, met je broer, je bent al heel lang mijn broer, je hebt een brief ontvangen van koning Bonangparte in Prangkrih, je liet me mijn geduld verliezen.

In het paleis van Surakarta op de 6e Pasa Alip tot 1771 [30-09-1843]

Kangjêng Susuhunan.

Samenvatting: De Susuhunan gaf een brief, die werd vertaald door de heer Winter voor koning Bonaparte. Hij vraagt of Winter een antwoord heeft ontvangen.

Omdat het hier gaat om Koning Louis Bonaparte moet dit geschreven zijn tussen 1804-1810 toen de Susuhunan inderdaad nog een kind was.

Summary: The Susuhunan gave a letter, which was translated by Sir Winter for King Bonaparte. He asks if Winter has received an answer.

Because this is about King Louis Bonaparte, this must have been written between 1804-1810 when indeed the Susuhunan was a child.

François Tobias Deux

Louise Aimée Julie Leclerc (19/06 1782 - 17/12 1868)
Born during France most turbulent era, Aimée Leclerc was truly a product of her time. Immersed from birth in the many emerging new ideologies, she became an ardent admirer of Pauline Léon and Claire Lacombe, who would often visit her parent’s estate in Pointoise with her cousin Jean Théophile Victor Leclerc, founder of the Enragés.

Aimée was only just 11 when Pauline Léon and Claire Lacombe co-founded the Société des Républicaines Révolutionnaires (Society of Revolutionary Republicans) in February 1793.

Looking older then her age, she would often visit them with Jean Théophile Victor Leclerc at the club’s headquarters in Paris. Always eager to please, she enjoyed helping with collecting and entering the club’s fees in their books. She was so good at it that she was nicknamed Henriette (meaning keeper of the house).

The Société des Républicaines Révolutionnaires (with 200 exclusively female members) was generally regarded as a sort of "feminist” section of Jean Théophile Victor Leclerc Enragés.
The Club was outlawed the following year by Robespierre.
Pauline Léon, Claire Lacombe and most members of the Société, including Henriette (Aimée) Leclerq, who happened to be at the club were arrested in April 1794 and imprisoned in Luxembourg prison where they remained until August 19, 1794.

Her parents decided to sent Aimée, who has grown into s striking beauty to the renowned institution of Madame Campan in Saint-Germain, where she became acquainted with Hortense de Beaharnais and Caroline Bonaparte, Napoleon’s sister.

Napoleon marries Rose de Beauharnais (the future Empress Joséphine) on 03 October 1796 apparently unaware that Aimée who he had lovingly named his Madam Deux, had returned to her parents home in Pointoise. Aimée was only 14 when she gave birth to a son, rumored to be fathered by Napoleon. She named her son François Tobias Deux and remained in Pointoise with her parents, who brought François Tobias up as their own child.

A frequent visitor to Pointoise was Laetitia Bonaparte, Madame Mère, who took a special interest in the welfare of Aimée and the baby.


Madame Mère decided to find a suitable husband for Aimée. She soon set her eyes on DAVOUT, Louis Nicholas, duc d'Auerstadt and prince d'Eckmühl, the descendant of a noble family which could trace its origins back into the 13th century. He was educated first at the military school at Auxerre, and then at the Ecole Militaire in Paris.

Davout was already divorced in January 1794 from his first wife, Marie-Nicolle Adelaide (née de Seguenot).

Aimée and Davout were married November 1801. They seem to be a happy couple.
They had 9 children:

1. Paul 1802 -1803
2. Josephine 1804 -1805
3. Antoinette Josephine 1805 - 19 August 1821
4. Adèle Napoléonie June 1807 - 21 January 1885
5. Napoléon, March 1809 - 1810)
6. Jules, 1809 (died in infancy)
7. Napoléon Louis, 6 January 1811 - 13 August 1853
8. Jules 1812 – 1813
9. Louise Adélaïde, 8 July 1815 - 6 October 1892).

As can be seen, few children survived infancy.

François Tobias Deux however remained a threat in the eyes of Josephine, who feared that the boy would one day succeed Napoleon as emperor instead of the son of Hortense, her daugther.

Josephine began plotting and scheming so successfully that it was Madam Mère herself, who convinced Napoleon to send François Tobias away to be groomed as a King of the East Indies, which had in the meantime become part of the French empire when Napoleon conqeored Holland with all its territories.

François Tobias was only 8 years old when he made the long journey to Batavia, where he was placed in the care of the Dusantiers, a high ranking French family, who immediately began the important task of grooming him for his future role. The Dusantiers introduced him to all the Sultans, who were immediately taken by the handsome little boy. It was the Susuhunan (sultan) Paku Buono IV of Solo [] however, who was so taken in by Tobias that he opened up his home for him, where he was treated as a member of the family. Tobias was ginben a Javanese name: Bra Kedaton.

In 1811 Java fell to a British East India Company force under Lord Minto, governor-general of India, who, after the surrender, appointed Thomas Stamford Raffles as lieutenant governor.

Many French people left. Java but François Tobias and the Dusantiers (Dezentjé’s as they were called) remained under the special protection of the Susuhunan (Sultan) of Solo.

In 1816 François Tobias married Leonara Caroline Dusantier, the little girl who was so kind to him when he arrived in Batavia. She sadly died in 1819 when giving birth to their second child. She was only 18.


Heartbroken, François Tobias took his 2 infant children to the security of Solo, where he felt at home. The 2 little girls, Johanna Louise and Carolina Magdalena Deux were looked after by one of the princesses, who devoted herself entirely to their care.

François Tobias married the princess, Raden Adjeng Hadiningrat in 1829, 10 years after the death of his first wife. They had 7 children, who’s off spring are now spread all over the world.

Leonora Caroliena Dezentjé

Grafschrift Leonora Caroliena Dezentjé

François Tobias Deux

Louise Aimée Julie Leclerc (19/06 1782 - 17/12 1868) werd geboren tijdens de woeligste periode van Frankrijk. Zij was echt een product van haar tijd. Vanaf haar geboorte ondergedompeld in de vele nieuwe ideologieën, werd zij een vurige bewonderaar van Pauline Léon en Claire Lacombe, die vaak het landgoed van haar ouders in Pointoise met haar neef Jean Théophile Victor Leclerc, stichter van Enragés, zouden bezoeken.

Aimée was slechts enkel 11 toen Pauline Léon en Claire Lacombe medeoprichters werden van de Société des Républicaines Révolutionnaires (de Maatschappij van Revolutionaire Republikeinen) in februari 1793.

Zij zag er ouder uit voor haar leeftijd. Hierdoor zou zij hen vaak met Jean Théophile Victor Leclerc bij het hoofdkwartier van de club in Parijs bezoeken. Altijd enthousiast om anderen tevreden te willen stellen, genoot zij ervan om een helpende hand uit te steken bij het innen van entree gelden van de club. Zij deed het werk zo goed, dat men haar de koosnaam ‘Henriette’ gaf (dat zo bewaarder van het huis betekent).

Société des Républicaines Révolutionnaires (met 200 uitsluitend vrouwelijke leden) werd over het algemeen beschouwd als soort van "feministische" sectie van Jean Théophile Victor Leclerc Enragés. De Club werd verbannen het jaar daarop verboden door Robespierre. Pauline Léon, Claire Lacombe en de meeste leden van Société, met inbegrip van Henriette (Aimée) Leclerq, die allen aanwezig waren bij de club, werden gearresteerd in april 1794. Zij werden gevangen genomen in de gevangenis van Luxemburg waar zij tot 19 augustus 1794 bleven.

Haar ouders besloten om Aimée, met haar opvallende schoonheid, naar de vermaarde instelling van Mevrouw Campan in Saint-Germain te sturen, waar zij van Hortense De Beaharnais en Caroline Bounaparte (de zuster van Napoleon) zou leren kennen.

Napoleon huwt Rose de Beauharnais (de toekomstige Keizerin Joséphine) op 3 oktober 1796, blijkbaar onbewust van het feit dat Aimée, die hij met veel liefde zijn ‘Madame Deux’ had genoemd, naar haar ouderlijk huis in Pointoise was gegaan. Aimée was slechts 14 toen zij een zoon baarde, een vermeende zoon door Napoleon verwekt. Zij noemde haar zoon François Tobias Deux en bleef in Pointoise met haar ouders. Zij brachten François Tobias als hun eigen zoon groot.

Een frequente bezoeker aan Pointoise was Laetitia Bonaparte, Mevrouw Mère, die speciaal veel aandacht had voor het welzijn van Aimée en de baby.

Mevrouw Mère besloot een geschikte echtgenoot voor Aimée te vinden. Zij liet spoedig haar oog vallen op DAVOUT, Louis Nicholas, duc d'Auerstadt en prins d'Eckmühl, de nakomeling van een edele familie die zijn oorsprong kon terugvinden tot in de 13de eeuw. Hij werd opgeleid op de militaire school in Auxerre, en dan bij de militaire school (Ecole Militaire) in Parijs. Davout was al gescheiden in januari 1794 van zijn eerste vrouw, Marie-Nicolle Adelaide (De Seguenot was haar meisjesnaam). Aimée en Davout huwden in november 1801. Zij schijnen een gelukkig paar te zijn geweest. Zij hadden 9 kinderen:

1. Paul 1802 -1803
2. Josephine 1804 -1805
3. Antoinette Josephine 1805 - 19 Augustus 1821
4. Adèle Napoléonie Januari van Juni 1807 - 1885
5. Napoléon, Maart 1809 - 1810)
6. Jules, 1809 (gestorven in kleutertijd)
7. Napoléon Louis, 6 Januari 1811 - 13 Augustus 1853
8. Jules 1812 - 1813
9. Louise Adélaïde, 8 Juli 1815 - 6 Oktober 1892).

Zoals kan worden gezien, overleefden vele kinderen de kleutertijd niet.

François Tobias Deux bleef nochtans een bedreiging voor Josephine, die vreesde dat de jongen op een dag Napoleon als keizer zou opvolgen in plaats van de zoon van Hortense, haar dochter.

Josephine begon allerlei plannetjes uit te dokteren, waardoor het Mevrouw Mère zelf was, die Napoleon overtuigde om François Tobias naar Oost-Indië te sturen om een opvoeding te genieten om uiteindelijk daar Koning te worden. Oost-Indië was namelijk ondertussen een deel van het Franse imperium geworden toen Napoleon Holland met al zijn gebieden had veroverd.

François Tobias was slechts 8 jaar oud toen hij de lange reis naar Batavia maakte. Hij werd in de zorg van de Dusantier familie geplaatst, een hoogte geplaatste familie van Franse afkomst. Zij begonnen onmiddellijk met de belangrijke taak om hem voor zijn toekomstige voor te bereiden. De Dusantier familie introduceerde hem aan alle Sultans, die onmiddellijk door de knappe kleine jongen werden bevangen. Het was Susuhunan (sultan) Paku Buono IV van Solo [] zelf die zijn huis voor François openstelde, waar hij als lid van het familiehuis werd behandeld. Hij kreeg aldaar de Javaanse naam: Bra Kedaton.

In 1811 viel Java onder Lord Minto, Gouverneur Generaal van Indië, die na de overgave, Thomas Stamford Raffles als Luitenant Gouverneur benoemde. Vele Franse verlieten Java, maar François Tobias en de Dusantiers (ook wel de Dezentjé familie!) voelden zich geroepen om te blijven. Zij genoten op Solo de speciale bescherming van de Susuhunan (Sultan).

François Tobias huwde in 1816 Leonara Caroline Dusantier, het kleine meisje dat zo vriendelijk tegen hem was toen hij in Batavia aankwam. Spijtig stierf zij in 1819 tijdens de geboorte van hun tweede kind. Zij was slechts 18 jaar oud. Diepbedroefd, nam François Tobias zijn 2 zuigelingen mee naar de veiligheid van Solo, waar hij zich thuis voelde. De 2 klein meisjes, Johanna Louise en Carolina Magdalena Deux werden verzorgd door één van de prinsessen, die zich volledig aan hun zorg wijdde. François Tobias huwde, 10 jaar na de dood van zijn eerste vrouw in 1829, de prinses Raden Adjeng Hadiningrat. Zij hadden 7 kinderen. Hun nakomelingen zijn heden ten dage uitgespreid over de hele wereld.

De hierboven vermelde Wilhelmus (Wilke) Hilling [Gen. 6 Nr.: 50 OUDOUDER] is een van de oudouders van de probandus Marnix Alexander de Paula Lopes

Leclerc and Napoleon

Charles Victor Emmanuel Leclerc d'Ostin, born 17.03.1772, died 02.11.1802 Ile the drawer Tortue, French general and brother in law of Napoleon.

In 1791, two years after the start of the French revolution, Leclerc started his military career as a volunteer during the first coalition war. He took part in the campaign of Toulon (1793) and the battle at Fleurus (1794) and fought in Germany and Italy.

Leclerc got promotion to brigade general rapidly in 1797. That same year he married with Pauline Bonaparte, a sister of Napoleon, after Napoleon had caught them together in bed!

After participation in the invasion attempt in Ireland by the French general Humbert he was appointed as division general and supported Napoleon during his coup of 18 Brumaire in November 1799. He had the command of three divisions in the battle at Hohenlinden (1800) and after that Napoleon sent him to Portugal. There the orange war between Portugal and Spain was finished with the Treaty of Badajoz, with which Portugal broke its alliance with Great Britain. Napoleon however was dissatisfied with the result and sent his French troops under command of Leclerc, who was in Spain, to Portugal. The Portuguese had been forced to sign the Treaty of Madrid on 29 September 1801, where Portugal agreed to pay 20 million francs to France and to cede Guyana to France.

Haitian Revolution

In 1802, Napoleon sent his brother in law to the French colony Saint-Domingue (now Haiti) to handle the insurrection of the slaves (see Haitian revolution). The French general Toussaint Louverture, himself a former slave, had made an end to slavery and had exclaimed himself to - actually independent - governor for life.

Leclerc landed in February 1802 on Haiti and with about 30,000 troops he was able to concur the rebels.

On 7th May Toussaint Louverture singed a peace treaty with the French (provided that slavery would not be introduced again) and withdrew himself to his farm. However three weeks later Leclerc had Toussaint Louverture and his family caught and deported to France. Toussaint Louverture died in 1803.

The insurrection broke out again when it became clear that the French wanted to introduce slavery again. In the meantime an epidemic of yellow fever broke out under the French troops. Also Leclerc was infected by the epidemic and died on 2 November. A year later the French were definitively defeated and in 1804, the republic Haiti was proclaimed, the second independent republic in the western hemisphere.

Charles Victor Emmanuel Leclerc d'Ostin, geboren 17.03.1772, gestorven 02.11.1802 Ile de la Tortue, Franse generaal en zwager van Napoleon Bonaparte.
In 1791, twee jaar na het uitbreken van de Franse Revolutie, begon Leclerc zijn militaire carriere als een vrijwilliger tijdens de Eerste Coalitieoorlog. Hij nam deel aan het Beleg van Toulon (1793) en de Slag bij Fleurus (1794) en vocht in Duitsland en Italië.
Leclerc steeg snel in rang en kreeg in 1797 promotie tot brigadegeneraal. Datzelfde jaar trouwde hij met Pauline Bonaparte, een zuster van Napoleon, nadat Napoleon hen samen in bed had betrapt.


Na deelname aan de invasiepoging in Ierland door de Franse generaal Humbert werd hij benoemd tot divisiegeneraal en steunde Napoleon tijdens zijn staatsgreep van 18 Brumaire in november 1799.
Hij had het bevel over drie divisies in de Slag bij Hohenlinden (1800) en werd vervolgens door Napoleon naar Portugal gestuurd. Daar was de Sinaasappeloorlog tussen Portugal en Spanje geëindigd met het Verdrag van Badajoz, waarmee Portugal haar bondgenootschap met Groot-Brittannië verbrak. Napoleon was echter ontevreden met het resultaat en stuurde de Franse troepen in Spanje, onder bevel van Leclerc, Portugal binnen. De Portugezen waren gedwongen om op 29 september 1801 het Verdrag van Madrid te tekenen, waarbij Portugal overeen kwam om 20 miljoen francs aan Frankrijk te betalen en Guyana aan Frankrijk af te staan.

Haïtiaanse Revolutie
In 1802 stuurde Napoleon zijn zwager naar de Franse kolonie Saint-Domingue (nu Haïti) om een opstand van de slaven neer te slaan (zie Haïtiaanse Revolutie). De Franse generaal Toussaint Louverture, zelf een voormalige slaaf, had daar een einde gemaakt aan de slavernij en zichzelf tot - feitelijk onafhankelijk - gouverneur voor het leven uitgeroepen.
Leclerc landde in februari 1802 op Haïti en wist met zo'n 30.000 troepen de rebellen te verslaan. Op 7 mei tekende Toussaint Louverture een vredesverdrag met de Fransen (op voorwaarde dat de slavernij niet opnieuw zou worden ingevoerd) en trok zich terug naar zijn boerderij. Drie weken later liet Leclerc echter Toussaint Louverture en zijn familie gevangen nemen en naar Frankrijk deporteren, waar Toussaint Louverture in 1803 overleed.
De opstand brak opnieuw uit toen het duidelijk werd dat de Fransen de slavernij opnieuw wouden invoeren. Ondertussen brak een epidemie van gele koorts uit onder de Franse troepen. Ook Leclerc werd getroffen door de epidemie en stierf op 2 november. Een jaar later werden de Fransen definitief verslagen en in 1804 werd de republiek Haïti uitgeroepen, de tweede onafhankelijke republiek op het westelijk halfrond.

Napoleon Buonaparte

Davout and Napoleon

Davout was born in Annoux. He was a proponent of the French revolution and became ‘chef the battalion’ in a volunteer army in one of the military campaigns of 1792. He distinguished himself at battle of Neerwinden in the following spring. Just after he had been promoted to Brigade General however he was obtained from active service because he was of nobility. Even so Davout took part in the campaigns of 1794-1797 at the Rijn, and he accompanied Desaix in the Egyptian expedition under Napoleon Buonaparte.

At his return to France he served in the battle at Marengo under Napoleon. Napoleon was impressed by his military capabilities, that he promoted Davout to Division General, and gave him the command concerning the ‘Consulaire Garde’ in 1801.

At the assention of Napoleon as Emperor Davout was appointed as Marshal of France and became he commander of the third army division of the ‘Grande Armée’. At the battle at Austerlitz, after a forced march of 84 hours (!), this third army division withstood the hardest attacks of the allied forces. During the battle at Auerstadt, Davout won with his division the complete Prusian army (63.000 against 28.000). Davout also participated in the successful battles at Eylau and Friedland. Napoleon appointed him, at finishing the war with the Peace of Tilsit, as Governor-General in Warsaw. Davout also got the title duke of Auerstadt in 1808. During the war of the following year he served in military campaigns which led to the battle at Eckmühl and distinguished himself in the battle at Wagram. For his merits Davout obtained the title Prince of Eckmühl.

In 1801 he had married Louise Aimée Julie Leclerc, the sister of Charles Victor Emmanuel Leclerc who was married to Napoleon's sister Pauline Buonaparte. In this manner, he had become a member of the Bonaparte "family," to use the term in its broadest sense. Had Charles Leclerc not died of yellow fever on the island of St. Domingue in 1802, while leading an expedition against rebellious forces, he surely would have been named to the dignity of marshal. It is possible that Davout received the marshal's baton which would have gone to his brother-in-law. While that may be simple speculation, that which is certain is that Madame Davout never forgave Napoleon for the death of her brother, which she clearly placed at his door-step.

Davout werd geboren in Annoux. Hij was een voorstander van de Franse Revolutie en werd chef de bataillon in een vrijwilligersleger in een van de militaire campagnes van 1792. Hij onderscheidde zich in de Slag bij Neerwinden in het voorjaar daarop. Net nadat hij gepromoveerd was tot brigadegeneraal werd hij echter uit actieve dienst gehaald omdat hij van adel was. Toch nam Davout deel aan de campagnes van 1794-1797 bij de Rijn, en begeleidde hij Desaix bij de Egyptische expeditie onder Napoleon Bonaparte.
Bij zijn terugkeer naar Frankrijk diende hij in de Slag bij Marengo onder Napoleon. Napoleon was onder de indruk van de militaire kwaliteiten van Davout en promoveerde hem tot divisiegeneraal, en gaf hem in 1801 het commando over de Consulaire Garde.


Bij de troonsbestijging van Napoleon als keizer werd Davout tot Maarschalk van Frankrijk benoemd en werd hij bevelhebber van het Derde Legerkorps van de Grande Armée. Bij de Slag bij Austerlitz ving dit Derde Legerkorps onder Davout, na een geforceerde mars van meer dan 84 uur (!) de hardste aanvallen van de geallieerden op. Tijdens de Slag bij Auerstadt won Davout met zijn ene korps op haast ongeëvenaarde wijze van het volledige Pruisische leger (63,000 tegen 28,000).
Ook participeerde Davout in de succesvolle slagen bij Eylau en Friedland. Napoleon stelde hem bij het eindigen van de oorlog in de Vrede van Tilsit aan als gouverneur-generaal in Warschau. Ook kreeg Davout in 1808 de titel hertog van Auerstadt. In de oorlog van het jaar daarop diende hij in militaire campagnes die leidden tot de Slag bij Eckmühl en onderscheidde zich in de Slag bij Wagram. Voor zijn verdiensten verkreeg Davout de titel prins van Eckmühl.

In 1801 huwde hij Louise Aimée Julie Leclerc, de zuster van Charles Victor Emmanuel Leclerc die zelf gehuwd was met Pauline Buonaparte, zuster van Napoleon. Op deze wijze, was hij een lid van Bonaparte familie geworden. Was Charles Leclerc niet gestorven aan de gele koorts op het eiland van St. Domingue in 1802, terwijl hij een expeditie leidde tegen rebelse opstandelingen, dan zou hij zeker benoemd zijn tot Maarschalk. Mevrouw Davout heeft Napoleon nooit vergeven voor de dood van haar broer, die zij hem duidelijk verweet.

Dezentje / Deux & von Stracka

De hieronderstaande uitleg heeft betrekking op Leonora Carolina Dezentjé, eerste echtgenote van Francois Tobias Deux; en de vermeende verwantschap met Napoleon Buonaparte. Zij was een dochter van August Jan Casper Dezentjé & Johanna Magdalena Kops en de zus van Johannes Augustinus Dezentjé. De relatie met Napoleon is zeer onwaarschijnlijk. Dat wil niet zeggen dat deze tak van de familie geen banden had met de hoge adel.

Hieronder is een bewezen link die onweerlegbaar is: Graaf Maximilian Emanuel Anton Johann Nepomuk Joseph, Graf von Lerchenfeld auf Köfering und Schönberg (geboren 17 januari 1772 in München, † 19 oktober 1809 in Kassel), Beierse gezant aan het koninklijke Westfaalse hof, echtgenoot van Gravin Maria Anna Philippine Walburga von Lerchenfeld - Köfering , née Groschlag (* 21 juli 1775 in Dieburg, † 17 juni 1854 in Wenen ), dochter van Friedrich Carl Willibald von Groschlag zu Dieburg en laatste afstammeling van de adellijke familie Groschlag, dame van het paleis van de koningin van Beieren, Karoline von Baden, geboren. Zijn moeder was eigenaar van het kleine zimmerkasteel.

Een liaison tussen Maximiliaan Emanuel van Lerchenfeld en Therese Mathilde Amalie zu Mecklenburg, die getrouwd was met Karl Alexander von Thurn und Taxis, resulteerde in verschillende kinderen die door de laatste Groschlag-dochter in het gezin werden opgenomen; ze woonden in hun München Palais Lerchenfeld of in de waterburcht Köfering. Één van deze kinderen was:

EMANUAEL MAXIMILIAN VON STRACKA (geboren 10 juni 1807 in Frankfurt am Main, † 12 december 1845 in Surakarta op Java), eerste luitenant in de Nederlands-Indische militaire dienst 1838-1843. Hij huwde Surakarta 24 oktober 1843 CAROLINA MAGDALENA DEUX, geboren Surakarta 1819, † Surakarta 4 oktober 1879. Zij was eerder getrouwd met ANTOINE CHARLES DIDERICH HARDIJ (M.K.), geboren Breda 29 juni 1814, tweede luitenant der infanterie O.I.L. 1838-1839, † Surakarta 16 oktober 1839, zoon van ANTOINE CHARLES HARDIJ en ANNA DIDERIKA BARONES VAN HEECKEREN VAN BRANDSENBURG.


As mentioned, the above explanation is related to Leonora Carolina Dezentjé, first wife of Francois Tobias Deux; and the alleged kinship with Napoleon Buonaparte. She was a daughter of August Jan Casper Dezentjé & Johanna Magdalena Kops and the sister of Johannes Augustinus Dezentjé. This relationship is highly unlikely. That is not to say that this branch of the family had no ties to the high nobility.

Above is a proven link that is irrefutable: Count Maximilian Emanuel Anton Johann Nepomuk Joseph, Graf von Lerchenfeld auf Köfering und Schönberg (born January 17, 1772 in Munich, † October 19, 1809 in Kassel), Bavarian envoy to the royal Westphalian court, husband of Countess Maria Anna Philippine Walburga von Lerchenfeld-Köfering, née Groschlag (* July 21, 1775 in Dieburg, † June 17, 1854 in Vienna ), daughter of Friedrich Carl Willibald von Groschlag zu Dieburg and last descendant of the noble family Groschlag, palace lady of the Queen of Bavaria, Karoline von Baden, born. His mother owned the small Zimmer Castle.

A liaison between Maximilian Emanuel van Lerchenfeld and Therese Mathilde Amalie zu Mecklenburg, who was married to Karl Alexander von Thurn und Taxis, resulted in several children being adopted into the family by the last Groschlag daughter; they lived in their Munich Palais Lerchenfeld or in the moated castle Köfering. One of these children was:

EMANUAEL MAXIMILIAN VON STRACKA (born June 10, 1807 in Frankfurt am Main , † December 12, 1845 in Surakarta on Java ), first lieutenant in the Dutch-Indian military service 1838-1843. He married Surakarta October 24, 1843 CAROLINA MAGDALENA DEUX, born Surakarta 1819, † Surakarta October 4, 1879. She had previously been married to ANTOINE CHARLES DIDERICH HARDIJ (M.K.), born Breda June 29, 1814, second luitenant of the infantery O.I.L. 1838-1839, † Surakarta October 16, 1839, son of ANTOINE CHARLES HARDIJ and ANNA DIDERIKA BARONES VAN HEECKEREN VAN BRANDSENBURG.

Het is opvallend hoezeer de kledij op beide schilderijen gelijkend is van Johannes Augustinus Dezentjé en Graaf Maximilian Emanuel Anton Johann Nepomuk Joseph, Graf von Lerchenfeld auf Köfering und Schönberg. Hij was de vader van Emanuel Maximilian von Stracka, geboren 10 juni 1807 in Frankfurt am Main, † 12 december 1845 in Surakarta op Java (feitelijk de schoonzoon van zijn zus Carolina Leonora Dezentjé).
It is striking how similar the clothing in both paintings is of Johannes Augustinus Dezentjé and Count Maximilian Emanuel Anton Johann Nepomuk Joseph, Graf von Lerchenfeld auf Köfering und Schönberg. He was the father of Emanuel Maximilian von Stracka, born June 10, 1807 in Frankfurt am Main, † December 12, 1845 in Surakarta on Java (actually the son-in-law of his sister Carolina Leonora Dezentjé).

Therese Mathilde Amalia Herzogin zu Mecklenburg [-Strelitz] (* April 5, 1773 Hannover; † February 12, 1839 Schloss Taxis bei Dischingen), waarmee Maximilian Emanuel Anton Johann Nepomuk Joseph, Graf von Lerchenfeld auf Köfering und Schönberg een relatie had.
Therese Mathilde Amalia Herzogin zu Mecklenburg [-Strelitz] (* April 5, 1773 Hannover; † February 12, 1839 Schloss Taxis bei Dischingen), with whom Maximilian Emanuel Anton Johann Nepomuk Joseph, Graf von Lerchenfeld auf Köfering und Schönberg had a relationship.


Johann Friedrich Happé

Johann Friedrich (Johan Frederik) Happé [Gen. 6 Nr.: 48 OUDOUDER van de Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes] kwam als eerste van de familie naar de Nederlanden. Zijn leven zou nauw verbonden zijn aan die van de Franse Keizer Napoléon. In de Europese oorlogsdreiging na de dood van de Oostenrijkse keizer Karel VI (1740) wordt de militaire sterkte van de Nederlanden vergroot. Met de Vorst van Waldeck, Karel August Frederik van Waldeck, worden in 1742 overeenkomsten gesloten voor de 'levering' van Waldeckse troepen. Zodoende is de familie Happé in de Nederlanden terecht gekomen.

Johann Friedrich (Johan Frederik) Happé[Gen. 6 No .: 48OLDPARENT of the Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes] was the first of the family Happé who came to the Netherlands. His life would be closely linked to that of the French Emperor Napoléon. In the European war threat after the death of the Austrian emperor Charles VI (1740), the military strength of the Netherlands is increased. With the Prince of Waldeck, Karel August Frederik of Waldeck, agreements were signed for the delivery of Waldeck troops in 1742. Thus the Happé family came to the Netherlands.

Familiewapen Happé uit het familieboek Happé
Familiewapenboek van Helman
Familiewapen Happé ontwerp van Sigtenhorst

VI/48 Bataljon Stamboek Johann Friedrich Happé [1785]

1785 Grenadier

Johan Frederick Happé is op 24-03-1785 in dienst getreden als vrijwilliger bij het 1ste regiment Waldeckse Grenadiers [Republiek der 7 Verenigde Provinciën]. Een Grenadier was Wapen der Infanterie. Het 'Bataillon Waldeck' wordt in het vorstendom Waldeck opgericht in 1681.

De militairen krijgen naast hun soldij ook nog 'verblijfkosten', die door de staten worden gedragen. Dit 'serviesgeld' wordt uitbetaald en soms aangevuld door de plaatsen waar zij gelegerd zijn.

De uniformen van alle soldaten zijn vrijwel gelijk. De regimenten zijn herkenbaar door de kleur van kraag, borst- en mouwomslagen. De kleur van de Waldeckers is geel. Dit betreft zowel de kraag, kleppen, opslagen als de voering en de biezen.


Johan Frederick Happé joined the first regiment of Waldeck Grenadiers (Republic of 7 United Provinces) 24-03-1785 as a volunteer. A Grenadier was the Army of the Infantry. The 'Bataillon Waldeck' was established in the Principality of Waldeck in 1681.

In addition to their payment, the soldiers receive 'living expenses', borne by the states. This "servicing money" is paid and sometimes supplemented by the places where they are located.

The uniforms of all soldiers are almost equal. The regiments are recognizable by the color of collar, chest and sleeve covers. The color of the Waldeckers is yellow. This concerns both the collar, lining and bushes.

Coalitieoorlog (1792 - 1797)

De Eerste Coalitieoorlog (1792 - 1797) was een militair conflict tussen revolutionair Frankrijk en een bondgenootschap van Europese mogendheden, later bekend geworden als de Eerste Coalitie. Op 21 januari 1793 werd Lodewijk XVI geguillotineerd door de Franse revolutionairen. Deze actie verenigde de Europese staten tegen Frankrijk; Spanje, Groot-Brittannië, Nederland, Portugal en Napels sloten zich bij de coalitie aan.

De Nederlanden waren een belangrijk strijdtoneel van de oorlog. De Republiek kwam tot een roemloos einde toen ze in 1795 werd bezet door Franse troepen. Stadhouder Willem V moest naar Engeland vluchten en de Bataafse Republiek, een Franse vazalstaat, werd uitgeroepen.

The First Coalition War (1792 - 1797) was a military conflict between revolutionary France and an alliance of European powers, later known as the First Coalition. On January 21, 1793 Louis XVI was guillotinated by the French Revolutionaries. This action united the European States against France; Spain, Great Britain, the Netherlands, Portugal and Naples joined the coalition.

The Netherlands were an important battle scene of the war. The Republic came to an end when occupied by French troops in 1795. Cityholder [Stadhouder] Willem V had to flee to England and the Batavian Republic, a French vassal state, was declared.

1793 belegering van Maastricht door Frankrijk

1793-1794 Johan Fredrick Happé was toen in Vlaanderen en Braband [belegeringen Maastricht]. De stad Maastricht werd verdedigd door het Staatse garnizoen waar Johan Frederik deel van uitmaakte, onder leiding van Frederik van Hessen-Kassel; Gouverneur van Maastricht.

Het beleg van Maastricht van 1793 was een belegering van Maastricht door de Franse revolutionaire legers in een mislukte poging om de stad te onderwerpen aan de Eerste Franse Republiek. Het beleg vond plaats in februari en begin maart 1793 tijdens de Eerste Coalitieoorlog tussen Frankrijk en de andere Europese mogendheden en eindigde op 3 maart, na de Franse nederlaag, met het ontzet van Maastricht.

1793-1794 Johan Fredrick Happé was in Flanders and Braband [siege Maastricht]. The city of Maastricht was defended by the state garrison where Johan Frederik was part of, led by Frederik van Hessen-Kassel; Governor of Maastricht.

The Siege of Maastricht in 1793 was a siege by the French Revolutionary Army in a failed attempt to submit the city to the First French Republic. The siege took place in February and early March 1793 during the First Coalition War between France and the other European powers and ended on March 3, after the French defeat, with the liberation of Maastricht.

1794 slag bij Tourcoing

Het dorp Torquoy (naam op de Mercatorkaart uit 1540) maakte vanouds deel uit van het graafschap Vlaanderen, met name van het al sinds de 12e eeuw Franssprekende Rijsels-Vlaanderen. Het gebied werd door Frankrijk ingelijfd in 1677, maar was van 1708 tot 1714 weer in handen van de Republiek der 7 Verenigde Nederlanden. Toch werd de streek bij de Vrede van Utrecht van 1713 aan Frankrijk toegewezen. Tijdens de Eerste Coalitieoorlog vond op 18 mei 1794 de Slag bij Tourcoing plaats. Johan Frederick Happé raakte daar ernstig gewond.

The village of Torquoy (name on the Mercator Card of 1540) has traditionally been part of the province of Flanders, especially the French-speaking Rijsels-Vlaanderen since the 12th century. The area was occupied by France in 1677, but was again in the hands of the Republic of 7 United Netherlands from 1708 to 1714. Nevertheless, the region was assigned to France at the Peace of Utrecht in 1713. During the First Coalition War, the Battle of Tourcoing took place on 18 May 1794. Johan Frederick Happé was seriously injured there.

In de affaire te Tourcoing den 24 Mey 1794 geblesseerd en gevangen genomen; geblesseerd door een geweerkogel aan zijn linkervoet en een contusie aan zijn onderbuik met eveneens een geweerkogel: Johan Frederick Happé.

In the affair at Tourcoing on 24 May 1794, injured and detained; Injured by a gun bullet on his left foot and a contusion on his lower abdomen with also a gun bullet: Johan Frederick Happé.
De Slag bij Tourcoing (17–18 mei 1794) werd uitgevochten in de buurt van Tourcoing in Noord-Frankrijk. De slag eindigde in een overwinning van de Fransen tegen de Britten en de Oostenrijkers. De Fransen wisten bij hun overwinning zestig stuks geschut te bemachtigen.

The Battle of Tourcoing (17-18 May 1794) was fought near Tourcoing in northern France. The battle ended in a victory of the French against the British and Austrians. The French managed to win sixty pieces of cumpower in their victory.

1799 Besluiten der Eerste Kamer Bataafschen Volks

Johan Frederik Happé was op 09-09-1799 Korporaal-Fourier van de Grenadiers; scherpschutter (manschap der scherpschutters) [Bataafse Republiek] in Noord Holland.

Johan Frederik Happé was Corporal-Fourier of the Grenadiers 09-09-1799; Sharpshooter [Batavian Republic] in North Holland.

Lijste der Tambours der Compagnie [03-02-1800]

Bij het 2e Regiment Infanterie als Sergeant majoor in functie van Tamboer.

At the 2nd Infantry Regiment as Sergeant Major in function of ‘Tamboer’.

Compagnie Hernn Capitain Jacquin Littra 03-12-1800

In 1804 zat Johan Frederik gelegerd in het Kampement bij Zeist.
Hij is in 1805 geembarqueerd op de Rheede van Texel. Napoléon gebruikte de Waldeckse regimenten de 13e november 1805 voor de bezetting van Wenen, dit ter aflossing van Franse troepen. Als gevolg van de Vrede van Pressburg [Le traité de paix de Presbourg, 26 décembre 1805], verlieten de Waldeckse regimenten Wenen in 1806.

In 1804 Johan Frederik was situated in the Campement at Zeist.
He was embarked at the harbour of the small island Texel in 1805. Napoléon used the Waldeck regiments on November 13, 1805 for the occupation of Vienna, this for the relief of French troops. As a result of the Pressburg Peace [Le Traité de Paix de Presbourg, 26 Decembre 1805], the Waldeck regiments left Vienna in 1806.



Op 23-09-1806 wordt Johan Frederick Happé geïncorporeerd bij het 2e Regiment Infanterie van Ligne (Linie) [Koninkrijk Holland].

In 1806 zit Johan Frederik Happé namens het Eerste Franse Keizerrijk in Oostenrijk, Hessen en Pruissen en maakt hij de 'Bloccade te Hamelen' mee: Nadat Keizer Napoleon I de belangrijkste Pruisische legers had verslagen bij de Slag bij Jena op 14 oktober, verjaagde zijn zegevierende 'Grande Armée' zijn vijanden naar de overkant van de rivier de Elbe. Hierdoor zag de Pruisische legerkracht zich genoodzaakt het voormalige keurvorstendom Hannover te verdedigen dat strategisch geïsoleerd ten westen van de rivier lag. De verdedigers trokken zich uiteindelijk terug in de forten van Hamelin en Nienburg waar ze werden geblokkeerd en gevangen genomen.

Hiernaast is een Rokjas van lichtblauw laken te zien met witte lissen en rode kraag en manchetten, voor een tamboer van het 2e Regiment Infanterie van Linie.

Above a light blue coat with white lace and red collar and cuffs for a 'tambour' of the 2nd Infantry Regiment of Linie.

On 23-09-1806, Johan Frederick Happé is incorporated into the 2nd Regiment Infantry of Ligne (Linie) [Kingdom of Holland].

In 1806 Johan Frederik Happé participated on behalf of the First French Empire in Austria, Hesse and Prussia, encounting the "Bloccade in Hamelen": After Emperor Napoléon I defeated the most important Prussian armies at the Battle of Jena on October 14, his victorious 'Grande Armée' chased the enemies across the river Elbe. This prompted the Prussian army to defend the former keynote property of Hanover, strategically isolated west of the river. The defenders eventually returned to the fortresses of Hamelin and Nienburg where they were blocked and captured.

Datzelfde jaar [1806] riep Napoleon het Koninkrijk Holland uit, waarvan zijn broer Luigi (Lodewijk) Napoleon koning werd. Lodewijk Napoleon vaardigde direct allerlei decreten uit. Zo moest er een Koninklijke Militaire School komen voor infanterie- en cavalerieofficieren, naar Frans voorbeeld. De school, de eerste officiële officiersopleiding voor infanterie en cavalerie, werd gevestigd in Honselersdijk; op 02-05-1807 werd Jean Frédric Happé opgeroepen door Zijne Excellentie den Minister van Oorlog van Hogendorp bij de Koninklijke Militaire School te Honsholredijck voor de militaire instructie.


That same year [1806] Napoleon had proclaimed the Kingdom of Holland, of which his brother Luigi (Lodewijk) Napoléon became king. Lodewijk Napoléon immediately declaird all kinds of decrees. For example, yhe foundation of a Royal Military School for infantry and cavalry officers, by French example. The school, the first official officers training for infantry and cavalry, was located in Honselersdijk; On 02-05-1807 Jean Frédric Happé was called by His Excellency the Minister of War van Hogendorp at the Royal Military School in Honsholredijck for military instruction.

Note: aan dit Paleis bouwde een andere voorouder van de Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes; Cornelis Leendertsz. Roels [Gen. 12 Nr.: 3434 STAMOVERGROOTOUDER]

Note: This palace was built with the help of another ancestor of the Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes; Cornelis Leendertsz. Roels [Gen. 12 No .: 3434 ANCESTOR]

17-07-1807 Koninkrijk Holland [Lodewijk Bonaparte]

Koninklijke Militaire School 1808

Johan Frederick Happé werd aangesteld als Adjudant Onderofficier op 09-05-1808. In 1810 werd het Koninkrijk Holland ingelijfd bij het Keizerrijk Frankrijk; de Hollandse troepen werden opgenomen in het Franse leger. Bij ontbinding van de Koninlijke Militaire Academie, is Johan Frederick Happé overgegaan in Fransche Dienst; 123e Regiment Infanterie van Ligne [Eerste Franse Keizerrijk].

Napoleons Grande Armée bestond dus niet alleen uit Fransen. Het 1e en 2e bataljon van het Infanterie nr. 2 werden in 1810 omgenummerd tot het 1e en 2e bataljons van het 123ème Régiment d'Infanterie de Ligne. Officieel kende het Franse leger negen Nederlandse regimenten: het 123e, 124e, 125e en 126e linie-infanterie, het 33e regiment lichte infanterie, het 3e regiment gardegrenadiers, het 2e regiment lichte garde lansiers (rode lansiers), het 11e regiment huzaren en het 14e regiment kurassiers.


Johan Frederick Happé was appointed as Deputy Chief Officer on 09-05-1808. In 1810 the Kingdom of Holland was incorporated into the empire of France; The Dutch troops were incorperated into the French army. Upon the ending of the Royal Military Academy, Johan Frederick Happé was transferred to the French Service; 123rd Regiment Infantry of Ligne [First French Empire].

Napoleon's Grande Armée, therefore, was not only French. The 1st and 2nd battalions of Infantry No. 2 were numbered in 1810 until the 1st and 2nd battalions of the 123ème Régiment d'Infanterie de Ligne. Officially, the French army knew nine Dutch regiments: the 123th, 124th, 125th and 126th infantry, the 33th light infantry regiment, the 3rd regiment garde grenadiers, the 2nd regiment light guard lansiers (red lansiers), the 11th regiment huzers and the 14th Regiment curators.

1810 Keizerrijk Frankrijk

p 31-12-1810 werd Johan Fredrick Happé aan het 123ème Régiment d'Infanterie de Ligne toegevoegd. Hij viel feitelijk nu onder het bevel van Napoléon Buonaparte.

On 31-12-1810 Johan Fredrick Happé was added to the 123ème Régiment d'Infanterie de Ligne. He actually fell under the command of Napoléon Buonaparte.



In 1811 zit Johan Frederick Happé in het Campement te Bologne. In dat jaar voert Keizer Napoléon de Burgelijke stand in. Hierbij moest men, als men die nog niet had, een naam gaan voeren.

In 1811 Johan Frederick Happé was in the Campement at Bologna. In that year, Emperor Napoléon entered the civil registration. This meant that if one had not yet had a name, he should choose one.

Beginning of Civil registration 1811 by Napoleon

The registration of the population in the Netherlands –the 'Burgerlijke Stand'– was introduced in 1811 by Napoleon on behalf of conscription. It was not yet the civil registration as we have today (for example birth registration was lacking). With the introduction of the civil registration everybody was obliged to assume a surname; the heads of families had to provide a name which then would be applicable to all family members. The registers of this –the 'Registers van Naamsaanneming'– are in general preserved and are very valuable for the genealogist. Of course there were some headstrong family members which used a different name. Also many thought that this 'French folly' would blow over and they choose playful names (e.g. Naaktgeboren = Born naked, Bil = Buttock, Geen = None, ...). However, after the French occupation this regulation remained (even explicitly repeated in 1825 by Royal Decree with penal threats). Later the most embarrasing names were often changed on request.


Napoleon Buonaparte


Johan Frederick Happé maakt in 1812 ook het beleg van Spandow mee.

Bij de Ruslandcampagne van 1812 waren ook Nederlandse militairen aanwezig die vochten onder Franse vlag. Als voorbereiding voor de Veldtocht van 1812 naar Rusland werd begin 1812 een groot aantal legeronderdelen in Duitsland en Polen gelegerd.

Johan Frederick Happé also was at the Spandow's siege in 1812.

The 1812 Russian campaign also featured Dutch soldiers who fought under the French flag. As a pre-1812 campaign for Russia, a large number of military units were held in Germany and Poland in early 1812.

In 1812 is het 123ème Régiment d'Infanterie in Rusland: Vol goede moed vertrok Napoleon in juni 1812 met zijn Grand Armée. De eerste vijand was de hitte en dorst. Vervuild water eiste de eerste slachtoffers. Tegen het einde van de zomer was zonder één veldslag te hebben gestreden de effectieve sterkte van het leger al gehalveerd! De Russen konden onmogelijk winnen van Napoleons overmacht. De enige tactiek die de Russen konden voeren was die van de verschroeide aarde. Ze trokken zich steeds terug en vernietigden alles wat de vijand zou kunnen helpen. Deze tactiek werkte opmerkelijk goed. Desondanks bereikte Napoleon Moskou die hij vervolgens in brand stak. De Tsaar capituleerde niet. Tegen midden oktober dreigde Napoleon door de invallende winter vast te komen zitten door de sneeuwval. Er zat niets anders op dan de terugtocht die Napoleon een voortzetting van het offensief in andere richting noemde. Feitelijk was het een nederlaag omdat bij het terugtrekken de Russen de aanval inzetten. De terugtocht werd ook nog vertraagd door de oversteek van de nog niet dichtgevroren Berezina.


In 1812 the 123ème Régiment d'Infantry was in Russia: Full of good courage Napoleon left in June 1812 with his Grand Armée. The first enemy was heat and thirst. Polluted water claimed the first victims. By the end of the summer without one battle fought the effective strength of the army had already halved! The Russians could not win the Napoleonic Force. The only tactic that the Russians could carry was that of the scorched earth. They pulled back and destroyed all that could be of help to the enemy. This tactic worked remarkably well. Nevertheless, Napoléon reached Moscow, which he then burned. The Tsar did not capitulate. By mid-October, there was a threat that Napoléon could get stuck by the snowfall at the beginning of winter. There was nothing to do but to retreat. Napoléon called the retreat a continuation of the offensive in the other direction. In fact, it was a defeat because, when the army was withdrawing, the Russians attacked them. The retreat was also delayed by the crossing of the Berezina, which was not yet frozen.

Op deze schilderijen is te zien hoe in 1813 de Franse soldaten terugtrekken over de Berezina rivier. De pontonbruggen zijn gebouwd door Hollandse pontonniers en de oevers werden bewaakt door een groot deel Hollandse soldaten die in het Franse 123e en 124e regiment van linie zaten. Slechts 140.000 van de 550.000 soldaten keerden uiteindelijk terug. Johan Frederick Happé zat in de 123e. regiment en keerde inderdaad terug.

These paintings show how in 1813 the French soldiers retreated across the Berezina River. The pontoon bridges were built by Dutch pontonniers and the banks were guarded by a large number of Dutch soldiers who were in line with the French 123rd and 124th regiment. Only 140,000 of the 550,000 soldiers eventually returned. Johan Frederick Happé was in 123th. regiment and indeed returned.

1813 Krijgsgevangene in Frankrijk

e Slag bij Leipzig of Volkerenslag, op 16 – 19 oktober 1813, werd uitgevochten door de coalitielegers van Rusland, Pruisen, Oostenrijk en Zweden tegen het Franse leger van Napoléon Buonaparte. Deze slag verloor Napoleon en betekende een grote omekeer in Europa. Het Soevereine Vorstendom der Verenigde Nederlanden ontstond op 21 november 1813 en was de voorloper van het Koninkrijk der Nederlanden toen de overwinnaars van Napoleon een staatkundige herinrichting van Europa bewerkstelligden. Deze zou uiteindelijk worden vastgelegd door het Congres van Wenen. Op 30 november 1813 zette Willem VI na achttien jaar weer voet op Nederlandse bodem. In Londen was hij per brief uitgenodigd als "soeverein vorst" de regering op zich te nemen. Hij zal later inderdaad Koning worden.

Op 30-12-1813 werd dientengevolge in het Garnizoen te Weezel op order van het Fransche Gouvernement Johan Frederik Happé krijgsgevangen verklaart en getransporteerd naar het depot van Krijgsgevangen Officieren in Outrange Saint Malo in Frankrijk.

The Battle of Leipzig, 16-19 October 1813, was fought by the coalition leaders of Russia, Prussia, Austria and Sweden against the French army of Napoléon Buonaparte. This battle was lost by Napoléon and meant a major turnaround in Europe. The Sovereign Principality of the United Netherlands originated on November 21st, 1813, and was the forerunner of the Kingdom of The Netherlands when Napoleon's conquerors achieved a political redevelopment of Europe. This would eventually be documented at the Vienna Congress. November 30th, 1813, William VI set foot on Dutch soil after eighteen years. In London, he was invited by letter as "sovereign leader" to take on government. He will become a King late

December 30th, 1813, at the Garnizoen te Weezel on order of the French government Johan Frederik Happé was declared prisoner of war and transported to the Deputy Officers prison in Outrange Saint Malo, France.

This letter was dictated by the emperor in Trianon 1813, 13th March written by, Baron de l’Empire Claude François de Méneval, secrétaire commandements de Napoléon Buonaparte, to the Duke of Feltre [Henri Jacques Guillaume Clarke, Count of Hunebourg and Duke of Feltre], Minister of war.
Je reçois votre lettre du 12 mars par laquelle vous me faites connaître que 104 bataillons du 28e corps de la Grande Armée peuvent partir sans délai pour Wesel. Comme il est très urgent d'envoyer des troupes dans la 25e division, mandez aux dépôts que tous ceux qui ne pourront pas compléter ces bataillons à 840 hommes, fassent partir au moins 4 compagnies complétées à 560 hommes, sauf à faire partir 15 ou 20 jours après les deux compagnies qui doivent compléter le bataillon. Je suppose qu'en conséquence de mon ordre d'hier, vous avez expédié l'ordre de départ de tous ces bataillons qui seront une force considérable dans la 32e division militaire. "Je prie Dieu qu'il vous ait en sa Sainte Garde a Trianon le 13 mars 1813".
I received your letter of the 12th March, by which you inform me that 104 battalions of the 28th Corps of the Grande Armée may depart without delay for Wesel. Since it is very urgent to send troops into the 25th Division; send to the depots that all those who can not complete these battalions to 840 men, leave at least 4 companies to compleetd the battalions to 560 men, except to send 15 or 20 days after that the two companies have to complete the battalion. I suppose that, as a consequence of my order of yesterday, you sent the order for the departure of all these battalions, which will be a considerable force in the 32nd military division. "I pray God that he will have you in his Holy Guard, Trianon 13 March 1813."
Ik ontving uw brief van 12 maart, waarmee u mij me op de hoogte stelt dat 104 bataljons van het 28e Corps van het Grande Armée onverwijld voor Wesel kunnen vertrekken. Omdat het zeer dringend is om troepen naar de 25e divisie te sturen; geef het bevel aan de depots dat al degene die deze bataljons niet kunnen voltooien naar 840 mannen, dat zij ten minste 4 bedrijven tot 560 mannen voltooien, met uitzondering van 15 of 20 dagen na de twee bedrijven die het bataljon moeten voltooien. Ik veronderstel dat, als gevolg van mijn schrijven van gisteren u het bevel heeft gestuurd voor het vertrek van al deze bataljons, die een grote kracht zal zijn in de 32e militaire divisie. "Ik bid dat God u in zijn Heilige Guard neemt, Trianon 13 maart 1813."

Vesting Weezel; Van 1805-1814 was ook de rechteroever Wesel onder Franse heerschappij. In deze tijd waren er zowel in de stad en op de vestingwerken veel transformaties, onder andere ook de bouw van de citadel door Napoléon. Zij ontving na het einde van de Franse overheersing de naam 'Fort Blücher'. Op 8 mei 1814, verlieten de Franse troepen de vesting Wesel.

Fortress Weezel; From 1805-1814, Wesel's right bank was also under French rule. During this time there were many transformations in the city as well as in the fortifications, including the construction of the citadel by Napoléon. After the end of French rule, she received the name 'Fort Blücher'. On May 8, 1814, the French troops left the Wesel fortress.

Abdication / abdicatie Napoléon Buonaparte

Vorstendom der Nederlanden

Op 29-05-1814 keert Johan Frederick Happé met het Korps Hollandsche troepen terug naar de Nederlanden en wordt in Nederlandsche Dienst genomen en op toelage gesteld. Koning Willem I van Oranje Nassau was inmiddels ingehuldigd als 'Soeverein Vorst' der Verenigde Nederlanden.

May 29th, 1814, Johan Frederick Happé returned to The Netherlands with the Dutch Corps 'Korps Hollandsche troepen' and is enlisted into to the Dutch Service and awarded. Meanwhile King William I van Oranje Nassau was inaugurated as "Sovereign Prince" of the United Netherlands.


Everardus Tijhoff

Everardus Tijhoff [Gen. 7 Nr.: 98 OUDGROOTOUDER van de Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes] Stads- & Academie boekdrukker & Boekverkoper 1784-1818 in de Academiestraate (Boekdrukkerije te Harderwijck. Onder andere bekend door het drukken van Goethes ’Werther’ [MDCCLXXXVI].) ~ apud Everardum Tyhoff , Academiae Typographum Harderovici Gelrorum.

Evert Tijhof was een patriot en een voorstander van de Bataafse Republiek. Niet iedereen was daar blij mee. Een incident dat zich voordeed in 1787 is gedocumenteerd en bewaard gebleven.

Everardus Tijhoff [Gen. 7 No.: 98 OLDGRANDPARENT of the Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes] City & Academic Book Printer & Book Seller 1784-1818 in the Academiestraat (Boekdrukkerije in Harderwijck.) Known among other things by printing Goethes 'Werther' [MDCCLXXXVI].) Apud Everardum Tyhoff, Academiae Typographum Harderovici Gelrorum.

Evert Tijhof was a patriot and a supporter of the Batavian Republic. Not everyone was happy about this. An incident that occurred in 1787 has been documented and preserved.

Patriottenincident 1787

Revoluties in Amerika en Frankrijk in de achttiende eeuw volgden het gedachtegoed van de Verlichting. Vrijheid en gelijkheid zouden de basis van een nieuwe maatschappij moeten vormen. Een volksvertegenwoordiging zou voortaan besluiten nemen op basis van een grondwet, opgesteld volgens democratische principes. In de Republiek klonk dit velen als muziek in de oren. De nieuwlichters noemden zich ‘patriotten’. Zij zagen in de politieke vergaderingen te veel belangenstrijd en vonden het een tijdverdrijf van regenten.
Het begrip ‘patriotten’ gaat al ver terug in de geschiedenis, hun standpunten komt vaak op hetzelfde neer, maar hun eigenlijke streven verschilt per tijd en plaats. Zij die vol toewijding hun land en de belangen van dat land liefhebben, steunen en verdedigen.
De Nederlandse patriotten uit de 18e en 19e eeuw argumenteerden vanuit het christelijke èn Verlichtingsdenken. Het waren mensen die in de republiek tegen de stadhouder en Engeland, maar voor Frankrijk kozen. De patriotten waren teleurgesteld in de stadhouder Willem V: zij vonden hem een slappe figuur, die weinig politieke daadkracht toonde en zich te buiten ging aan drank. Geïnspireerd door de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog van 1775-1783, wilden zij een einde maken aan de corruptie van de regenten en meer bestuurlijke macht voor burgers.
Op 15 september 1785 ontvluchtte Willem V Den Haag, nadat de Staten van Holland hem hadden ontheven van zijn functie als bevelhebber van het Haagse garnizoen.
De patriottische euforie zou maar kort duren. In juni 1787 besloot Wilhelmina van Pruisen, de vrouw van de stadhouder, terug te gaan naar Den Haag om de orangisten daar op te wekken tot verzet tegen de patriotten. Het exercitiegenootschap van Gouda hield haar bij Goejanverwellesluis aan. Daarop stuurde haar broer, de koning van Pruisen, een enorm leger naar de Republiek om de orde te herstellen. Tegen deze overmacht hadden de patriotten geen verweer. Binnen enkele maanden zat Willem V weer stevig in het zadel en was de rust hersteld.

Revolutions in America and France in the eighteenth century followed the thinking of Enlightenment. Freedom and equality should form the basis of a new society. A parliamentary representation would now take decisions based on a constitution, drawn up according to democratic principles. In the Republic, this sounded like music in the ears of many. The enlightend called themselves 'patriots'. They saw too much conflict of interests in political meetings and found it a pastime of regents.
The term "patriots" goes far back in history, their views often come down to the same, but their actual endeavor differs by time and place. Those who love and are devoted to their land and the interests of that country, support and defend it.

The Dutch patriots out of the 18th and 19th centuries argued from the Christian and Enlightenment Thinking piont of view. They were people who voted in the Republic against the City Holder [Stadhouder] and England in favour of France. The patriots were disappointed in City Holder Willem V: they found him a silly figure, who showed little political power and drank a lot. Inspired by the American Independence War of 1775-1783, they wanted to put an end to the corruption of the regents and get more administrative power for citizens.
On September 15, 1785, Willem V fled The Hague, after the States of Holland had relieved him of his post as commander of The Hague's garrison.
The patriotic euphoria would only take a short while. In June 1787, Wilhelmina van Prussia, the City Holder's wife, decided to return to The Hague to raise the orangists to oppose the patriots. She however was stopped bij Gouda's Exercise company at Goejanverwellesluis. In answer her brother, the king of Prussia, sent an enormous army to the Republic to restore order. Against this superpower, the patriots had no defense. Within a few months Willem V was firmly back in saddle.


Originele verklaring Patriottenincident

Beschrijving van het incident 31-08-1787. Onder eede verhoord: Francisens Martinius; Sergeant Philip Pop & Sergeant Willem Corst en de Boekdrukker Evert Tijhoff.

Description of the incident August 3st, 1787. Under oath: Francisens Martinius; Sergeant Philip Pop & Sergeant Willem Corst and the Book Printer Evert Tijhoff.

Bataafsche Republiek

Na de Bataafsche Revolutie van 1795, één dag nadat stadhouder Willem V met behulp van Franse legers was verjaagd, hadden de Nederlandse patriotten het land omgevormd tot de Bataafse Republiek [uitgeroepen op 19 januari 1795]. Deze was gebaseerd op de Verlichtingsidealen van vrijheid en gelijkheid. De republiek was gevormd naar voorbeeld en met militaire steun van de Franse Republiek, waarvan de Bataafse Republiek een bondgenoot en de facto een vazalstaat was. De omwenteling van 1795 was in feite een herhaling van de omwenteling van de Patriotten, die in 1787 met behulp van een Pruisisch interventieleger was onderdrukt.

After the Bataafsche Revolution of 1795, one day after the City Holder Willem V had been chased away by French armies, the Dutch patriots had transformed the country into the Batavian Republic [proclaimed on January 19, 1795]. This was based on the Enlightenment ideals of freedom and equality. The republic was formed by example and with military support from the French Republic, of which the Batavian Republic was an ally and de facto a vassal state. The revolution of 1795 was in fact a repetition of the Revolution of the Patriots, which was suppressed in 1787 with the help of a Prussian intervention army.

By example of revolutionary France, the Batavians also wanted to establish the Netherlands as an efficient state and society to be efficient and equitable. But what exactly had to happen and how it had to be brought about, they did not agree. It led to prolonged and violent discussions, with emotions rising high. Despite all the quarreling, the Batavas were able to achieve very much. In 1796, the first Dutch parliament was established, the national parliament was elected on a broad basis. It resulted in the fact that the Netherlands received its first constitution in 1798. Essential achievements such as the rights and duties of the citizen, an independent and uniform law, and the separation of church and state were laid down for the first time. During the Batavian Republic, the foundation was laid for the modern Netherlands.

Naar het voorbeeld van het revolutionaire Frankrijk wilden de Bataven ook in Nederland de staat en de samenleving op efficiënte en rechtvaardige wijze inrichten. Maar wat er precies moest gebeuren en hoe dit tot stand moest worden gebracht, daarover waren zij het onderling niet eens. Het leidde tot langdurige en hevige discussies, waarbij de emoties hoog opliepen. Ondanks alle geruzie wisten de Bataven heel veel te bereiken. In 1796 kwam het eerste Nederlandse parlement, de op vrij brede basis gekozen Nationale Vergadering, bijeen, en in 1798 kreeg Nederland zijn eerste Grondwet. Essentiële verworvenheden als de rechten en plichten van de burger, een onafhankelijke en uniforme rechtspraak, en de scheiding van kerk en staat waren hierin voor het eerst vastgelegd. Tijdens de Bataafse Republiek is dan ook de grondslag gelegd voor het moderne Nederland.

Op lokaal niveau in de stad Harderwijk op 09-12-1795 werd door de stemgerechtigde burgers het in juni van datzelfde jaar door de burger Nieuhoff ontworpen Stadsregelement goedgekeurd. Everardus Tijhoff drukte in 1795 het 'Regelement op de Regeering der stadt Harderwyck' omdat deze met de komst van de Fransen veranderde en de Nederlanden tot het Koninkrijk Holland werd gevormd [Verrichting der commissie ter aanstelling en inhuldiging der volksvertegenwoordigers den 2 February 1795 binnen Harderwijk]. Het land werd één en ondeelbaar verklaard. Harderwijk behoorde in die tijd tot het departement van de Oude IJssel met als hoofdplaats Zwolle.


On a local level in the city of Harderwijk on December 9, 1795, the citizens voted for the city council approved regulation which was made by the citizen Nieuhoff in June of the same year. Everardus Tijhoff, in 1795, printed the "Regulation of the City of Harderwyck", this because it changed with the arrival of the French and the Netherlands became the Kingdom of Holland [done by the Commission for the Inauguration of the Representatives on February 2nd, 1795 in Harderwijk] . The country was declared one and indivisible. Harderwijk belonged to the department of the Oude IJssel with its headquarters in Zwolle.

De Franse tijd in Nederland, ook wel de Frans-Bataafse tijd genoemd, was de periode van 1795 tot 1813, waarin het grootste deel van het tegenwoordige Nederland een vazalstaat was van Frankrijk en vanaf 1810 een onderdeel van het Eerste Franse Keizerrijk. Napoléon Bonaparte, die zichzelf in 1804 tot keizer van Frankrijk had uitgeroepen, verving in 1806 het Bataafs Gemenebest door het Koninkrijk Holland en zette zijn broer Lodewijk Napoléon Bonaparte op de troon als koning Lodewijk I. Het koninkrijk omvatte naast Nederland ook het vandaag Duitse Oost-Friesland.

The French time in the Netherlands, also known as the French-Batavian period, was the period from 1795 to 1813, in which the largest part of the present Netherlands was a vase state of France and from 1810 a part of the First French Empire. Napoléon Bonaparte, who declared himself an emperor of France in 1804, converted the Bataafs Commonwealth by the Kingdom of Holland in 1806 and put his brother Louis Napoléeon Bonaparte on the throne as King Louis I. The kingdom also included the German East- Friesland.


Te zijnen huize (Everardus Tijhoff) vergaderde op 06-10-1797 een zogenaamd "Nederlands gezelschap" onder directie van Dirk Karssen en Hendrik Cirkel jr. Hij drukte proefschriften en redevoeringen, daarnaast ook de wetten voor het gezelschap, onder de zinspreuk "Fit Tandem Surculus Arbor" [Eindelijk wordt de jonge loot een boom], opgericht te Harderwijck 04-06-1802 [PAX AMBIANENSIS PUBLICE CELEBRATA IN ACADEMIA HARDERVICENA IV ANTE NONAS IUNIAS ANNO AER. CHR. 1802]. Op zich is de keuze van deze spreuk niet erg handig, gelet op het feit dat Evert Tijhoff een Patriot was; immers TANDEM FIT SURCULUS ARBOR was de lijfspreuk van prins Maurits van Nassau (1567-1625)! De spreuk werd doorgaans begeleid door de afbeelding van een afgezaagde boomstronk, die symbool stond voor de vermoorde prins Willem.

At his house (Everardus Tijhoff), on October 6th, 1797, a so-called "Dutch company", under the direction of Dirk Karssen and Hendrik Circle Jr., gathered dissertations and speeches, as well as the laws for the company, under the phrase "Fit Tandem Surculus Arbor" [Finally, the young loot becomes a tree], founded at Harderwijck June 4th, 1802 [PAX AMBIANENSIS PUBLICE CELEBRATES IN ACADEMIA HARDERVICENA IV ANTE NONAS IUNIAS ANNOER. CHR. 1802]. In itself, the choice of this saying is not a good one, given that Evert Tijhoff was a Patriot; After all, TANDEM FIT SURCULUS ARBOR was the slogan of Prince Maurits of Nassau (1567-1625)! The slogan was usually accompanied by the image of a sawn stump, which was a symbol of the murdered Prince Willem of Orange.

Lid Gemeentebestuur Harderwijk 1798

7/98 Bataafse Republiek 7/98 Promise of Allegiance / Belofte van Burgertrouw Batavian Republic / Bataafsche Republiek 1798

Lodewijk Napoleon bouwde verder op de bestuurlijke verworvenheden van de Bataafse Republiek en de regering van Schimmelpenninck. Zo maakte hij dankbaar gebruik van het voortreffelijk functionerende bestuursapparaat dat de bekwame regering van Schimmelpenninck had achtergelaten. Lodewijk droeg echter zelf ook een steentje bij. Hij voerde onder andere een uniforme munt in, wat het innen van belastingen vergemakkelijkte en liet een voor die tijd zeer humane versie van het Wetboek van Strafrecht samenstellen en zette zich in voor verbetering van de gezondheidszorg en het onderwijs. Ook op het culturele vlak heeft hij zijn sporen nagelaten; hij nam initiatieven tot de oprichting van de Koninklijke Bibliotheek en van een Nationaal Museum.


Louis Napoleon further built on the administrative achievements of the Batavian Republic and the government of Schimmelpenninck. Thus he gratefully used the exquisite operating government system that the competent Schimmelpenninck's had left. Louis, however, also contributed a little bit. Among other things, he introduced a single currency, which facilitated the collection of taxes and made a very humane version of the Criminal Code for that time and focused on improving health and education. At the cultural level, he left behind his traces; he took initiatives for the establishment of the Royal Library and of a National Museum.

King Lodewijck of Holland defends the independance of the Dutch state towards his brother the Emperor of France Napoleon I / Koning Lodewijck van Holland verdedigt de onafhankelijkheid van de Nederlandse Staat tegenover zijn broer de Keizer van het Franse Rijk Napoleon I


Lodewijk Napoleon zet zich erg in voor de Hollandse zaak; veel meer dan zijn broer Keizer Napoléon Buonaparte wenselijk vindt. De koning van Holland probeert zelfs Nederlands te leren. Ook toont hij zijn medeleven bij rampen en tracht hij kunsten en wetenschappen te bevorderen. Vooral het niet in willen voerne van de dienstplicht leidde uiteindelijk dat zijn broer hem tot aftreden dwingt.

Louis Napoleon takes great care of the Dutch business; Much more than his brother Keizer Napoléon Buonaparte desires. The King of Holland is even trying to learn Dutch. He also shows his sympathy for disasters and tries to promote arts and sciences. In particular, the failure to comply with the implementation of Militairy Service ultimately led his brother to force him to resign.



7/98 Register Civique (1811) ~ Registration of the Sirname Tijhoff by order of Napoléon Buonaparte / Registratie van de familienaam Tijhoff op last van Napoléon Buonaparte.

23-01-1813 Cautionnement

Cautionnement 23-01-1813 ten huize [domicili] van Evert Tijhoff.

De Franse tijd eindigde toen Napoleon in 1813 werd verslagen en afstand deed van de troon. De oudste zoon van Willem V keerde op 30 november 1813 terug naar Nederland. Na het Congres van Wenen werd hij in 1815 als Willem I van Oranje Nassau uitgeroepen tot koning der Nederlanden. De tijd van de patriotten was voorbij.

French time ended when Napoleon was defeated in 1813 and resigned from the throne. The oldest son of Willem V returned to the Netherlands on November 30, 1813. After the Vienna Congress, he was named in 1815 as Willem I of Orange as King of the Netherlands. The time of the patriots was over.

Napoleon 1813

Inauguration of King William I of Orange Nassau / Inhuldiging van Koning Willem I van Oranje Nassau

Blad met een straatlied op het vertrek van de Fransen uit Nederland, 1813. Lied in vier coupletten.

Sheet with a street music on the occasion on of the departure of the French from the Netherlands, 1813. Song in four couplets.



Emigration to Brazil / Emigratie naar BraziliŽ

Why did the 'de Paula Lopes' family emigrate to Brazil?

The French invasion of Portugal of November 1807 was the first campaign of what would become the Peninsular War. The official reason for the invasion was Portugal’s refusal to enforce the blockade of British trade known as the Continental System.

Portugal in 1807 was ruled by the House of Braganza. Power was held by Prince John as Prince-Regent for his insane mother, Queen Marie I. His main aim was to preserve Portuguese neutrality. On 12 August the French Emperor Napoleon Buonaparte and Charles IV of Spain demanded that Prince John declare war on Britain, join his fleets to the Franco-Spanish fleet, arrest all British subjects in Portugal and seize all British goods in the country.


Napoleon Buonaparte

Prince John was willing to break off diplomatic relations and to block all trade with Britain, a concession that might have satisfied Napoleon if his main objective had indeed been the enforcement of the Continental System. However, secretly an agreement had been sealed on October 22 in London to transfer to the Portuguese court to Brazil (ratified on November 8 in Lisbon).


Dom João VI

In 1807, Portugal refused to respond to Napoleon Buonaparte's claim to join the Continental system (embargo against England). A French invasion followed and Lisbon was taken on December 1, 1807 by General Jean-Andoche Junot. After the conquest of Lisbon, Junot was appointed by Napoleon as Governor of Portugal and elevated to the nobility as Duc d'Abrantès (Duke of Abrantes).
Two days before the invasion, with the help of the British, 40 ships left with the Portuguese crown prince Dom João VI and his 15,000 full court of law in the direction of Brazil.


Jean-Andoche Junot

Junot protecting Lisbon, 1808

Général Andoche Junot (1771-1813) Duc d'Abrantes. French soldier who joined the Revolutionary army of Napoleon Buonaparte in 1792 / Franse soldaat die zich aansloot bij het revolutionaire leger van Napoleon Buonaparte.

Waarom emigreerde de familie de Paula Lopes naar Brazilië?

De Franse invasie van Portugal in november 1807 was de eerste campagne van wat de Peninsulaire Oorlog zou worden. De officiële reden voor de invasie was de weigering van Portugal om de blokkade van Britse handel, bekend als het continentale systeem, af te dwingen.

Portugal in 1807 werd geregeerd door het Huis van Bragança. De macht werd gehouden door kroonprins Dom João VI als Prins-Regent voor zijn krankzinnige moeder, koningin Marie I. Zijn hoofddoel was de Portugese neutraliteit te behouden.


Napoleon Buonaparte

Op 12 augustus eiste Napoleon en Charles IV van Spanje dat kroonprins Dom João VI de oorlog op Groot-Brittannië zou verklaaren en dat hij zijn zou aansluiten bij de Franco-Spaanse vloot, dat alle Britse onderdanen in Portugal gearresteert zouden worden en alle Britse goederen in het land geconfisceerd zouden worden.

Kroonprins Dom João VI was bereid de diplomatieke betrekkingen af te breken en alle handel met Groot-Brittannië te blokkeren; een concessie die Napoleon op zich tevreden zou stellen, ware het niet dat de handhaving van het continentale systeem niet zijn hoofddoel was.
In het geheim werd op 22 oktober door kroonprins Dom João VI een overeenkomst gesloten in Londen om het Portugese hof te verhuizen naar Brazilië (bekrachtigd op 8 november in Lissabon).


Dom João VI

Arrival of the French troops at Lisbon / Aankomst van de franse troepen in Lisabon

In 1807 weigerde hij zich te conformeren aan de vordering van Napoleon Buonaparte om zich bij het continentale systeem aan te sluiten (embargo tegen Engeland). Een Franse invasie volgde en Lissabon werd op 1 december 1807 door General Junot ingenomen. Na de verovering van Lissabon werd Junot door Napoleon benoemd tot gouverneur van Portugal en verheven in de adellijke stand als eerste Duc d'Abrantès (Hertog van Abrantes). Twee dagen voor de invasie, met de hulp van de Britten, vertrokken 40 schepen met de Portugese kroonprins Dom João VI en zijn 15.000 leden van zijn hofhouding in de richting van Brazilië.


Jean-Andoche Junot

'embarcando para Brasil' ~ Departure of the Court to Brazil / Vertrek van het Hof naar Brazilië

After the French invasion of 1807, by Napoleon Buonaparte, Portugal had landed in a very difficult economic and political situation.

The general population was dissatisfied because agriculture, trade and industry were ruined and caused a serious economic crisis. The Government of Portugal was ruled by the British who did not pay much attention to Portuguese trade. The Portuguese traders were thereby disadvantaged and the population was thereby overloaded.
As a result of this crisis, many Portuguese felt attracted by the ideas of freedom and equality that were spread by the French soldiers during the invasion. After the defeat of the French troops in 1814 the Portuguese people wanted more self-government. Portugal suffered a long period of political unrest. Eventually, this turbulence led to the end of a long stay of the king in Brazil when his return to Portugal was demanded by the revolutionaries.


Abdication Napoleon 1814

The liberal revolution (Revolução Liberal) was the result and broke out on August 24, 1820. The revolution led to the return of the Portuguese Court to Portugal in 1821. King João VI swore when he left that one day he would return to Portugal [independência ou morte!]. He did that in 1821 after 14 years.

Na de Franse invasie van 1807, door Napoleon Buonaparte, was Portugal in zeer moeilijke economische en Politieke situatie beland.

De Bevolking was ontevreden omdat de landbouw, handel en industrie geruïneerd waren en een ernstige economische crisis veroorzaakte. De Regering van Portugal werd bestuurd door de Britten die niet veel oog hadden voor de Portugese handel. De Portugese handelaren werden daardoor benadeeld en de bevolking werd mede daardoor overbelast.
Als gevolg van deze crisis, voelden vele Portugesen zich aangetrokken door de ideeën van vrijheid en gelijkheid, die de Franse Soldaten vers hadden verspreid tijdens de invasie. Na de nederlaag van de Franse troepen in 1814 wilde het Portugese volk meer zelfbestuur. Portugal kende een lange periode van politieke onrust daardoor. Uiteindelijk leidde deze onrust tot een einde van een lang verblijf van de koning in Brazilië, toen zijn terugkeer naar Portugal werd geëist door de revolutionairen.


Abdication Napoleon 1814

De liberale revolutie (Revolução Liberal) was het gevolg en brak uit op 24 augustus 1820. De revolutie heeft geleid tot de terugkeer in 1821 van het Portugese Hof van Portugal naar Brazilië. Koning João VI zwoer toen trouw dat hij zou terugkeren naar Portugal [independência ou morte!]. Hij deed dat in 1821 na 14 jaar.

O Movimento Constitucionalista e a Revolução do Porto de 1820

Portugal was in a major political turmoil since the liberal revolution. Liberalism had been installed by a cultural elite. On May 27, 1823 there was a counter-movement. It was called Vilafrancada because it took place in Vila Franca de Xira and it was started by the Queen Carlota Joaquina of Spain and her youngest son Infante Dom Miguel. King João VI responded effectively on time and became the master of the situation.
He returned to Lisbon in a festive mood and came to the Bemposta Palace on June 5, 1823. Francisco de Paula Lopes dos Santos, the father of Joaquim de Paula Lopes, was one of the guards who was there to greet him! On 09-06-1823, the father of Joaquim is then nominated for the post of Capitão Ajudante dos Privilegiados de Malta da Core. From a document of 14 December 1826 it appears that he had indeed been assigned this post. The post of the captain that he occupied by the corps elevated him to what is called "nobreza civil".

The queen had conservative views and wanted a government in Portugal who would comply. Her husband, however, did not want to get rid of his vows to the constitution. Carlota Joaquina formed an alliance with her youngest son, who shared his mother's conservative ideas. On April 30, 1824, Carlota Joaquina used her son's position as commander in the army, and seized the power and held the king in his Bemposta palace in Lisbon. There Carlota Joaquina tried to force her husband to abdicate, and in that way her son Michael could become king. Johan VI, however, received help from the citizens of Lisbon and the British, and thius retained his throne and forced Michael to leave the country. The queen also had to go into exile, but this was only for a short period of time.

A Rainha Carlota Joaquina Infante Dom Miguel de Bragannça

Portugal ging gebukt onder grote politieke onrust sinds die liberale revolutie. Het liberalisme was geïnstalleerd geweest door een culturele elite. Op 27 mei 1823 was er een tegenbeweging. Het heette Vilafrancada omdat het gebeurde in Vila Franca de Xira en het werd gestart door de koningin Carlota Joaquina van Spanje en haar jongste zoon de Infante Dom Miguel. Koning João VI greep op tijd in en werd de situatie meester.
Hij keerde terug naar Lissabon onder een feestelijke stemming en kwam naar het paleis van Bemposta op 5 juni 1823. Francisco de Paula Lopes dos Santos, de vader van Joaquim de Paula Lopes, was een van de bewakers die er was om hem te begroeten! Op 09-06-1823 wordt de vader van Joaquim vervolgens voorgedragen voor de post van Capitão Ajudante dos Privilegiados de Malta da Core. Uit een document van 14 december 1826 blijkt dat hij inderdaad deze post toegewezen had gekregen. De post van de kapitein dat hij bij het korps bezette verhief hem tot wat werd genoemd 'nobreza civil’.

De koningin had aartsconservatieve opvattingen en wilde een kordate regering in Portugal. Haar man wilde echter niet afstappen van zijn geloften aan de grondwet. Carlota Joaquina vormde een alliantie met haar jongste zoon, die zijn moeders conservatieve ideeën deelde. Op 30 april 1824 gebruikte Carlota Joaquina de positie van haar zoon als bevelhebber in het leger, en zij grepen de macht en hielden de koning gevangen in diens Bemposta paleis in Lissabon. Daar probeerde Carlota Joaquina haar man tot een abdicatie te dwingen, en op die manier kon haar zoon Michaël koning worden. Johan VI kreeg echter hulp van burgerij en de Britten, behield zo zijn troon en dwong Michaël om het land te verlaten. Ook de koningin moest in ballingschap gaan, dit was echter maar voor een korte periode.

All of this suggests that Francisco de Paula Lopes dos Santos had chosen the side of the liberal party. This can also explain why his son eventually left for Brazil, as times became very hard for liberals. Joaquim de Paula Lopes was 17 years old when his father got the post of Capitão's and was old enough to build an independant living elsewhere. In this case he went to sea.

Dit geheel suggereert dat Francisco de Paula Lopes dos Santos de kant van de liberale partij had gekozen. Dit kan ook verklaren waarom zijn zoon uiteindelijk is vertrokken naar Brazilië, aangezien vele liberalen het erg moeilijk kregen. Joaquim de Paula Lopes was 17 jaar toen zijn vader de post van Capitão kreeg en dus oud genoeg om zelfstandig een bestaan elders op te bouwen. In dit geval ging hij over zee.


Atesto do Real Corpo dos Privilegiados de Malta

Joaquim Pedro Cardo Maldonado, capitão comandante do Real Corpo dos Privilegiados de Malta da Corte, e Termo, Reposteiro da Câmara do Número de El-Rei Nosso Senhor etc.

Atesto que Francisco de Paula Lopes, Alferes do Real Corpo dos Privilegiados de Malta, do meu Comando, assentou Praça e jurou Bandeira no ano de mil setecentos noventa e oito, e tem servido de Ajudante, pela ausência de João Estanislau Monteiro, que como criado de Sua Majestade o acompanhou para o Rio de Janeiro, aonde faleceu, servindo sempre com prontidão, e zelo no Real Serviço. E sendo-me esta pedida lha mandei passar, e vai por mim assinada, e selada com o selo deste Real Corpo. Quartel da minha residência em 9 de Junho de 1823.

Joaquim Pedro Cardo Maldonado

Capitão Comandante Interino

Joaquim Pedro Cardo Maldonado, commanding captain of the Royal Corps of the Privileged of Malta of the Court, and District, curtain of the Chamber of the number of the King our Lord etc.

I certify that Francisco de Paula Lopes, Ensign of the Royal Corps of the Privileged of Malta, under my command, enlisted and swore the flag in the year of seventeen ninety eight, and has served as Aid, for the absence of João Estanislau Monteiro, whom as His Majesty’s servant accompanied him to Rio de Janeiro, where he died, always serving with readiness and zeal in the Royal Service. And since this was required to me I ordered it to be made, and it is signed by myself, and sealed with this Royal Corps’ seal. Headquarters of my residence on 9th June 1823.

Joaquim Pedro Cardo Maldonado

Interim Commanding Captain

Alferes do Real Corpo dos Privilegiados de Malta

Francisco de Paula Lopes dos Santos, Ensign of the Royal Corps of the Privileged of Malta, enlisted and swore the flag in the year of 1798 [Tuitio Fidei et Obsequium Pauperum]

Pede a Vossa Majestade 07-08-1823


Diz Francisco de Paula Lopes dos Santos, Alferes da Companhia dos Privilegiados de Malta da Corte, que ele suplicante com grande desvelo e inteligência na ausência dos Ajudantes do mesmo Corpo João Estanislau Monteiro, falecido, e Manuel José Rodrigues Ganhado, cuja existência se ignora, tem servido de Ajudante já no ensino do manejo Militar, já na formatura do Corpo e divisão de guardas, e porque seus serviços deviam ser atendidos, este o motivo por que implora a Vossa Majestade o haja de promover ao posto imediato que lhe compete de Capitão Ajudante do mesmo Corpo de Malta, graça esta que se tem concedido aos que têm montado guarda a Vossa Majestade nos dias mais festivos como foi o de cinco de Junho presente em que o suplicante foi um dos oficiais da Guarda que receberam a Vossa Majestade; e sua Real Família no Paço da Bemposta.

Pede a Vossa Majestade se digne por efeitos da sua Real Grandeza e Beneficência fazer-lhe a graça que suplica.

E Receberá Mercê.

Francisco de Paula Lopes dos Santos


Francisco de Paula Lopes dos Santos, Ensign of the Court’s Company of the Privileged of Malta says that in the absence of the Aids of the same Corps João Estanislau Monteiro, deceased, and Manuel José Rodrigues Ganhado, whose existence is unknown, he has served with great intelligence and zeal as Aid both in the teaching of military management, and in the formation of the Corps and division of guards, and because his services should be attended to, this is why he implores Your Majesty to promote him to the immediate post that he deserves of Captain Aid of the same Corps of Malta, a grace that has been granted to those who have guarded Your Majesty in the festive days like that of the last fifth June in which the supplicant was one of the officers of the Guard who saluted Your Majesty; and His Royal family at the Palace of Bemposta.

He asks Your Majesty, by the effects of his Royal Grandeur and Beneficence, to grant him the grace he requests.

And he shall receive favour.

Francisco de Paula Lopes dos Santos

Armas das Ordens Militaires & Religioes Regulares

14 de Setembro de 1823 informe o requerimento


Por Despacho da Junta da Sereníssima Casa do Infantado de 13 de Agosto do corrente ano, Manda Vossa Majestade que eu informe o requerimento de Francisco de Paula Lopes dos Santos, em que pede a Vossa Majestade o posto de Capitão Ajudante dos Privilegiados de Malta da Corte, por ter falecido na Corte do Rio de Janeiro o que exercia este Posto, e achar-se ausente Manuel José Rodrigues Ganhado há mais de 25 anos, que era supra neste Posto. O suplicante achava-se unido ao Corpo dos Privilegiados de Malta que fazia a Guarda do Palácio da Bemposta no dia 5 de Junho do presente ano.

É quanto posso informar a Vossa Majestade que mandará o que for servido. Quartel da minha residência em 14 de Setembro de 1823.

Joaquim Pedro Cardo Maldonado

Capitão Comandante Interino

By dispatch of the Board of the Most Serene House of Infantado dated 13th August of the current year, Your Majesty orders me to inform Francisco de Paula Lopes dos Santos’ request, in which he asks Your Majesty the post of Captain Aid of the Privileged of Malta of the Court, for having passed away at the Court of Rio de Janeiro the one who occupied this post, and Manuel José Rodrigues Ganhado, who was supra in this post being absent for more than 25 years. The supplicant was united to the Corps of the Privileged of Malta that did the Guard of the Palace of Bemposta on 5th June of the present year.

It is as much as I can inform Your Majesty, who will order what he thinks is appropriate. Headquarters of my residence on 14th September 1823.

Joaquim Pedro Cardo Maldonado
Interim Commanding Captain
The request was made by Francisco and addressed to His Majesty King João VI; then, His Majesty dispatched it on 14th September and sent it to Joaquim Pedro Cardo Maldonado so he could analyze the request and let His Majesty know (to inform = add more information) if Francisco was indeed in a position to receive the requested grace.

Francisco’s request was probably sent to the House of Infantado. The reply was surely positive, but the record of his letter patent can not be found where it should be.

Recife is the capital of the state of Pernambuco; The city is at the mouth of the river Capibaribe. Before the Portuguese became master of the region, it was the capital of Dutch possessions in Brazil from 1630 until 1654. They were the ones who first maped the coast. With the arrival of Joaquim de Paula Lopes, the family's Brazilian genealogy starts.

Recife is de hoofdstad van de deelstaat Pernambuco; de stad ligt aan de monding van de rivier de Capibaribe. Voordat de Portugezen er de scepter zwaaiden, was het van 1630 tot 1654 de hoofdstad van de Hollandse bezittingen in Brazilië. Zij waren degene die voor het eerst de kust in beeld brachten. Met de komst van Joaquim de Paula Lopes start de Braziliaanse genealogie van de familie.

Genealogisch onderzoek heeft aangetoond dat de Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes een direct nazaat is van Abraham Senior / Fernão Perez Coronel. Via zijn heredity DNA was het al bekend dat er sprake was van een binding met de Ashkenazi Joden. The link is via de Braziliaanse nakomelingen van zijn dochter Constança Coronel. Tevens is via deze tak de Gravin van Barral bekend; Luisa Barros Daisy Portugal [de grote liefde van Dom Pedro II, de llaatste keizer van Brazilië]. Haar man was familie van Josephine de Beauharnais, de vrouw van Napoleon Bonaparte.
Genealogical research has proven that the Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes is a direct descendant of Abraham Senior / Fernão Perez Coronel. Via his heredity DNA it was know that there were ties to the Ashkenazi Jewish. The link is via Brazilian descendants of his daughter Constança Coronel. Also descended from this branch was the Countess of Barral; Luisa Barros Daisy Portugal [the great love of Dom Pedro II, the last emperor of Brazil]. Her husband was a relative of Josephine de Beauharnais, wife of Napoleon Bonaparte.